Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Keuze voor amsterdam mooie aanleiding voor kaderwet sport

Keuze voor Amsterdam mooie aanleiding voor Kaderwet Sport

26 juni 2012

Opinie

door: Jan Rijpstra

Vorige week besloot de Council Olympisch Vuur om Amsterdam aan te wijzen als potentiele host city voor de Olympische Spelen van 2028 en kreeg ‘concurrent’ Rotterdam het predikaat ‘partnerstad’ opgeprikt. Jan Rijpstra gaat in op het rapport dat ten grondslag lag aan die keuze, beschrijft het keuzeproces in 1984 – toen Amsterdam ook werd aangewezen – en geeft een aantal aanbevelingen die zowel de Olympische Spelen als de sport in het algemeen in Nederland kunnen aangaan.

Twintig jaar geleden kwam het rapport Sport als bron van inspiratie voor onze samenleving, van adviesbureau A.T Kearny uit. Het was in een tijd dat NOC en NSF fuseerden, de Projectgroep Herinrichting Landelijk Sportbeleid (PHLS) met aanbevelingen kwam en Paars I in de startblokken stond met de naam van sport in het departement van VWS in 1994. Het rapport van A.T Kearny was strategisch gezien een rapport op het juiste moment en het heeft zeker een bijdrage aan de ontwikkeling van het sportbeleid door zowel NOC*NSF als de overheden bijgedragen.

Nu in 2012 is bureau A.T Kearny terug. Zij hebben de analyse gemaakt over Amsterdam en Rotterdam en wie van de twee de beste naamgever zou kunnen zijn van Olympische Spelen in Nederland. Het is een gedegen analyse geworden en de gekozen werkwijze heeft ertoe geleid dat nagenoeg alle invalshoeken zijn belicht om tot een voorstel voor een keuze te komen. Jammer is dat er met geen woord wordt gesproken over de Paralympische Spelen die ook door de gekozen stad georganiseerd gaan worden. Het is te kort door de bocht om te denken dat met een paar aanpassingen de olympische accommodaties en onderkomens geschikt voor de paralympische sporters zullen zijn en dat dit verder geen toelichting behoeft. Het rapport had aan kracht gewonnen als men de organisatie van de Paralympische Spelen direct had meegenomen, te meer omdat Nederland op het gebied van het organiseren van topsportevenementen voor gehandicapten een heel goede naam heeft. Het plaatje was dan totaal geweest.

Het onderzoek is ook voorbij gegaan aan de politieke kant. Er worden in de interviews opmerkingen gemaakt dat het Olympische Plan minder politiek gemaakt moet worden, wat naïef is, want de politici van deze tijd willen betrokken en gehoord worden en daarvoor moeten zowel de organisatoren als de politici een duidelijke werkwijze afspreken. Dit had in de zijlijn van het rapport zeker opgenomen kunnen worden.

1984: regie bij de overheid
In 1984 stond het kabinet voor de keuze of zij haar steun zou geven aan de kandidatuur van Amsterdam of Rotterdam voor het organiseren van de Olympische Spelen in 1992. Het was een proces van stoom en kokend water, want binnen een paar maanden moesten scenario’s worden opgesteld en doorgerekend, om zo op tijd klaar te zijn voor een presentatie vlak voor de Olympische Spelen in Los Angeles 1984. Dit alles in de aanloop naar beoordeling van het bid in 1986. Opmerkelijk was in die tijd de strakke regie vanuit de rijksoverheid. Nadat het NOC begin 1984 zelf een onderzoek had laten doen, waarvan de uitkomst luidde dat het houden van de Spelen in Amsterdam/Almere of Rotterdam haalbaar, was stelden staatssecretaris Van der Reijden van WVS en het NOC de Adviescommissie Olympische Spelen - onder leiding van topman G.A. Wagner - in en die verder bestond uit de heren Langman en Van der Meer. Deze onafhankelijke commissie concludeerde dat Nederland in staat is om de Olympische en Paralympische Spelen te organiseren. Over de keuze van de stad schrijft de commissie dat de twee mogelijke steden - Amsterdam en Rotterdam - elkaar weinig ontlopen. Zij constateert dat het meest aangewezen criterium bij de keuze zal zijn hoe elk van beide steden internationaal zal worden beoordeeld, dus welke de meeste kans van slagen biedt. Men komt tot de conclusie dat Amsterdam de voorkeur geniet vanwege de grote internationale bekendheid van Amsterdam en zijn toeristische reputatie in de gehele wereld. Ook de ruime hotelfaciliteiten worden als een belangrijk bijkomend voordeel gezien.

Interessant hierbij is dat de Adviescommissie van mening is dat ook andere locaties in Nederland ingeschakeld moeten worden om de onderdelen van de Spelen te organiseren. Gepleit wordt voor een nationale aanpak omdat de Nederlandse regering een zekere garantie zal moeten afgeven. De Adviescommissie geeft ook aan dat bij de kandidatuur ook andere – bijvoorbeeld culturele - aspecten betrokken moeten worden, waarbij de Floriade en de Deltawerken worden genoemd. Het organiseren van de Paralympische Spelen wordt door de Adviescommissie eveneens als een sterk punt gezien omdat Nederland in 1980 - toen Moskou dit evenement teruggaf - had laten zien dat zij in staat was dit aan te kunnen. Het advies wordt vervolgens door de ingestelde ‘Interdepartementale werkgroep Olympische Spelen 1992’ bestudeerd en verder uitgewerkt tot een concept regeringsstandpunt.

Deze werkgroep wordt de spil waarom het draaide. Met Wolter Lemstra - secretaris-generaal WVC - als voorzitter, en waarin verder nagenoeg alle departementen zitting hebben. Zij moeten op korte termijn een advies uitbrengen aan de ministerraad over de vraag of de rijksoverheid steun zal geven aan het organiseren van de Spelen en welke stad dit dan zal gaan doen. In de ministerraad van 15 juni 1984 wordt - onder bepaalde voorwaarden, zoals het instellen van een financieel-economische werkgroep en het voor 1 juli 1985 hebben van een volledig inzicht in de financieel-economische risico’s - ingestemd met de presentatie in Los Angeles van de kandidatuur van Amsterdam.

1997: tussenspel
Tijdens het begrotingsoverleg sport komen in de Tweede Kamer de Olympische Spelen opnieuw aan de orde in een breder kader van de organisatie van grootschalige topsportevenementen en de bouw van topsportaccommodaties. De staatssecretaris van Sport zegde toe hiernaar onderzoek te laten doen. In feite is het debat de opmaat geweest naar een meer gestructureerd politiek denken over grootschalige sportevenementen. Na de organisatie samen met België van het EK Voetbal 2000 - het derde grootste sportevenement ter wereld - en de voor Nederland succesvol verlopen Spelen in Sydney, kwam er een stroomversnelling en nam NOC*NSF mede onder leiding van Marcel Sturkenboom de uitvoering ter hand.

2012: en de stad is… Amsterdam
En nu in 2012 is het hoge woord eruit. Amsterdam wordt de naamgever indien in 2016 wordt besloten een bid uit te brengen voor de Spelen van 2028. Het is een gedegen afweging geworden waarbij de twee steden elkaar niet veel ontlopen. En net zoals in 1984 komt de internationale positie van Amsterdam alsmede het aantal en hogere segment hotelaccommodaties naar voren. Zowel in 1984 als in 2012 wordt een groter deel van Nederland betrokken bij de organisatie. De stad kan het niet alleen en de relatie met Rotterdam als co-host en Den Haag en Utrecht als satellieten viel te verwachten. De duidelijkheid, waar vele deskundigen om hadden gevraagd, is gegeven en kan er verder worden gewerkt aan de sportinfrastructuur in heel Nederland, zodat in 2016 een bewuste keuze kan worden gemaakt of Nederland met Amsterdam een bid gaat uitbrengen.

Eén van de grote verschillen met 1984 is dat we veel meer tijd hebben, waar tevens het gevaar in schuilt van het vooruitschuiven. Blijft de vraag wie straks de knoop definitief gaat doorhakken? Spelen de aangesloten sportbonden bij NOC*NSF hierin een rol? En zo ja, besluiten ook de niet-olympische bonden hierover of moet NOC*NSF gesplitst worden waarbij het olympisch onderdeel zelfstandig verder gaat? Wat wordt de rol van de politiek en met name die van de Tweede Kamer? In het hele rapport wordt hier nauwelijks aandacht aan besteed. Aan de ene kant begrijpelijk, want het gaat primair in het onderzoek naar de keuze van de stad. Aan de andere kant was het goed geweest hier wel een passage over op te nemen, omdat bij het geven van financiële steun door de regering - of wetgeving - de Tweede Kamer het laatste woord heeft.

Daarom: nog een paar slagen maken
Er zijn veel positieve ontwikkelingen op het gebied van de sport. Er wordt meer en beter samengewerkt om doelen te bereiken: gemeenten stimuleren sportbeoefening, investeren in accommodaties en leefomgeving; de scholen – en met name het PO – zouden nog wat meer kunnen doen door het aantal uren lichamelijke opvoeding uit te breiden. In dat kader is het een prima initiatief van de regering om in te zetten op sport, bewegen en gezonde leefstijl waarbij de PO-raad, VO-Raad en MBO-Raad bestuurlijk verantwoordelijkheid nemen. Zo kan ook het plan van de KVLO - om in te zetten op beweegteams in en rond de school zodat kinderen goed leren bewegen in een pedagogische en veilige context - uitgevoerd worden.

Ergens moet een zekere mate van reflectie, onafhankelijkheid zijn omdat ‘wij’ natuurlijk in onszelf geloven en die ‘self fulfilling prophecy’ ook van ons afstraalt, kijk naar de congressen en bijeenkomsten. Het is nu de tijd om een Autoriteit voor de Sport of een Raad voor de Sport in te stellen, waar de Tweede Kamer al diverse keren op heeft aangedrongen. Onderzocht zou kunnen worden of het Olympisch Vuur hiertoe getransformeerd kan worden. Immers, het Olympisch vuur is niet een uitvoerder, dat zijn NOC*NSF, sportbonden, en vele anderen. Zij zijn er voor het meedoen, het presteren en de evenementen. Daarnaast is NOC*NSF er voor de organisatie van de Olympische Spelen. Daarom pleit ik voor een onafhankelijke autoriteit die gevraagd en ongevraagd advies kan geven, zowel aan beleidsmakers als sportorganisaties en anderen, waardoor belangenverstrengeling wordt tegengegaan en de transparantie kan worden vergroot.
Daarmee wordt ook de irritatie van zowel het Olympisch Vuur als NOC*NSF, over het op elkaars terrein begeven, weggenomen.

De Tweede Kamer moet in het proces worden meegenomen. Dat is tot nu toe onvoldoende gebeurd, en het argument dat ‘we alleen zaken doen met het kabinet’ geeft aan dat men de democratie in Nederland ondergeschikt vindt. Een verkeerde veronderstelling. Maar ook de Tweede Kamer laat zich zelf onvoldoende gelden. Zij zou het initiatief moeten nemen door het Olympisch Plan als ‘Groot Project’ aan te merken en periodiek een overleg voortgang Olympisch Plan op haar agenda te zetten. Ze kan mensen uitnodigen om haar van informatie te voorzien, kan op werkbezoeken gaan en kan ook zelf onderzoek doen. Deze werkwijze heeft in de jaren rondom de organisatie van het EK voetbal in 2000 uitstekend gewerkt tot grote tevredenheid van zowel de Tweede Kamer, het kabinet als het organisatiecomité onder leiding van Harry Been. Zo ontstond een ‘vereniging van doelen en niet een deling’. Wellicht kan het wenselijk zijn om alle wettelijke zaken die met sport te maken hebben te bundelen en te kijken waar knelpunten liggen waar eventueel wettelijke zaken noodzakelijk zijn, kortom een Kaderwet Sport.

Tot slot. Het woord draagvlak komt met regelmaat voor. Ik wil het omdraaien: bind de mensen. Er zijn ruim 4,5 miljoen georganiseerde sporters. Ik zou zeggen: word individueel lid van het Olympisch Vuur voor 1 euro per jaar. Bedrijven: zet het logo op uw briefpapier en naast uw naambordje, doneer 1 euro per werknemer. Er liggen heel veel mogelijkheden en ik hoop dat we met elkaar in staat zijn om een aantal stappen te zetten waardoor er een optimaal resultaat voor onszelf geboekt kan worden, met of zonder de Spelen van 2028.

Geraadpleegde bronnen:
- Interdepartementale werkgroep Olympische Spelen 1992, Nota Olympische Spelen 1992 WVC 1984
- Handelingen Tweede Kamer 1984
- Handelingen Tweede Kamer 1997
- A.T. Kearny Eindrapportage Resultaten ‘voorbereiding keuze stad’ Amsterdam 2012
- Jan Rijpstra, ‘Kandidatuur Amsterdam 1992 onder een strakke overheidsregie’, in: De Sportwereld nummer 61-62 pag. 22-27 2011

Jan Rijpstra doet onderzoek naar de relatie tussen sport en politiek en met name de rol van het Nederlandse parlement. Verder is hij voorzitter van het KVLO, de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding. Rijpstra was van 2005 tot 2008 burgemeester van Tynaarlo en daarvoor elf jaar lid van de Tweede Kamer; voor de VVD was hij gedurende die periode onder meer woordvoerder sport.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.