22 oktober 2024
Opinie
door: Jeroen Weijermars
Een behoorlijk deel van Nederland heeft bijna een jaar geleden ‘anders’ gestemd dan het zo vertrouwde ‘redelijke midden’. Inmiddels weten we wat dat betekent: een op zijn minst bijzonder te noemen kabinet, waarvan het iedere dag de vraag is of het er morgen nog wel zit. De huidige stuurlui lijken niet veel op te hebben met cultuur, en misschien nog minder met sport. Zoals voor de zomer voorspeld in mijn vorige bijdrage aan dit platform, stond toute Den Haag te juichen tijdens de huldigingen van ‘ons’ Team NL tijdens de Olympische Spelen in Parijs. De troonrede ving er zelfs mee aan. Maar daarna werd in dezelfde speech duidelijk dat de ook de sportsector niet aan lastenverzwaring en een pakket kostenverzwarende maatregelen ontkomt.
De sportsector ziet zich uiterlijk 2026 geconfronteerd met drie maatregelen. Het effect ervan lijkt te overzien, maar de impact voor de georganiseerde sport wordt onderschat. Waar hebben we het eigenlijk over?
1. Er geldt straks niet meer voor de gehele sector een verlaagd btw-tarief;
2. De regelingen Brede SPUK en SPUK Stimulering Sport worden verplaatst en gekort;
3. De kansspelbelasting gaat omhoog.
In eerste instantie lijken de sportverenigingen door de drie voorgenomen maatregelen niet al te veel onder vuur te komen liggen. Maar uiteindelijk zullen ook zij de consequenties van met name maatregel één en drie voelen. Natuurlijk wijzen alle vingers naar Den Haag. In deze tijd is het makkelijk om de schuld in die richting te schuiven, want eerlijk is eerlijk: er lijkt daar niet veel goed te gaan. Maar we moeten ook kritisch zijn over het verleden. In het ‘Rutteriaanse’ tijdperk klotste het geld ook niet bepaald tegen de plinten in de sportsector. De toenmalige regeringspartijen kozen niet voor een sportwet, want dat leverde verplichtingen op, maar voor pappen en nathouden. In het neoliberale denken van die tijd was er geen structurele visie op sportbeleid. Zelfs niet als je doorrekende dat een sportende natie op de lange termijn gezonder is en minder zorgkosten maakt. Zoiets rendeert pas over tientallen jaren en daar win je in het hier en nu geen stemmen mee.
Het omzien naar het verleden heeft beperkte zin. En kijkend naar de toekomst weten we één ding bijna zeker: zolang de huidige ministersploeg in Den Haag aan het roer zit, lijkt de BTW-verhoging van 9% naar 21% snel de nieuwe norm te worden. Critici beweren dat deze belastingstijging vooral een zware tol zal eisen bij de sportscholen en fitnesscentra. Hun dienst wordt duurder zonder dat daar iets extra’s voor terugkomt. En dat lijkt op zichzelf logisch. Want fitnessclubs, sportscholen en andere commerciële sportaanbieders die hun klanten wel ‘leden’ noemen, maar waarbij ze in feite gewoon consument zijn en weinig toegevoegde waarde creëren, kunnen zeer waarschijnlijk een dip verwachten en enige terugloop is te voorzien. Al zal die van korte duur zijn, omdat de consument vaak snel gewend raakt aan nieuwe prijzen.
Klap met vertraging
Sportverenigingen ontspringen in eerste instantie de dans van de BTW-verhoging. Maar voor hen komt de klap met enige vertraging en ‘van boven’. Immers doordat de kansspelbelasting stijgt, in twee jaar tijd van 30,5%, naar 37,8% heeft dat gevolgen voor hun bonden. Want een belangrijk deel van de gokopbrengsten in Nederland gaat richting sportkoepel NOC*NSF. Deze koepel wordt momenteel gefinancierd door de Nederlandse Loterij en financiert vanuit (onder meer) dat budget vervolgens 77 sportbonden en 25.000 verenigingen die de amateursport en topsportprogramma’s ondersteunen. Als de loterijen meer belasting moeten afdragen, kunnen ze minder investeren in de sport en zo is er uiteindelijk minder geld beschikbaar voor de bonden. Het watervaleffect mag duidelijk zijn. Wanneer de bonden minder geld ter beschikking hebben, krijgen daar in een tweede golf ook de sportverenigingen met de daaruit voortvloeiende consequenties te maken.
Topsportprogramma’s, promotieprogramma’s, arbitrageprogramma's en meer landelijke campagnes kunnen met slinkende budgetten niet meer of verminderd worden uitgevoerd. Dat betekent dat de budgetten hiervoor via de verenigingen gevuld moeten worden. En de gevolgen laten zich raden. De bondsbijdrage per lid gaat omhoog bij gelijkblijvende ambities. Mijns inziens zullen er daardoor niet veel leden afhaken bij hun sportvereniging. Dat heeft alles te maken met de meerwaarde van de vereniging. Het kan niet vaak genoeg worden gezegd: een sportvereniging is meer dan een plek waar men samenkomt om te sporten. Het is een ontmoetingsplaats waar leden, jong en oud, elkaar treffen en een gevoel van gemeenschap ervaren. Het verbindt mensen met een gedeelde passie, en die binding heeft weer positieve effecten op de sociale cohesie binnen de vereniging en vaak ook in de buurt. Een sportvereniging biedt, naast de sport zelf, een toegevoegde waarde die niet in euro's uit te drukken is. Je zou kunnen zeggen dat een neoliberaal die waarde zou willen uitdrukken in geld, maar een verenigingslid ervaart die waarde op een heel andere manier. Die zit niet in de portemonnee, maar in het gevoel van saamhorigheid en het plezier van samen iets doen.
We zagen dat ook tijdens de coronaperiode: mensen bleven hun contributie betalen, zelfs toen er nauwelijks activiteiten waren. De meeste leden bleven trouw aan de club, uit vrije wil, zonder dat daar een directe tegenprestatie tegenover stond. Dat zie je niet snel gebeuren bij commerciële dienstverlening.
Is er dan geen vuiltje aan de lucht? Zeker wel. De uitdaging ligt niet zozeer bij de gemiddelde werkende Nederlander, die het doorgaans prima heeft, maar bij de kwetsbare groepen in onze samenleving. Voor hen kan een extra financiële drempel het verschil maken tussen wel of niet deelnemen aan sport. Juist de groep met een zogenoemde kleine portemonnee zal minder snel aan boord komen van de vereniging. Die drempel wordt nu alleen maar hoger. En daarmee zal deze groep de eerder beschreven meerwaarde van de sportvereniging nooit ervaren. Dat is een gemiste kans, zeker in een samenleving waar het ‘wij-gevoel’ alleen nog lijkt te worden beleefd bij nationale sportprestaties. Juist omdat sportverenigingen een sociaal bindend karakter hebben, ligt hier ongevraagd een belangrijke verantwoordelijkheid voor diezelfde verenigingen.
De barricades op...?
Sportverenigingen zullen niet zo snel de barricades opgaan. Van oudsher zijn ze vaak vooral gericht op hun eigen community. Dit is hun kracht, maar tegelijkertijd hun zwakte. Toch is het nu belangrijk om een tegengeluid te laten horen. Naast het signaal van NOC*NSF, dat landelijk duidelijk communiceert, is het aan de verenigingen om hun stem te laten horen. De boodschap is simpel: sport moet worden gezien als een basisbehoefte en niet als luxeproduct. Sport heeft een stabiele budgettering vanuit de overheid nodig en daarnaast ook een betrouwbare overheid. En juist in tijden waarin de zorgkosten de pan uitrijzen en de maatschappelijke druk op welzijn en gezondheid toeneemt, is het essentieel dat sport toegankelijk blijft voor iedereen.
Hoe kan de georganiseerde sport van zich laten horen? Het Malieveld lonkt, maar daar zijn de sportbestuurders niet zo van. Een campagne op sociale media is eenvoudig. Ik ben geen copywriter, maar laat ik een voorzet geven: 'juichen is makkelijk, maar sporten wordt steeds moeilijker'. Als verenigingen, leden en sympathisanten dit massaal delen op de bekende sociale platforms, is er mogelijk eindelijk wat aandacht van de Haagse beleidsbepalers. Deze keer dan niet voor de topsport maar aandacht voor de breedtesport en met name de sportverenigingen.
Pas als het doordringt tot de burelen in Den Haag, zullen de woorden die in de troonrede aan sport werden gewijd echt betekenis krijgen. Sport is niet alleen voor hen die het zich sowieso kunnen permitteren. Sport is met het oog op een gezonde toekomst waard om in te investeren, niet alleen in het hier en nu, maar ook voor de generaties die komen.
Jeroen Weijermars is als docent verbonden aan de opleiding Sportkunde van de Haagse Hogeschool en geeft les op het gebied van sportmanagement, -marketing en -beleid. In zijn vrije tijd vervult hij al ruim 35 jaar verschillende bestuursfuncties, met name binnen de sport. Als Chef de mission van de Stichting Sport in Beeld organiseert hij breedtesportevenementen in de regio Leiden waarmee per jaar meer dan 30.000 mensen in beweging worden gezet. Voor meer informatie: jeroen@StichtingSportInBeeld.nl of www.StichtingSportInBeeld.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.