4 februari 2025
Opinie
door: Joscha de Vries
Mijn grote thema voor 2025 is ‘van plannen en praten naar doen’. De uitvoering versterken. Ik ben nu ruim vier jaar betaald sportbestuurder. En ik geniet er elke dag van. Ik fiets en loop door ‘mijn’ stad en leer Utrecht elke keer beter kennen. Ik zie waar de ruimte voor sport en sporters schaars is, en ik zie op veel momenten op de dag ook waar juist onverwachts ruimte is en ontstaat.
Zo verken ik hardlopend prachtige plekken als de Oosterspoorbaan en de route over de Dafne Schippersbrug. En zie ik potentieel in prachtige plekjes in de dop, zoals de Kwekerij en de kansen voor sportpark Nieuw Welgelegen en sportpark Transwijk. Ik praat met partners uit diverse beleidsdomeinen over de kansen van sporten en bewegen. En mét partners en collega’s werk ik aan het verder professionaliseren van de sport. Plezier voorop, pedagogisch, veilig en breed motorisch: laagdrempelig waar dat nodig is en uitdagend waar het kan.
Ik kom veel bij sportclubs, maar ook bij andere organisaties in de stad. Bedrijven, corporaties, onderwijsinstellingen, zorginstellingen, politie, de gemeente, de provincie. En iedereen wil die stad nóg mooier maken. En ook voor íedereen mooier maken. En toch…
...krijg ik regelmatig een knoop in mijn maag of de stad nu echt beter wordt van mijn inzet. Want hoe overtuigd ik ook ben en hoeveel kansen ik ook zie, in alle eerlijkheid vraag ik me steeds vaker af of ‘de sport’ nu eigenlijk wel beter wordt van mijn harde werken. Van mijn denken, mijn praten, mijn overtuigen en mijn netwerken. En nu ik de laatste tijd naar aanleiding van de zorgen over bezuinigingen landelijk en lokaal regelmatig om me heen kijk, zie ik dat met mij heel veel andere sportprofessionals denken, praten, onderzoeken en bijeenkomen. Sportprofessionals die relatief duur zijn. In elk geval duur ten opzichte van de uitvoerders bij de clubs en in de stad. En de budgetten die gemoeid zijn met onze inzet komen natuurlijk niet rechtstreeks ten goede aan de sportclubs in de stad of de sportende bewoner.
Ik begin me steeds vaker fundamentele vragen te stellen: zijn de sportclubs al vitaler geworden sinds mijn komst? Is het sportaanbod al professioneler en veiliger dan vier jaar terug? Lukt het onze buurtsportcoaches, waarvan we er steeds minder hebben per inwoner, daadwerkelijk méér kinderen te bereiken? Ik twijfel daar aan. Ik twijfel of de euro’s aan mij besteed niet beter in de uitvoering gestopt kunnen worden. En dat geldt ook voor alle euro’s die naar bonden gaan, naar beleidsmedewerkers, naar bestuurders, naar allianties, fondsen en projectleiders. Want wat een hoop geld gebruiken we met z’n allen landelijk en lokaal om te bedénken wát we kunnen doen in de uitvoering en hóe we dat zo goed mogelijk kunnen doen. Heel veel tijd en geld besteed, zonder ook nog maar een uur (extra) in de uitvoering te hebben.
Naarmate ik aan meer tafels zit, te praten over ‘hoe we iedereen aan het sporten en bewegen krijgen’, ben ik me steeds bewuster dat het geld al op gaat aan die tafels. Er is al niet veel geld voor sport. En die inzet levert nog geen winst op: sportclubs kunnen geen professionele trainers betalen, veel mensen kunnen een sportlidmaatschap niet betalen. Wij, sportbestuurders en sportprofessionals, besteden beschikbaar budget aan tafel. We (laten) onderzoeken hoeveel mensen wel en ook niet sporten, wat de consequenties zijn van niet sporten en bewegen, we praten over ‘hoe we iedereen in beweging krijgen’. We schrijven beleidsnotities. Geven antwoord op kritische vragen van politici. Praten over de kansen om in te zetten op sporten en bewegen en daarmee de stijgende zorgkosten het hoofd te bieden.
En ik voel aan alles dat de investering in het denken, in míjn denken, zich nog niet terug vertaalt in meer sporten, in meer vaardigere bewegers, in mínder zorgkosten. En dat voelt niet goed.
Met de intenties achter alle initiatieven, bijeenkomsten en overleggen is niets mis. Met de mensen ook niet. Het gaat keer op keer om goede mensen, met de beste intenties, die hard werken om vanuit hun positie een bijdrage te leveren aan de doelstelling om ‘meer mensen op een goede manier te laten sporten en bewegen’. Het ministerie van VWS geeft op haar site aan dat ‘de overheid met sportbeleid mensen die in armoede leven de kansen kan geven om te sporten’. Zij stelt hiervoor zelf beleid op en subsidieert meerdere organisaties om dit daadwerkelijk mogelijk te maken. NOC*NSF werkt met de sportbonden aan de ambitie ‘het sportiefste land ter wereld te worden’. En in de lokale sport- en beweegnota staat de breed gedeelde ambitie alle inwoners in beweging te krijgen. Aan de ambities en goede intenties ligt het niet. De knoop in mijn maag gaat over: ‘praten we niet te veel en doen we niet te weinig?’. Sterker nog, soms zie ik sportbestuurders, projectleiders, beleidsmedewerkers bijna in vergadering als van Hoveniersbedrijf Meeuwissen zitten; we hebben mooie plannen en ambities, maar helaas moeten we bezuinigen. We zien ons genoodzaakt de uitvoering verder te verschralen.
Het is hoog tijd om de kern van ons werk centraal te stellen. Dus, als het om sporten en bewegen gaat, dan hebben we het over trainers en coaches bij sportclubs, op school, op de pleintjes en in de parken. Over clubs en verenigingen. Over plekken om te sporten en bewegen. Over kinderen enthousiasmeren voor sporten door ze maandelijks kennis te laten maken met diverse sporten. Over leden werven. Over sportevenementen organiseren voor inwoners van de stad, over mensen toeleiden naar passend sport- en beweegaanbod. Over in gesprek gaan met leden van sportclubs die hun lidmaatschap opzetten. Over een wandeling maken met mensen, die zonder een beweegmaatje op de bank blijven zitten. We hebben het over voorbeeldgedrag. Voorbeeldbedrag van sporters, maar ook van leerkrachten, ouders, zorgprofessionals. Sporten en in beweging komen dus!
We weten meer dan genoeg en we hebben meer dan genoeg creatieve ideeën om veel meer mensen dan nu daadwerkelijk te infecteren met sporten en bewegen. En we weten ook steeds beter wat het maatschappelijk rendement daarvan is. Of ons eigen rendement als beleidsmakers en bestuurders in de sport net zo hoog is, betwijfel ik. Ik ga in mijn eigen agenda echt sturen op ‘waar wordt de uitvoering nu echt direct beter van’. En ik hoop dat de lezers van deze column hetzelfde gaan doen.
Just do it…
Joscha de Vries is directeur-bestuurder bij SportUtrecht. Eerder was zij werkzaam als organisatieadviseur en verandermanager vanuit haar eigen bureaus Hiemstra & De Vries en later Assist4Sport. Vanuit die bureaus werkte zij aan opgaven in de publieke sector in het algemeen en vanuit Assist4Sport in de sport in het bijzonder. In nevenfuncties was en is zij al langer actief als bestuurder in de sport.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.