Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Is de mbo student sportmanagement wel voldoende beroepsbekwaam

Is de MBO-student sportmanagement wel voldoende beroepsbekwaam?

5 november 2013

Opinie

door: Jos de Schepper

Het landschap van de beroepspraktijkvorming binnen het middelbare -en hoger beroepsonderwijs is in de laatste twintig jaar aanzienlijk veranderd. Eén van de redenen van deze verandering is dat het onderwijs dichter bij het werkveld wilde en wil aansluiten. Toch blijkt uit een recente literatuurstudie dat deze aansluiting nog steeds niet helemaal gelukt is. Waar ligt dat nou aan? Komt het omdat het leren binnen beide omgevingen (opleiding en werkveld) zo verschillend is van elkaar dat het te moeilijk is voor studenten om de transfer van theorie naar de praktijk mogelijk te maken? Of ligt er een andere reden aan ten grondslag? Is het misschien zo dat een kritisch reflectieve student sportmanagement deze vertaalslag van opleiding naar het werkveld wél kan maken? Kan een student sportmanagement überhaupt wel kritisch reflecteren? In mijn proefschrift probeer ik op bovenstaande vragen antwoord te vinden.

Uit wetenschappelijk onderzoek (Billett, 2013; Wesselink, Jong & Biemans, 2010)1 blijkt dat er nog steeds een groot gat zit tussen wat een student op de opleiding leert en wat de praktijk nodig heeft. De sfeer van een organisatie, de heersende cultuur binnen het bedrijf of de ongeschreven regels zijn niet altijd duidelijk voor een startende student binnen het stagebedrijf. Er wordt veel van een student, zeker van een derde en/of vierdejaars student, verwacht. Aangezien een vierdejaars student op het punt staat om af te studeren en verwacht wordt het werkveld in te gaan als een beroepsbekwame professional, wordt er een aanzienlijk beroep gedaan op het functioneren van de student.

De redenen om een promotieonderzoek te starten naar de invloed van kritisch reflecteren binnen de stage, lagen er vooral in om een antwoord te vinden op bovenstaande vraagstukken. In de literatuur is genoeg informatie te vinden over de voordelen van kritisch reflecteren binnen het onderwijs. Echter, er is weinig bekend wat kritisch reflecteren kan bijdragen aan het leren binnen het werkveld van sportmanagement en wat het eventueel kan bijdragen aan de organisatie waarin stage gelopen wordt.

Aan elke MBO-Opleiding Sport en Bewegen (met het uitstroomprofiel Operationeel Sport -en Bewegingsmanager niveau 4) in Nederland werd bij de start in 2011 de mogelijkheid geboden deel te nemen aan dit onafhankelijk landelijk wetenschappelijk onderzoek. Van de vijfentwintig MBO-opleidingen Sport en Bewegen (SB), die het uitstroomprofiel 'Operationeel Sport- en Bewegingsmanager' aanbieden, hebben in totaal twintig opleidingen toegezegd om deel te nemen. Aangezien er binnen de beroepspraktijkvorming (BPV) of -stage drie groepen zijn die verantwoordelijk worden geacht voor het leerproces worden studenten, docenten en BPV-begeleiders gevraagd te participeren.

De reden waarom in eerste instantie niet is gekozen voor HBO-sportmanagementopleidingen is omdat deze opleidingen binnen Nederland teveel van elkaar verschillen om een vergelijking te maken. Het is zeker wel interessant om in de toekomst een aantal HBO-opleidingen te vergelijken met de uitkomsten zoals die gedaan zijn binnen het MBO.

Doelstelling van het promotieonderzoek

Doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in één van de competenties die een Sport- en Bewegingsmanager volgens de onderzoeker dient te hebben: 'kritisch reflecteren'. In hoeverre doen MBO-studenten Sport en Bewegen dit, wat zijn de meningen van Sport en bewegen-docenten en BPV-organisaties? Wordt er genoeg aandacht aan besteed in de opleiding, hoe wordt het kritisch reflecteren getoetst (als het al getoetst wordt) en zijn de docenten en BPV-begeleiders vaardig genoeg in het begeleiden van kritisch reflecteren? Kunnen studenten voldoen aan de eis zoals die gesteld wordt vanuit het onderwijs? Stellen BPV-begeleiders kritisch reflecteren binnen hun organisatie op prijs? Deze en andere vragen worden onderzocht in het onderzoek.

Hoofdvraag van het onderzoek

Er wordt in het onderzoek getracht een antwoord te vinden op de vraag wat de waarde én plaats van kritisch reflecteren dient te zijn binnen de MBO-sportmanagement opleidingen om een student beroepsbekwa(a)m(er) op te leiden.

Hoe wordt kritisch reflecteren dan eigenlijk in de praktijk beoordeeld?
Dit onderzoek ziet kritisch reflecteren als een relationele interactie tussen individueel leren en sociaal leren en wordt derhalve geoperationaliseerd in zes dimensies. Van deze zes dimensies zijn drie dimensies (experimenteren, omgaan met feedback en carrièrebewustzijn) onder te brengen onder individueel leren en drie dimensies (durven ingaan tegen het groepsdenken, kritisch delen van meningen en open staan voor het maken van fouten) onder sociaal leren. Desondanks dat het leren in het algemeen binnen de stage/BPV door de student gebeurt, is individueel leren meer voor persoonlijk belang, terwijl het sociale leren meer samen met en voor andere leden binnen de organisatie is.

Definitie van Kritisch Reflecteren
De definitie van kritisch reflecteren in dit onderzoek wordt omschreven als een leerprocesleerproces waarin iemand door middel van kennis, vaardigheden, attitudes en ervaringen, kritisch het eigen referentiekader kan beoordelen, welke individueel en sociaal leren bevordert en bijdraagt aan organisatorische productiviteit.

Het is meer dan denken en feedback geven over je eigen functioneren. De nadruk ligt hier op 'kritisch reflecteren'. Van studenten sportmanagement wordt gedurende hun opleiding verwacht dat ze reflecteren over hun handelen en functioneren. In de BPV wordt nog meer van hen gevraagd. Ze dienen de geleerde theorie toe te passen en te kunnen gebruiken binnen de organisatie waar ze stage lopen. Bovendien wordt er tevens verwacht dat ze ook kunnen functioneren op het niveau van werknemer en dus een bijdrage leveren aan het bedrijf.

De verwachtingen zijn in overeenstemming met de twee verschillende omgevingen waarin een student opgeleid wordt. Binnen het onderwijs wordt verwacht dat de student hoofdzakelijk individueel presteert (lees het diploma behaalt) en leert om inzicht te krijgen in theoretische en praktische leerstof. Het werkveld biedt studenten een leerwerkplek omdat ze de student iets willen leren maar verwacht tegelijkertijd dat voornamelijk bijgedragen wordt aan organisatorische doelen zoals o.a. productiviteit, winst maken en klantgerichtheid. Het is daarom belangrijk voor studenten dat ze zich bewust worden, door kritisch te reflecteren, van deze paradox: leren binnen de stage als een student maar tevens functioneren in het werkveld als een werknemer (of bijdragen aan de organisatorische doelen als een student).

Opzet van het onderzoek
Het onderzoek valt uiteen in twee fasen:

1. De focus in de eerste kwantitatieve fase van het onderzoek (d.m.v. een enquête van ongeveer vijftig vragen) ligt op het bepalen van het niveau van kritisch reflecteren door studenten. Reflecteren studenten (kritisch) binnen hun werkveld? Wordt het op waarde geschat door de verschillende verantwoordelijke deelnemers? De studenten, docenten en BPV-begeleiders wordt in de enquête gevraagd om de relevantie en/of belang van het kritisch reflecteren aan te geven in de. Daarnaast geven zij een score van het kritisch reflectief handelen van de studenten waar zij of les aan geven of begeleiden in de stage. De studenten doen een self-assessment m.b.t. kritisch reflecteren. De enquête werd ingevuld door 113 derdejaars studenten, 122 vierdejaars studenten, 25 docenten sportmanagement en/of stagedocenten en 45 BPV-begeleiders. De respons was respectievelijk 34%, 45%, 50%, en 9%. De lage respons van de BPV-begeleiders wordt hopelijk gecompenseerd door informatie die uit interviews in de tweede fase komt. De kwantitatieve onderzoeksresultaten zijn afgelopen september gepresenteerd op het bekende EASM sportmanagement congres in Istanbul.

De resultaten laten zien dat de kritisch reflecteren binnen de BPV context op verschillende manieren wordt geïnterpreteerd door studenten en docenten in vergelijking met de BPV-bedrijven. Dit bevestigt het vermoeden dat de omgeving van de opleiding en het werkveld verschillend zijn en dat voornamelijk daardoor het kritisch reflecteren anders wordt gezien en/of ervaren binnen deze contexten. Toch geeft 86% van alle deelnemers aan dat ze kritisch reflecteren enorm belangrijk vinden binnen de BPV.

2. De doelstelling van de tweede kwalitatieve fase van het onderzoek is om de onderliggende kwalitatieve emotionele, culturele en sociale aspecten van kritisch reflecteren door de lens van de drie groepen te bekijken. Bovendien wordt gezocht naar een antwoord op de uitkomst van het kwantitatieve gedeelte waarom er een zodanig groot verschil bestaat tussen BPV-begeleiders en de andere twee doelgroepen. Bij elke doelgroep zijn tussen de tien en vijftien semi-gestructureerde interviews gehouden. Wat betekent het voor een BPV-begeleider om binnen de context van een bedrijf kritisch reflectief te zijn en wat is de relatie van het individuele leren en sociale leren van de student met het individuele functioneren en het functioneren van het bedrijf? Wat zijn de verwachtingen die ze hebben van studenten en kunnen studenten aan dit verwachtingspatroon voldoen? Wat is hun mening van de waarde van een kritisch reflectieve houding binnen de BPV en wat zou de plaats van kritisch reflecteren binnen het sportmanagement curriculum moeten zijn?

Dag van het Sportonderzoek
De resultaten van het kwalitatieve interview gedeelte - in het bijzonder de uitkomsten van de BPV-begeleiders - worden gepresenteerd in de vierde editie van de Dag van het Sportonderzoek die plaatsvindt op donderdag 7 november 2013 in het nieuwe gebouw van Fontys Sporthogeschool in Eindhoven. Klik hier voor meer informatie.

Noot 1:
• Billett, Stephen. (2013). Recasting transfer as a socio-personal process of adaptable learning. Educational Research Review, 8(0), 5-13.

• Wesselink, Renate, Jong, Cees, & Biemans, HarmJ A. (2010). Aspects of Competence-Based Education as Footholds to Improve the Connectivity Between Learning in School and in the Workplace. Vocations and Learning, 3(1), 19-38.

Jos de Schepper is als promovendus verbonden aan Griffith University, Gold Coast campus, Queensland, Australië, binnen de faculteit voor Toerisme, Hotel, Vrije Tijd en Sport Management. In Nederland is hij meer dan tien jaar werkzaam als docent op het ROC-Tilburg binnen de school voor Sport en Bewegen. Daarnaast is hij voor een aantal jaren werkzaam geweest op Fontys Hogescholen binnen de deeltijd opleiding Sportmanagement. Hij is sinds drie jaar vaste reviewer voor het wetenschappelijk peer reviewed journal ‘Vocations and Learning’. Voor meer informatie: j.deschepper@griffith.edu.au

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.