8 december 2009
Opinie
door: Loek Jorritsma
Met de organisatie van de Olympische Spelen 2000 in Sydney heeft Australië niet alleen bewezen een groot sportland te zijn op sportief gebied. Ook organisatorisch heeft het succesvol aan de weg getimmerd. Veel landen die zich oriënteren om mondiaal op het hoogste sportieve en organisatorische niveau mee te doen hebben daarom meer dan eens een studiebezoek aan dit continent gebracht. Dat geldt ook voor Nederland. De jongste visite van een Nederlandse delegatie was maart 2006.
In het verslag van dat bezoek komt de juridische verankering van de sport in Australië niet aan de orde. Mede gelet op de aandacht die in de Tweede Kamer werd en wordt gevraagd voor een ‘sportwet’ en een ‘sportautoriteit’ lijkt me dat een gemiste kans. Dat geldt ook voor de discussie over de mogelijke kandidatuur voor de organisatie van de Olympische Spelen in ons land in 2028. Want ook daarvoor zal een of andere juridische verankering noodzakelijk zijn. Een eenvoudige verwijzing naar de regeling voor het topsportevenementen en -accommodatiebeleid zal hoogstwaarschijnlijk niet kunnen volstaan. Maar een gemiste kans is nog geen verloren wedstrijd. Voor een inhoudelijke voorbereiding op het volgende bezoek aan Australië mag daarom de volgende informatie over dit onderwerp dienen.
Juridische verankering Olympische Spelen Sydney 2000
Laten we beginnen bij de Olympische Spelen van 2000. De structuur voor de organisatie van de Olympische Spelen was gebaseerd op een samenwerkingsverband tussen de drie niveaus van de Australische samenleving, te weten de overheid van New South Wales (NSW), het bedrijfsleven en de Australische en internationale Olympische sportbeweging. Het Sydney 2000 team werd geleid door Michael Knight, een minister uit het kabinet van de overheid van New South Wales. Speciaal voor de Olympische Spelen werd in 1993 de Sydney Organising Committee for the Olympic Games Act 1993 in het leven geroepen. De organisatorische structuur werd liefkozend het ‘Sydney model’ genoemd. Dit Sydney model bestond uit de Sydney Organising Committee for the Olympic Games (SOCOG), de Olympic Co-ordination Authority (COA) en de Olympic Roads en Transport Authority (ORTA). Deze organisaties waren alle drie ‘Agentschappen’ van de overheid van NSW.
Sleutelelementen van het Sydney model:
• De Spelen zijn financieel gedekt door de Overheid van New South Wales (NSW)
• Er bestaat een formeel en expliciet samenwerkingsverband tussen het Organisatie Comité, de NSW en de Commonwealth van Australië
• De erkenning van de beperkingen van het Organisatie Comité om alle bronnen die nodig zijn voor de organisatie van de Spelen zelf te kunnen aanboren
• Het inrichten van specifieke organisaties zoals OCA, ORTA, het Olympic Security Command Centre (OSCC) om deze specifieke taken uit te kunnen voeren
• Een krachtige coördinatie van de overheid van NSW en het Commonwealth Government, zo goed als mogelijk gesteund door wet- en regelgeving
• Een geplande en gestructureerde benadering van de ruimtelijke ordening
• Voorbereiden van en rapporteren over het beschikbare Olympische budget
• Een gecoördineerde en gestructureerde tijdsplanning via de Games Coördination Group onder leiding van Michael Knight.
Bij het bid voor de Spelen waren er een tweetal afspraken vastgelegd: De eerste was dat alle onderdelen van het bid - inclusief het bouwen van alle voorzieningen - door de regering van NSW zouden worden gerealiseerd. De tweede was dat eventuele verliezen van de Games door de regering van NSW zouden worden gedekt.
Voor de overheid van NSW reden genoeg om via wet- en regelgeving en een strikte monitoring het Sydney-model aan te sturen: De SOCOG Act. Daardoor viel, ook wat betreft de financiën, het organisatiecomité onder de Public Finance and Audit Act, de Annual Reports Act, de Freedom of Information Act, de Independent Commission Against Corruption Act en de Ombudsman Act.
Het is misschien ook goed om te weten dat onderdeel 54 van de SOCOG Act er in voorzag dat een overschot van de Spelen voor 10% ten goede zou komen aan het AOC, 80 % voor de sport van het gastland en 10% aan het IOC.
Na de verkiezingen van 1995 werd de Olympic Co-ordination Authority Act 1995 (OCA) vastgesteld. Daarmee werden voor OCA twee taken bij wet geregeld. De eerste was de realisering van álle Olympische voorzieningen, niet alleen voor de Spelen (incl. die van de Gehandicapten) maar ook voor de lange termijn, de periode ná de Spelen. De tweede taak was de coördinatie van alle zaken die de overheid betroffen.
De volgende wetgeving was die inzake het transport bij de Olympische Spelen. Om te voorzien in een zo goed mogelijke infrastructuur en vervoer – ook voor ná de Spelen - werd de Olympic Roads and Transport Authority Act 1998 vastgesteld. Onder andere studie van de vervoersproblematiek te Atlanta leidde tot dit besluit.
De laatste plooien op het gebied van de ruimtelijke ordening en verder publiek gebruik van de betrokken ruimte werden nog gladgestreken via de Home Bush Bay Operations Act 1999.
Voor een goed begrip dient nu verder dat deze wetgeving niet steeds uit de lucht kwam vallen en dat de specifieke juridische verankering van de sport daarvoor weinig tot niets voorstelde.
Het tegendeel is waar. Want in 1989 was inmiddels al de Australian Sports Commission Act 1989 in het leven geroepen.
Algemene juridische verankering van de sport in Australië
De Australian Sports Commission Act 1989 voorziet in de realisering van een ‘Sport Commissie’ conform de Commonwealth Authorities and Companies Act 1987. Vergelijk het met een ‘autoriteit’ zoals aan de orde in de discussie over een ‘sportautoriteit’ of een ‘commissariaat’ zoals bij het Commissariaat voor de Media. Met het instellen van deze Commissie wordt beoogd:
• te zorgen voor regie (leadership) in de ontwikkeling van de sport in Australië;
• het stimuleren van deelname aan sport en het verbeteren van de sportprestaties door Australiërs;
• te zorgen voor bronnen, diensten en faciliteiten om sportief hoogbegaafde Australiërs te begeleiden bij hun persoonlijke ontwikkeling (vrij vertaald);
• het verhogen van de kwaliteit van de trainer/ coaches om de sportieve mogelijkheden van Australiërs te verbeteren;
• te voorzien in samenwerking op het gebied van sport tussen Australië en andere landen;
• het aanmoedigen van de private sector om aanvullend bij te dragen aan de financiering van de sport.
Wat betreft de functies van de Commissie kan hier worden volstaan met verwijzing naar Paragraaf 7 op pagina 4 en 5 van de betrokken wet (apart bijgevoegd). Wat wel blijkt is dat de Commissie belangrijke taken en vergaande bevoegdheden heeft. Zie daarvoor ook Paragraaf 8 op de pagina’s 6 en 7.
Met deze wet werd verder vastgelegd dat de Australian Olympic Federation Incorporated, zoals die vanaf 24 april 1985 onder de Associations Incorporated Act 1985 van Victoria viel, verder door het leven ging onder de naam Australian Olympic Federation. En de Commissie zou het Australian Institute of Sport worden genoemd. Daarnaast werd er in voorzien dat de Australian Sports Aid Foundation (van 18 februari 1986) voortaan door het leven zou gaan als de Australian Sports Foundation. Taak van deze organisatie is de werving van fondsen voor de ontwikkeling van de sport in Australië. In de wet wordt in de Hoofdstukken 3 en 4 vervolgens ruim aandacht besteed aan de structuur van de commissie en de verdere taken op het gebied van strategische planning en het maken van jaarplannen. Voorts worden (Hoofdstuk 5) de taken en bevoegdheden van de directeuren vastgelegd en in hoofdstuk 6 die van de staf en van de adviseurs en in hoofdstuk 7 worden de financiën geregeld.
Voor de discussie over de positie van ‘de sport’ en het belastingregime is het van belang te weten dat in Hoofdstuk 7 onder paragraaf 50 wordt gesteld dat de inkomsten, eigendom en transacties van de Commissie geen onderwerp zijn van belastingen (inclusief de belastingen zoals genoemd in de Debts Tax Act 1982). En in paragraaf 51 vinden we terug dat deze uitzondering ook geldt voor de Australian Sports Federation.
Hoofdstuk 8 behandelt dan tenslotte een aantal aanvullende zaken zoals die omtrent het beheer van de gelden van de Commissie, de delegatiebevoegdheid en het anti dopingbeleid.
Erkenning van nationale organisaties op het gebied van de sport
De Commissie kan organisaties erkennen als nationale organisaties op het gebied van de sport. Daartoe zijn criteria vastgesteld. De eerste is of de activiteit van de betrokken organisatie voldoet aan de definitie van sport.
Die luidt: “A human activity capable of achieving a result requiring physical exertion and / or physical skill which, by its nature and organisation, is competitive and is generally accepted as being a sport.”
Voorts is het vraag of de organisatie voldoet aan het criterium dat het de ‘pre – eminent’ (te vertalen als ‘dominant’ of ‘bij uitstek’) organisatie is die verantwoordelijkheid neemt voor de ontwikkeling van de sport. En zo een aantal vragen voorts. Vergelijkbaar met vragen zoals die in ons land worden gesteld een de landelijke organisaties op het gebied van de sport.
Ondersteuning bij erkenning
Indien een organisatie conform wordt erkend kan ze rekenen op de steun van de Australian Sports Commission. De betrokken organisatie mag gebruik maken van de woorden: “The Australian Government, through the Australian Sports Commission, recognises (insert organisation name) to develop (insert sport) at all levels in Australia”. Dit als het gaat om steun van de betrokken regionale overheden, maar ook ten opzichte van bijvoorbeeld verzekeringsmaatschappijen. Ook komt de organisatie op de adreslijst voor alle uitnodigingen op het gebied van de sport, toegang tot het Nationale Sport Informatie centrum en accreditaties.
Momenteel worden er ongeveer 84 organisaties erkend als nationale organisaties op het gebied van de sport, inclusief die op het gebied van de sport voor gehandicapten. Van die 84 organisaties ontvangen er 68 financiële ondersteuning van de Commissie.
Conclusies en aanbevelingen
• Het is een gemiste kans dat de Nederlandse delegatie die in maart 2006 een studiebezoek aan Australië heeft gebracht, geen onderzoek heeft gedaan naar de juridische verankering van de sport en de daarbij behorende organisatorische infrastructuur in dat werelddeel. Met name tegen de achtergrond van het feit dat de Tweede Kamer reeds enkele jaren achtereen de minister van sport aandacht heeft gevraagd voor ‘een sportwet’ en de mogelijke inrichting van ‘een sportautoriteit’.
• Een eerste voorlopige studie zoals deze rechtvaardigt een nieuw bezoek en dat wél aandacht aan dit dossier wordt besteed.
• Belangrijkste vraag daarbij is dan of, en zo ja, in welke mate, deze verankering en deze infrastructuur bepalende succesfactoren zijn voor rijksoverheidsbeleid.
• Vooruitlopend op het antwoord op deze vraag is het – tegen de achtergrond van Australië - aan te bevelen serieus in kaart te brengen welke juridische verankering van het sportbeleid in ons land gewenst is en welke aanpassingen van de organisatorische infrastructuur dan zouden dienen te worden doorgevoerd.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.