27 april 2010
Opinie
‘Olympisch Vuur’ heeft op 14 april 2010 inzicht gegeven in de werkzaamheden op het gebied van de ruimtelijke inpassing van de Olympische en Paralympische Spelen. Gerben Eggink stelde het volgende:
“Velen houden zich bezig met de vraag met welke stad we ons straks kandidaat stellen voor de Olympische- en Paralympische Spelen van 2028. De vraag die ons bezig houdt, is een andere. Namelijk hoe een goed leefbaar en competitief Nederland er in 2028 dient uit te zien, en hoe we de Olympische Spelen daarin kunnen passen. Paardrijden zal niet plaatsvinden op de Dam, en wielrennen niet op de Coolsingel: de Olympische Spelen zullen dus gespreid over Nederland plaatsvinden. De keuzes die we daarin maken dienen de uitkomst te zijn van een zorgvuldig proces, wat we nu samen met alle alliantiepartners van Olympisch Vuur in gang hebben gezet.”
Er zijn nu drie trajecten ingezet:
- de ‘Sportkaart’ (waarvan de eerste bespreking op 16 maart plaatsvond);
- de Olympische Hoofdstructuur (waaraan in 2010 onder leiding van VROM wordt gewerkt);
- Verkenning Maatschappelijke Kosten en Baten, kortweg VMKB (dat binnenkort van start gaat).
Voor alle drie trajecten is toegelicht wat de bedoeling en de stand van zaken is. Goed dat het is gebeurd. Daardoor kunnen misverstanden worden weggenomen en wordt het besluitvormingstraject transparanter. Maar de kritische vraag blijft of het gekozen traject wel zo juist is. Want wat ik lees is dat ‘Olympische Spelen zullen dus gespreid over Nederland plaatsvinden’ en dat het Olympisch Vuur zich vooral bezighoudt met de vraag hoe een goed leefbaar en competitief Nederland er in 2028 dient uit te zien en hoe we de Olympische Spelen daarin kunnen passen. Niet dus met de vraag welke stad de host city moet gaan worden. Gelukkig wordt wel gesteld dat de Spelen niet eindeloos worden uitgesmeerd over alle 431 gemeenten, want dan gaat de focus verloren.
Alsof die focus er wel is wanneer de Olympische Spelen dus gespreid over Nederland plaatsvinden? Want uit het Schetsboek van VROM blijkt overduidelijk dat de hoofdzaak van de Olympische voorzieningen zoals het Olympisch Dorp, het Olympisch stadion, de ‘nalatenschap’, de sportaccommodaties en de exploitatie daarvan ná de Spelen, vooral zal zijn gesitueerd binnen de ‘centrale stedenring’. En dat is niet ‘gespreid over Nederland’. Het is een uitstekende en een voor het succes van de organiastie essentiële gedachte om geheel Nederland te betrekken bij en te laten genieten van het feest van de Olympische Spelen. Maar wek niet de illusie dat buiten de ‘centrale stedenring’, olympische voorzieningen zullen worden gerealiseerd! Daartegen verzet zich ook de richtlijn van het IOC, zoals terecht in het Schetsboek aangegeven, dat de geaccrediteerden binnen 45 minuten reizen bij de wedstrijden moeten kunnen zijn.
Met dit materiaal voor ogen is het onverstandig om de Sportkaart, de Olympische Hoofdstructuur en de Verkenning Maatschappelijke Kosten en Baten (VMKB) vanuit het perspectief van Olympische Spelen gespreid over Nederland te benaderen. Het meest logisch is om de benadering te kiezen vanuit de Centrale Stedenring. Daarvoor heeft het Schetsboek ook al voldoende materiaal opgevelerd.
Op basis daarvan zou VROM zich voor de Olympische Hoofdstructuur - al twee jaar -hebben kunnen richten op het in kaart brengen van de consequenties van de keuze van steden binnen de ‘centrale stedenring’. Daarvan blijven feitelijk alleen Amsterdam en Rotterdam als de gerede kandidaten over. En wanneer dat was gebeurd zou nu – inderdaad voorjaar 2010 - een advies inzake de keuze voor Amsterdam en Rotterdam hebben kunnen plaatsvinden. Dat zou voor de werkzaamheden van de Sportkaart heel wat schelen. Alhoewel moet worden gezegd dat daarvoor het benodigde materiaal natuurlijk al lang voorhanden is! Althans daar mag je van uitgaan. Zie daarvoor de Staatscourant van dinsdag 12 november 2002 waaarin de rijksoverheid het (destijds) nieuwe beleid inzake topsportevenementen en topsportaccommodaties heeft verwoord. Hierin ook al aandacht voor de zgn. ‘evenementaccommodaties’, zo genoemd om te voorkomen dat er ‘witte olifanten’ ontstaan. Sinds die tijd is bij zowel VWS als bij NOC*NSF en de betrokken bonden gewerkt aan een volledig overzicht van alle topsportaccommodaties. Althans dat was de bedoeling van staatssecretaris Clémence Ross.
Voor de Verkenning Maatschappelijke Kosten en Baten (VKMB) zou het natuurlijk onbegonnen werk zijn wanneer zou worden uitgegaan van de spreiding van de Olympische Spelen over geheel Nederland. Bovendien is het eigenlijk merkwaardig dat de VKMB pas twee hele jaren na het verschijnen van het Schetsboek ter hand wordt genomen. Want het zou heel goed hebben gepast in de twee jaar nadat het Schetsboek gereed was om, uitgaande van de ‘centrale stedenring’, daarvoor een VKMB-toets op te stellen. Gericht op de keuze voor een van beide steden, als eerste fase. En dan als tweede fase, de VKMB uitgaande van een van die steden en dan daarvan de consequenties voor geheel Nederland.
Gegeven het feit dat de aankondiging van de uitvoering van de VKMB in de digitale nieuwsbrief van ‘Olympisch Vuur’ wordt gedaan door de plaatsvervangend directeur Sport Marion Smit van VWS mag worden aangenomen dat het vakdepartement nu wél betrokken is bij deze discussie. Een vertegenwoordiging van de directie sport bij de totstandkoming van het Schetsboek ontbrak. Mijn advies: kies nú voor Amsterdam of Rotterdam. En ga op basis van die keuze voort met de sportkaart, de olympische hoofdstructuur en de VKMB.
Loek Jorritsma was wethouder (o.a. sport) in de gemeente Hoorn (1974–1976). Daarna studeerde hij af in de sociale wetenschappen en werkte vanaf 1979 bij de Directie Sport van het Ministerie van VWS, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het beleid op het gebied van topsportevenementen en topsportaccommodaties. Met ingang van 1 april 2006 is hij met de VUT. Bij zijn afscheid schreef Jorritsma een bijdrage aan de discussie over de juridische verankering van sport in het beleid van de rijksoverheid. Hij pleit er voor om sport meer te zien als een publieke zaak en te komen tot een kaderwet specifiek sportbeleid.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.