15 april 2008
Opinie
Voor ons sportliefhebbers is deze zomer weer zo een waar we bij het boeken van het vakantiehuisje toch even kijken of er tv-aansluiting (met kabel) is. Megasportevenementen als Wimbledon, Tour de France, Europese voetbalkampioenschappen en de Olympische Spelen mogen er immers niet bij in schieten. Van genoemde evenementen zijn de Olympische Spelen het meest in het nieuws. En dat is niet vreemd. De Olympische Spelen nemen in deze reeks een bijzonder plaats in. In tegenstelling namelijk tot de andere sportevenementen zijn de Olympische Spelen expliciet verbonden met een bepaalde ideologie: het Olympisme. In de zogenoemde Olympische Charter - je zou kunnen zeggen het ‘wetboek’ van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) - wordt aan dit begrip een bepaalde invulling gegeven. Interessant is in het licht van de demonstraties en de aangekondigde afwezigheid op de opening van vooraanstaande Ministers als Merkel en Brown, de Olympische Spelen te bezien tegen de achtergrond van het Olympisme.
In de Charter wordt Olympisme beschreven als een levensfilosofie die bijdraagt aan de Harmonie tussen de kwaliteiten van het lichaam, de wil en de geest. Olympisme tracht een levenswijze te bevorderen die is gebaseerd op plezier in het leveren van prestaties, de stimulering van de opvoedkundige waarde van de voorbeeldfunctie en het respect voor fundamentele ethische principes. Het doel van Olympisme is sport in dienst te stellen van de harmonieuze ontwikkeling van de mens, met als uiteindelijk doel het creëren van een vredige samenleving, waarin handhaving van de menselijke waardigheid centraal staat (IOC, Olympic Charter).
Deze principes zijn natuurlijk niet uit de lucht komen vallen, maar vinden hun grondslag in de ideeën van de Fransman Pierre De Coubertin, de grondlegger van de moderne Olympische Spelen. De Coubertin hamerde op de opvoedkundige waarde van sport en de mogelijkheid om met sport internationale gerichtheid te ondersteunen. Uiteindelijk zou sport kunnen bijdragen aan de internationale democratie en de wereldvrede.
Toen ik de afgelopen weken de demonstraties zag tijdens de ‘fakkeltocht’ en de commentaren van de demonstranten over onderdrukking van Tibet, de schending van de mensenrechten door China en de onduidelijke, lakse houding van het IOC, moest ik direct denken aan de kritiek vanuit (Neo)-Marxistische hoek op de Olympische Spelen en de opvattingen van De Coubertin. Deze kritiek was het hevigst in de jaren zeventig (van de vorige eeuw) met sporttheoretici als Rigauer, Prokop en Brohm als belangrijke vertegenwoordigers. De mooie idealen van De Coubertin waren er volgens hen feitelijk op gericht de sociale status quo van de klassenmaatschappij in stand te houden. Het internationalisme van De Coubertin moest vooral worden gezien als een op grensoverschrijding gericht imperialisme en bepaald geen vredelievende gerichtheid op ‘wederzijds begrip’. En het uit Engeland overgenomen opvoedkundig systeem was niet zozeer bedoeld om de ‘bewegingsarmoedige’ jeugd karakter bij te brengen, maar het vormde de stuwende kracht om een succesvolle imperialistische politiek te voeren.
Het niet of in ieder geval te onnadrukkelijk naar buiten treden van het IOC wekt de indruk dat dit instituut zijn ogen sluit voor de discussie, deze als een ‘non-issue’ afdoet en als neutrale partij wil optreden. Als het IOC echter expliciet ‘de waardigheid van de mens’ centraal stelt en wil bijdragen aan een ‘vredige wereld’, dan moet IOC-frontman Rogge - per definitie! - stelling nemen in de discussie. De Olympische Charter verplicht hem en het IOC daartoe. Natuurlijk zal er achter de schermen veel worden gedaan, ‘we betreden de diplomatieke weg’ wordt dan gezegd, maar de publieke opinie laat zich daardoor moeilijk beïnvloeden, simpelweg omdat de gangen die het IOC hier bewandelt voor de grote groep onzichtbaar zijn. Een duidelijke stellingname door het IOC geeft de nodige transparantie. Daarnaast, en zeker ook niet onbelangrijk, lopen we minder het gevaar dat we weer zo’n groep Marxistisch geïnspireerde sporttheoretici krijgen die zich geroepen voelt om van die onleesbare en humorloze teksten te schrijven. Om wat cliché-matig te eindigen: ‘Met transparantie worden meerdere belangen gediend’.
Johan Steenbergen is gepromoveerd bewegingswetenschapper. Hij heeft veel onderzoek gedaan op het terrein van Waarden en Normen in de sport en sportbeleid. Momenteel begeleidt hij strategische (veranderings)processen op Scholengemeenschap Reigersbos en de Christelijke Academie voor Lichamelijke Opvoeding (Zwolle) en ontwikkelt hij toekomstscenario's voor ROC ASA in Utrecht. Per 1 januari 2008 is Johan Steenbergen associate lector binnen het lectoraat Bewegen en Gedragsbeïnvloeding aan de Christelijke Hogeschool Windesheim. Voor meer informatie: 06-2322 9115 of j.steenbergen@kennispraktijk.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.