20 december 2012
Opinie
Rogier van Rijn weet nog dat hij voor het eerst bovenaan een extreem steile helling stond. Het was in de winter van 2002. Hij keek de diepte in. ‘Moet ik dat naar beneden skiën’, vroeg hij zich vertwijfeld af. De bergkam onder hem daalde met een kleine 55 graden. Ter vergelijking: een doorsnee zwarte piste kent een daling van nog geen dertig graden.
Extreem steil skiër Rogier van Rijn wil hellingen afdalen die op het oog onmogelijk skibaar lijken. “Het is het prettige gevoel dat je op het randje zit”, verklaart de in Frankrijk woonachtige Van Rijn zijn liefde voor extreem steil skiën. Deze liefde beklijfde onmiddellijk na die allereerste afdaling negen jaar terug. “Het gaat niet om het gevaar, niet om het feit dat elke fout dodelijk kan zijn, daar wil ik niet mee te koop lopen”, zegt hij. “Echt niet. Het is het gevoel één te zijn met de natuur, mijn hoofd helemaal leeg te maken. Facebook en niet betaalde rekeningen zijn tijdens zo’n afdaling even helemaal weg, omdat de sport zo onwaarschijnlijk veel concentratie vergt. Dat maakt het mooi.”
Extreem steil skiën is een combinatie van skiën en alpinisme. Wie extreem steile hellingen wil afdalen, zal eerst het traject omhoog moeten klimmen met ski’s op de rug. Want extreem steil skiën doe je niet op geprepareerde pistes waar het dringen is voor de liften. Sterker nog: is een afdaling eenmaal door een paar extreme skiërs gedaan, dan is hij daarna voor anderen een tijdje onbegaanbaar. “De sneeuw is dan op te veel plekken weggeschoven”, legt Van Rijn uit. Zonder sneeuw geen perfecte grip, en zonder grip is extreem steil skiën letterlijk levensgevaarlijk.
Het voordeel van omhoog klimmen is dat je van dichtbij kunt zien of de sneeuw overal op de wand goed is. Dat is belangrijk, want op de steilste stukken glijdt de extreem steil skiër niet meer door de bochten, maar springt hij van de bergwand af en draait hij in de lucht zijn ski’s 180 graden, om vijf meter lager opnieuw haaks op de helling neer te komen, met zijn ski’s in de andere windrichting. Zou hij de punten van zijn ski’s ook maar even naar het dal draaien, dan gaat hij direct veel te snel.
Eén keer ging het mis. “Een heel dun laagje sneeuw verborg een ijsplaat op de helling. Ik had het niet gezien.” Van Rijn en zijn vriendin gingen beiden onderuit. Van Rijn kwam in zijn rollende val relatief snel tot stilstand. Zijn vriendin eindigde echter pas 250 meter lager. “Ze had een aantal vrije vallen van wel vijftien meter”, vertelt Van Rijn. “Ze mag blij zijn dat ze nog leeft.”
Een sleutelbeen bleek gebroken, net als enkele ribben. Ook had ze een stevige hoofdwond. Maar reddingsbrigades waren in geen velden of wegen te bekennen. De pijn verbijtend moesten de twee – ook Van Rijn had enkele ribben gebroken – uren teruglopen en -skiën naar het dichtstbijzijnde dorp. “Om tien uur ‘s ochtends gebeurde het, pas tegen middernacht zaten we in een kliniek.”
Ondanks dit soort verhalen, vindt Van Rijn het vervelend als zijn sport wordt afgeschilderd als een hobby voor roekeloze waaghalzen. “Het gaat er juist om de risico’s goed in te schatten, om ook nee te kunnen zeggen, om afdalingen halverwege te staken als ze te gevaarlijk worden”, zegt hij.” Ik wil ook gewoon elke avond weer gezond en levend thuiskomen. ” Daarbij: dalen wielrenners niet ook met gevaar voor eigen leven, met negentig kilometer per uur, Alpe d’Huez af?
Toch is extreem steil skiën slechts voor een select gezelschap weggelegd. Niet alleen omdat je stalen zenuwen moet hebben, maar ook omdat je skitechniek perfect moet zijn en je een enorme kracht in je bovenbenen moet ontwikkelen. Door al het springen is extreem steil skiën loodzwaar. Van Rijn schat dat slechts een handjevol Nederlanders de sport beoefent. In heel de Alpen zijn het er een stuk of duizend. De meeste extreem steil skiërs zijn mediaschuw. Hun afdalingen zijn ook niet gemakkelijk te filmen – journalisten zouden dan zelf mee moeten op de levensgevaarlijke afdaling.
Genoegen haalt Van Rijn vooral uit het idee dat hij hellingen die op het oog nauwelijks skibaar lijken toch weet te bedwingen. Bij voorkeur in een mooie lijn. “Als je eenmaal beneden staat en achterom kijkt naar zo’n steile bergwand, waarvan je zou zeggen dat eigenlijk alleen ijsklimmers hem kunnen bedwingen, en je ziet daarop jouw spoor door de sneeuw slingeren, dan geeft dat veel voldoening”, zegt hij enthousiast. “En als ik zomers langs zo’n berghelling loop en er ligt minder sneeuw, wat de helling nog ongenaakbaarder maakt, ja dan kan ik echt nog altijd nagenieten.”
Niels Posthumus (1981) is sinds november 2012 correspondent in Zuid-Afrika voor dagblad Trouw. Eerder werkte hij voor Trouw als onder meer sportverslaggever. Een aangepaste versie van dit artikel verscheen begin 2012 ook in die krant. Voor meer informatie: n.posthumus@yahoo.com
Klik hier voor het Kerstverhaal dat Niels Posthumus in 2011 publiceerde op Sport Knowhow XL: ‘Dromen over een wielerleven op weg naar school’
Klik hier voor het Kerstverhaal dat Niels Posthumus in 2010 publiceerde op Sport Knowhow XL: ‘Abou is slechts verslaafd aan de bal’Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.