Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Kunnen nederlandse mannen nog wel samenwerken

Kunnen Nederlandse mannen nog wel samenwerken?

2 september 2008

Opinie

door: Sjak Rutten

Er is in de afgelopen weken veel aandacht besteed aan het verschil in prestaties van Nederlandse mannen en vrouwen tijdens de Olympische Spelen in Beijing. Een ander aspect van de medailleverdeling is buiten beschouwing gebleven. Bij teamsporten werd relatief veel meer gewonnen dan bij de individuele sporten. Het beter presteren van de vrouwen kwam bij de teamsporten versterkt naar voren. De mannen haalden geen enkele medaille. Wat is er aan de hand? Kunnen mannen nog wel samenwerken?

Eerst de feiten
De Olympische Spelen kenden 302 onderdelen. 82 hiervan zijn teamsporten. Het begrip teamsport wordt hier ruim opgevat. Niet alleen de balsporten, maar alle onderdelen waarbij een team bestaat uit minimaal twee sporters. Dus ook een beachvolleybalteam, een achtervolgingsploeg, een bemanning van een zeilboot, een estafetteploeg of de Holland Acht zijn in deze ruime definitie teamporten.

Kijken we naar de medailles van de Nederlanders. Van de 16 medailles werden er 8 gewonnen door een individuele sporter en 8 door een team. Terwijl 73 % van de medailles op de 302 olympische onderdelen verdiend wordt in individuele sporten en 27 % in teamsporten, ligt de verhouding bij de Nederlandse sporters op 50–50. Nederlandse teamsporters presteerden relatief dus aanzienlijk beter dan individuele sporters. Maar hier is het verschil tussen mannen en vrouwen nog groter dan over alle sporten gerekend.

individuele sport

teamsport
mannen

3
Maarten van der Weijden
Henk Grol
Ruben Houkes

0
vrouwen 5
Marianne Vos
Anky van Grunsven
Deborah Gravensteijn
Elisabeth Willeboordse
Edit Bosch
7
Hockey
Waterpolo
4 x 100 meter vrije slag
Van Eupen-Van der Kolk
Holland acht
Yngling
Berkhout/De Koning
De teammedaille van het gemengde dressuurteam wordt hier niet meegeteld.

Mannen hebben geen enkele medaille gehaald in een teamsport. Vrouwen maar liefst 7. Wanneer er een aparte ranglijst van teamsporten zou bestaan is Nederland zevende. Maar dat  is uitsluitend de verdienste van de vrouwen. Op de medailleranglijst voor vrouwelijke teamsporten is Nederland vierde, achter China, de Verenigde Staten en Rusland. De oogst van de Nederlandse mannelijke teamsporters is gelijk aan die van de Belgische mannen: nul.

De oorzaak
We moeten kijken naar zowel het relatief goed presteren in teamsporten als naar het feit dat dit alleen voor vrouwen geldt.

Een verklaring voor het relatief goed presteren in de teamsporten vinden we mogelijk bij de theorie van Francis Fukuyama (in zijn boek Trust). Hij introduceerde de begrippen high en low trust samenlevingen. In een high trust samenleving werken mensen van heel verschillende achtergronden die elkaar niet kennen, gemakkelijk met elkaar samen. In een low trust samenleving is het vertrouwen tussen mensen gering en werkt men zakelijk vooral samen binnen familiebedrijven, clans en stamverbanden. Fukuyama werkt zijn theorie uit voor samenwerking binnen ondernemingen en staten. Nederland is een high trust samenleving bij uitstek, waarin mensen die elkaar niet kennen gemakkelijk op zakelijke basis samenwerken binnen een bedrijf of organisatie en met andere bedrijven en organisaties. Het vermogen tot samenwerken met vreemden bepaalt voor een groot deel de kracht van de economie.

Wat voor de economie geldt, is waarschijnlijk ook van toepassing voor de sport. Mensen vinden elkaar op basis van talent en interesse en gaan een tijdelijk samenwerkingsproject aan met een concreet doel voor ogen: in dit geval presteren op de Olympische Spelen. Een goed voorbeeld was in Beijing de waterpoloploeg. De meiden zetten een jaar lang alles opzij, trainden dertig uur per week, speelden vele toernooien en behaalden uiteindelijk goud in een sport waar ze niet tot de favorieten behoorden. Er zijn vergelijkbare voorbeelden uit het verleden. Nederland geldt van oudsher als een sterke roeinatie, maar tot 1996 was er nog nooit iets gepresteerd in het vlaggenschip van het roeien: de acht. Totdat Nico Rienks het project Holland Acht op de rails zette met het doel om goud te halen in Atlanta. Een jaar lang werd alles opzij gezet en het resultaat was goud. Voor het mannenvolleybalteam geldt met het Bankrasmodel een vergelijkbaar verhaal met zilver in Barcelona en goud in Atlanta. Wanneer Nederlanders elkaar vinden met een helder doel voor ogen en bereid zijn daarvoor in teamverband te gaan, is de kans op succes groot. Dat geldt voor de economie en de sport. Maar voor de Nederlandse mannelijke teamsporters was het in Beijing: ‘nu even niet’. Of het nou ging om de beachvolleyballers, de teamsprint en de achtervolgingsploeg bij het baanwielrennen, de Holland Vier, de hockeyers of het honkbalteam, er werd ver onder het verwachtingsniveau gepresteerd of op het beslissende moment gefaald.

De vraag is of het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke teamsporters een incident is geweest. De beschreven succesvolle voorbeelden uit het verleden gingen immers over mannenploegen. Of zou het zo kunnen zijn dat de Nederlandse man niet (meer) kan samenwerken met andere mannen of dat hij dit niet kan onder stress. Presteren onder stress in een teamsport heeft ook te maken met vertrouwen en wel in teamgenoten. Dat speelt op elk niveau. Ook bij de amateurtennisser kom je mensen tegen die liever enkelspel spelen dan dubbelspel omdat je het dan helemaal zelf gedaan hebt als je verliest. Speelt dat hier en waarom dan niet voor vrouwen? Of zijn Nederlandse mannen en vrouwen in teamsporten op zich even goed, maar hebben de mannen te maken met tegenstanders uit andere landen die bij spanning boven zichzelf uitstijgen en vrouwen met tegenstanders die de spanning op beslissende momenten juist te veel wordt?

Ik wil me niet te veel schuldig maken aan psychologie van de koude grond. Hier volstaat de constatering dat er bij de evaluatie van de Olympische prestaties niet alleen gekeken moet worden naar het verschil tussen mannen en vrouwen, maar dat het aspect individuele tegenover teamsport hier nadrukkelijk bij moet worden betrokken.

Sjak Rutten is adviseur bij Sardes, een adviesbureau op het gebied van onderwijs, jeugd en welzijn. Voor meer informatie: S.Rutten@sardes.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.