Voor sport, vaderland en oranjeVoor 2014 maak ik me geen enkele illusie: de wereld zal niet beter of slechter worden. Wat ik als sporthistoricus wél graag wil, is om die wereld wat begrijpelijker of leuker te maken met nieuwe inzichten. Mijn vraag voor 2014 is wat de sportgeschiedenis ons vertelt over onze nationale identiteit. 
Samen met Jan Rijpstra werk ik al een jaar aan het project ‘Voor sport, vaderland en oranje’. Het is een zoektocht naar de identiteit van onze samenleving sinds koningin Wilhelmina, waarbij we gebruik maken van onze kennis van sportgeschiedenis. In 2014 willen we onze eerste resultaten tonen, in samenwerking met het Koninklijk Huis Archief.
Ons uitgangspunt is een huldeblijk in 1898 op het Haagse Clingendaal, dat de Nederlandse sport voor koningin Wilhelmina verzorgde (en waarbij ze persoonlijk aanwezig was). Ook kreeg de vorstin een prachtig sportalbum aangeboden, dat daarna in het Koninklijk Huis Archief werd opgeborgen. Dit album willen Jan en ik opnieuw uitgeven, waarvoor we de persoonlijke toestemming hebben gekregen van koning Willem-Alexander. Zo kan iedereen eindelijk eens zien hoe dat eruit ziet, omdat het sinds 1898 het archief niet meer heeft verlaten. Op de site van het Koninklijk Huis kan je overigens wel een glimp opvangen, zie
hier.
Dit huldeblijk is zo bijzonder voor onze geschiedenis, omdat het de eerste keer was dat de Nederlandse sport op deze schaal op nationaal niveau samenwerkte – veertien jaar vóór de oprichting van het NOC. Het is daarom heel interessant om uit te zoeken hoe die sportpioniers naar zichzelf keken. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen in de sport van 1898 en nu? En wat voor soort mensen waren dat toen eigenlijk? Was dat de oude elite met stambomen tot in de Gouden Eeuw of treffen we hier al de eerste contouren aan van de moderne samenleving van de twintigste eeuw? Het gaat dus niet alleen over sport, maar over Nederland, want wie op deze manier naar sport kijkt, bestudeert de ruggengraat van onze samenleving.
Wat was bijvoorbeeld de rol van baron A. van Brienen van de Groote Lindt (1839-1903), de eigenaar van landgoed Clingendaal? Als voorzitter van de Nederlandse Harddraverij en Renvereeniging speelde hij een hoofdrol bij het Huldeblijk, want op zijn landgoed toonden de sportbonden zich aan de koningin. Ook zal de baron het directe contact tussen sport en koningshuis hebben verzorgd, want hij was kamerheer van koningin Wilhelmina en daarvoor ook al van Willem III.
Niemand heeft ooit onderzocht wat deze sportpioniers hebben betekend voor sport, vaderland en oranje. In 2014 moeten dan eindelijk eens de eerste bouwstenen worden gelegd.
Jurryt van de Vooren (1969) verzorgt als sporthistoricus de website Sportgeschiedenis.nl. Hij werkt voor het Olympisch Stadion Amsterdam, VPRO Geschiedenis, Sport & Strategie en werkte voor Nu.nl, het Stadsarchief Amsterdam, Radio 1 en verschillende hogescholen. In de afgelopen jaren heeft hij enkele boeken over sportgeschiedenis gepubliceerd, waaronder 'De Mannen van '63' en 'En toen was er sport'. Tot slot is hij Feyenoordfan in Amsterdam.