Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Jeugdkorfbal in deze tijd

Jeugdkorfbal in deze tijd

15 maart 2016

Opinie

door: Henk Mijnsbergen

Het KNKV, de sportbond van de korfballers, zorgt doorgaans goed voor haar jeugd. Vele ouders, waarvan de kinderen lid zijn geworden van een vereniging, staan vaak positief versteld van de warmte en de goede sfeer die er gebruikelijk is. In speltechnisch opzicht wordt veel aan dacht besteed aan de jeugd. Lang voordat de jeugdige voetbalkeepers in een aangepast doel stonden, de veldafmeting en het aantal spelers overzichtelijk waren, speelden de korfbalkinderen al met passende regelgeving. Speeltijd, veldmaten, balgrootte en dergelijk zijn al heel lang aan de fysiek van kinderen aangepast. In de competitie worden per seizoen twee herindelingen van de meeste poules gemaakt. Daardoor kunnen jeugdigen binnen één seizoen beter op het passende niveau en dus uitdagender wedstrijden spelen.

Ook de reglementering en ontwikkelingen in het topkorfbal ondergingen in het laatste decennium flink wat wijziging. Daardoor is een moderne sport ontstaan. Objectieve criteria kunnen bevestigen dat het KNKV haar leden een spel aanbiedt dat hen brengt wat goede sport moet inhouden. Het imago blijft daar nog wel bij achter, maar dat zal met wat positieve hulp van mediagoeroes in de tijd misschien ook wel veranderen.

In de proeftuin, het jaarlijkse toptoernooi tussen Kerst en Nieuwjaar, worden vernieuwingen uitgeprobeerd. Zo is er een schotklok ingesteld, is door regelaanpassing het eindeloze gedoe over afstand nemen bij vrije worpen verdwenen en zijn met succes andere uitvoeringsregels bedacht om het tempo van het spel te verhogen. Later worden nieuwe regels vaak ook op andere competitieniveaus doorgevoerd.

Uitgangspunten
Tot nu toe zijn de uitgangspunten, waaraan korfbal het unieke karakter dankt, gehandhaafd:

  • Het is nog steeds gemengd. Hoe modern kan men zijn.
  • De rollen van dames en heren (zoals zij in de regels worden genoemd) zijn gelijkwaardig, maar zij mogen elkaar niet hinderen bij balbezit.
  • Er is gedwongen samenspel. De balbezitter mag slechts een doelpoging doen of afspelen en geen andere individuele actie met de bal ondernemen.
  • Het speelveld is verdeeld in twee vakken: aanval en verdediging, waarbij de spelers alleen in het eigen vak mogen vertoeven. Die situatie wisselt steeds.
  • Het doel staat in het speelveld, er kan vanuit elke positie in het aanvalsvak een doelpoging worden ondernomen en het spel gaat door, na een gemiste doelkans.
  • Balbezit is beschermd.
  • Fysiek contact is ongewenst. Bij twijfel omtrent het balbezit in een duel beslist de scheidsrechter. In het topkorfbal is er (helaas?) enige beweging in deze regel.
  • Deze basisregels maken dat er in korfbal vrijwel steeds sprake is van één-tegen-één-situaties tussen tegenstanders.
"De deelnemers aan het spel kunnen alleen door sneller, slimmer, behendiger en technisch vaardiger te zijn hun individuele meerderheid realiseren"

Van de ontwerpers van het spel zijn geen geschreven uitgangspunten te vinden. Er zou echter op grond van de regels geconcludeerd kunnen worden dat zij bij het ontwerpen van het spel hebben bedoeld eigenschappen als habitus, kracht en fysieke agressiviteit zoveel mogelijk uit te schakelen. De deelnemers kunnen alleen door sneller, slimmer, behendiger en technisch vaardiger te zijn hun individuele meerderheid realiseren. De regel voor het schieten in verdedigde positie is daarvan een treffend voorbeeld.

Speluitvoering
Het karakter van een spel en de daaruit voortvloeiende regels bepalen het spelconcept. Het uiteindelijke concept van een spel is de uitvoering die op enig moment op het toonaangevende niveau wordt gespeeld. Dat is het voorbeeld dat de richting voor opleiding en ontwikkeling aangeeft. Het is dus logisch te mogen verwachten dat de opleiders dit voorbeeld als doel voor ogen staat.

De wijze waarop de ontwikkeling gestalte wordt gegeven en de volgorde waarin dat plaatsvindt - didaktiek en methodiek - zouden dus gericht moeten zijn op het na te streven doel. De essenties van het einddoel dienen derhalve in de ontwikkeling voortdurend herkenbaar of volledig, aanwezig moeten zijn. Daarnaast is ook de inspanning als zodanig, uitgedrukt in intensiteit van het oefenen, een zeer belangrijke factor.

Vier tegen vier
Het is te prijzen dat in het KNKV voor de jonge kinderen het spelconcept 4 Korfbal (4K) is ingevoerd. Er wordt daarbij gespeeld in één vak waarin twee korven zijn opgesteld. Men speelt met vier tegen vier. Het aantal spelers is dus even hoog als normaal in één vak. Alle spelers nemen voortdurend aan de spelacties deel. Het grote voordeel is dat er bij dit spel theoretisch tweemaal zoveel spelacties worden uitgevoerd dan bij het spel in twee vakken.

Nadeel is dat er dat het spel gekarakteriseerd wordt door uitbraakacties, die in het latere eindspel nauwelijks voorkomen. Dat zou eenvoudig kunnen worden verbeterd door met één korf en 'recht van aanval' te spelen.

De argumenten om dit 4K spel in te voeren zijn volgens de bond:

  • Veel acties per kind;
  • Iedereen doet mee;
  • Spelplezier;
  • Attractief;
  • Herkenbaar;
  • Toegankelijk;
  • Veilig.

Het eerst genoemde punt is onmiskenbaar waar en objectief waarneembaar. Logisch bij vier in plaats van acht spelers per team, maar ook omdat er een tijdsdruk op balbezit is gesteld (nu tien seconden, zou best naar vijf seconden kunnen). Er wordt ook meer gescoord, dus meer reden tot juichen. De overige argumenten zijn subjectiever en kennen veel tot zeer veel overeenkomst met het tweevakkenspel.

Didactische keuzes
Door de KNKV wordt een 'handelingstheoretische visie' gehanteerd. De volgende 'principes' (ook wel didactische keuzes te noemen) worden genoemd:
1.    Plezier gaat voor winnen;
2.    Spelen gaat voor trainen;
3.    Aanvallen gaat voor verdedigen;
4.    Van makkelijk naar moeilijk.

"Plezier vóór winnen stellen is niet aan de orde"

Ad. 1: Plezier gaat voor winnen
Winnen is het hoofddoel van competitie. Het ultieme doel van competities is kampioen worden. Plezier vóór winnen stellen is daarom niet aan de orde. De honderden poules in de, door het KNKV georganiseerde competities en de regels om te bepalen wie de eerste is spreken die stelling keihard tegen.

Wel is het zinnig om de focus van kinderen - en vooral hun ouders - te richten op andere zaken die ook belangrijk zijn, zoals 'plezier', 'focussen', 'goed taken uitvoeren' en 'genieten' zoals bij positief coachen wordt benadrukt.

Ad. 2: Spelen gaat voor trainen
Trainen is effectief gebleken om sommige onderdelen van het spel intensief en in een bepaalde setting snel te leren of verbeteren. Dat daarvoor uit het spel herkenbare situaties worden gekozen is vanzelfsprekend. Fietsen leert men door te fietsen en zwemmen leert men in het water, zegt de situatieve didaktiek. In elke training spelen en met spelvormen oefenen werkt stimulerend en verhoogt het genoegen.

Ad. 3: Aanvallen gaat voor verdedigen
De winnaar van een wedstrijd is het team dat de meeste doelpunten maakt. Aanvallen is dus even belangrijk als verdedigen. Het is de afwisseling van de functies van de teams, wie niet aanvalt verdedigt en andersom. Ben Crum, coach, bondscoach en korfbalgoeroe, zei o.a. terecht: 'korfballen is doeltreffen of het voorkomen daarvan'.

"Enkele nieuwe spelregels maken het spel volslagen anders en zondigen tegen de basisprincipes ervan"

In de competitie 2014–'15 zijn voor de jongste korfballers enkele spelregels gewijzigd:

  • de regel dat niet kan worden gescoord uit verdedigde positie is verlaten;
  • er is geen onderscheid meer tussen dames en heren. Elke speler mag elke andere speler hinderen;
  • in de situatie van ruime achterstand in de score, mag tijdelijk een extra speler worden ingezet.

Dit nu maakt het spel volslagen anders en zondigt tegen de basisprincipes van het spel. Lange spelers, die verdedigd worden, kunnen probleemloos doelpogingen ondernemen. Omdat het gevolg was dat dezelfde (lange) speler bij een mislukte doelpoging vaak opnieuw eenvoudig de bal bemachtigde en weer een poging ondernam is de regel voor het volgende seizoen aangepast: een speler die zijn eigen doelpoging weer afvangt moet minimaal één keer samenspelen. De coaches zullen bevorderen dat de grote speler onmiddellijk weer wordt aangespeeld. Verder: als iedereen, iedereen mag verdedigen ongeacht geslacht wordt het spel onoverzichtelijker en dus moeilijker. Bovendien is de relatie met de eindvorm van het spel zoek. Zodra de kinderen in een hogere leeftijdsklasse gaan spelen veranderen de regels principieel.

Tenslotte is het tegen elk principe van wedstrijd en competitie om de omstandigheden tussen de deelnemers ongelijker te maken. In andere sporten (handbal, hockey, waterpolo en ijshockey) is de overtalsituatie zelfs een gevolg van tijdstraffen bij ernstige overtredingen. Liever geen beloning dus voor minder presteren of achterstand.

Geitenwollensokken
Sport wordt vaak gezien als een uitstekend middel om te leren omgaan met zaken als winnen en verliezen. Hier lijkt het erop dat men om pedagogische redenen grote nederlagen wil voorkomen. Dat voedt het 'geitenwollensokken' imago van korfbal in hoge mate. Denkbaar is dat om sommige doelen in een training te realiseren, een extra speler tijdelijk zinvol kan zijn, maar in competitieverband tart het alle gevoel van rechtvaardigheid en gelijke kansen.

Met deze laatste veranderingen schiet het KNKV het (goede) doel voorbij. Dat bleek ook toen er een evaluatieonderzoek werd ingesteld. De kwaliteit van grote delen van het onderzoek kan ernstig in twijfel worden getrokken, als de voorwaarden voor goed onderzoek zouden worden gehanteerd... Maar als van de onderzoekspopulatie die met de materie gewerkt heeft 89% zich voorstander toont van het handhaven van de verdedigingsregel en de reactie is slechts dat 'de voordelen opwegen tegen de nadelen' zonder dat de voordelen van de regel als zodanig worden genoemd, klopt er iets niet.

Het handhaven van de vier-tegen-vier-situatie gedurende de volledig wedstrijdduur is een vooruitgang. De afschaffing van kernregels waardoor het karakter van het spel verloren gaat is uiterst teleurstellend.

Karakter spel behouden
Korfbal is een uitstekend spel waaraan door de vele jaren heen mensen genieten en een hele fijne herinnering bewaren. Daarvan hoeft het karakter niet gewijzigd te worden om met de tijd mee te gaan. Veel Nederlanders genieten nog steeds van het spelen van het spel en de sfeer in de club. En dat zijn er nog altijd meer dan er leden zijn van de nationale regeringspartijen samen.

Hopelijk keert het KNKV op deze weg van dwalingen om.

Henk Mijnsbergen (1938) studeerde aan de HALO (Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding) en werkte daar later gedurende veertig jaar, als docent, conrector (vanaf 1969) en directeur (van 1989 tot 2000). Hij vervulde tal van vrijwilligersfuncties bij onder meer gymnastiek- en turnverenigingen, het KNGV (Koninklijk Nederlands Gymnastiek Verbond), korfbalclub HKC ALO, Stichting Olympisch Steunpunt Regio Den Haag, Regio Steunpunt Talent en Topsport en de gemeente Den Haag. Voor zijn (vrijwilligers)werk is Mijnsbergen onderscheiden door de HALO, KVLO, de gemeente Den Haag alsmede als Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.