Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Integriteit in de sport de route voorbij het struikgewas

Integriteit in de sport: de route voorbij het struikgewas

21 februari 2012

Opinie

door: Sandra Meeuwsen

Afgelopen donderdag vond de Conferentie ‘Integriteit in de Sport’ plaats; een initiatief van NOC*NSF in samenwerking met ‘Transparency International Nederland’. De aanwezigen - waaronder opvallend weinig bestuurders van bonden -kregen onder leiding van Jan Loorbach een onafgebroken reeks statements te verteren van vele kopstukken binnen en buiten de sport, waaronder: Mario van den Ende, Bart Zijlstra, Jan Driessen, Maarten Ducrot, Joop Alberda, Johan en Peter Wakkie, Sylvia Schenk en Marjan Olfers.

Alle mogelijke thema’s in relatie tot integriteit in de sport passeerden de revue: doping, match-fixing, Governance, corruptie, sportjournalistiek, arbitrage en sponsoring. Wat was het doel van deze bijeenkomst? Inventarisatie, analyse, agendasetting of aanklagen? Het was vooral heel veel. Bovenal een moedige poging om dit complexe probleemveld via één route aan te vliegen.

In een sector waarin we zover zijn gekomen dat het doel de middelen heiligt, lijkt juist steeds minder heilig. Wie bijvoorbeeld in zijn nadagen toch nog in koers wil blijven, is bereid zijn gezondheid op het spel te zetten, zonder mededogen naar wie of wat dan ook, ter ere van het eigen ego. Het persoonlijke verhaal van Maarten Ducrot over de ware drijfveren van zijn leven als coureur ontblootte de dwaalsporen waar menig coach en bestuurder in verzeild raakt. Ten koste van alles willen scoren of presteren, gedreven door de overlevingskracht van een kind, in de hoop alsnog door pappa of mamma werkelijk gezien en geliefd te worden.

In een sector waar zoveel roem en passie beleefd kan worden, trekt dit met gemak veel meer ‘halers’ dan ‘brengers’, zoals Johan Wakkie de twee uitersten in bestuurdersland graag typeert. En wie nog altijd leeft vanuit de overtuiging tekort te zijn gedaan, zal zonder bewustwording altijd blijven halen, met alle risico’s van dien. De dood of de gladiolen geldt maar al te vaak ook voor coaches en bestuurders in de sport, waarmee de voedingsbodem voor corruptie is gelegd, maar ook voor alle minder extreme vormen van een gebrek aan integriteit: onverschilligheid, disloyaliteit, polarisatie en cynisme. De ‘kleedkamerdynamiek’ lonkt juist in de sport, ter compensatie van die domeinen in het leven waar orde en ratio het functioneren bepalen.

Wat zijn oplossingsrichtingen om de sport hiervan te zuiveren? Tijdens de conferentie domineerde de juridische, instrumentele invalshoek: we moeten werken aan scherpere wet- en regelgeving, compactere codes en protocollen, meer toezicht en handhaving, en strafrechtelijke vervolging bij extreem, dat wil zeggen crimineel grensoverschrijdend gedrag, zoals omkoping en corruptie. Bij een bijeenkomst waarin juristen de toon bepalen wekt het geen verbazing dat dit spoor als het meest effectieve werd gepresenteerd. Met enige ironie wordt dit spoor door bestuurders in de sport echter niet voor niets ‘het struikgewas’ genoemd. Want gaat deze strategie ons werkelijk helpen...?

Natuurlijk, crimineel handelen in en rond de sport moet bestraft worden, we leven godzijdank nog in een rechtstaat. De sport zal haar zelfverkozen juridisch isolement moeten doorbreken, zodat we met de beperkingen van het eigen tuchtrecht niet vleugellam blijven bij criminaliteit die het hart van de sport raakt. Zeker in een tijd waarin we ook maatschappelijk de nodige ambities hebben, wat ertoe leidt dat we als sport middenin de samenleving staan, moet de sport ook gebruik willen maken van de bescherming die het strafrecht ons biedt. Daarmee maken we het struikgewas een plek waar effectief opgetreden kan worden tegen de extreme, doorgeschoten vormen van corruptie. Maar er is meer; we hebben een pad te effenen voorbij het struikgewas, waar de wortels van corruptie en een gebrek aan integriteit te vinden zijn. Wat is hiertoe geboden?

Het tweede spoor bestaat uit het ontwikkelen van een risicogestuurde aanpak, gericht op de technische analyse en preventie van corruptie. Wat zijn de functionele bouwstenen of schakels van de keten die uiteindelijk, aan de oppervlakte, tot match-fixing, corruptie en doping leiden? Welke partijen hebben belang bij het misbruiken van sport voor hun eigen gewin, en hoe opereren zij? Hoe zien de oorzaak-gevolg ketens binnen de verschillende uitingsvormen van corruptie in de sport eruit? Welke van de eerder genoemde bouwstenen of schakels zijn doorslaggevend voor de misstanden waar de sport onder lijdt? Hoe kunnen we ze identificeren, ontmantelen en daarmee onschadelijk maken? Dit is ontegenzeggelijk bekend terrein voor criminologen, sociologen en rechercheurs. Laten we deze krachten vanuit de sport mobiliseren en randvoorwaardelijk maken aan de mogelijkheden binnen het juridische domein.

Het derde spoor is van een totaal andere orde, maar cruciaal voor een gezonde doorontwikkeling van de sport. Hoe zuiveren we de huidige generatie coaches en bestuurders van hun zogenaamde ‘disfunctionele reflexen’? Met dank aan mijn gewaardeerde collega Dirk van Raalte voor deze prikkelende term. Wie zijn of haar frustraties, pijn en gemis op de sport projecteert, is geneigd elke kans te grijpen alsnog iets te ‘halen’, en is daarmee niet in staat kritisch te reflecteren op het eigen handelen. Of deze reflectie bestaat uit zichzelf vrijpleiten vanuit aanhoudende zelfmiskenning en zelfbeklag. Wie herkent dit type gedrag niet, ook bij zichzelf...?

Laten we eerlijk zijn, en elkaar steunen bij de bewustwording van deze schaduwkanten binnen onszelf, en in de sport. Alleen zo komen we toe aan het herijken van ons innerlijk ‘moreel kompas’. Dat is boven alle wederzijdse herkenning en solidariteit eerst en vooral een individueel proces. In mijn begeleiding van bonden bij het toepassen van de Code Goed Sportbestuur besteed ik veel aandacht aan dit proces bij de ‘bouwers en bewoners van het huis’. Dit levert substantieel meer op dan het ontwikkelen van een nieuw besturingsmodel, of het opstellen van een gedragscode.

Tijdens de conferentie werd het grote woord ‘ethiek’ meermalen gebezigd. Opmerkelijk in een gezelschap van juristen. Moest ethiek soms de absolute norm bieden om elke interventie te kunnen verantwoorden? Gaan we elkaar straks aanklagen wegens gebrek aan ethiek...? Helaas, dit is een illusie; ethiek is sinds Nietzsche God dood heeft verklaard niet meer de veilige haven waar alles uit herleid kan worden. Het is hoogstens een vak, en minimaal een intentie, om onze ziel te leren kennen en onze moraal te trainen.

Waar waren trouwens de (sport-)filosofen en beroepsethici afgelopen donderdag? En waar de organisatiepsychologen en veranderkundigen? Zij zijn hard nodig om de sport werkelijk voorbij het struikgewas te brengen. Laten we een veld openen waarin we met elkaar het ‘collectief geweten’ van de sport kunnen ontdekken en – stap voor stap - re-setten. Al die loyaliteiten en overtuigingen die de onderstroom in de sport voeden, en daarmee onze performance onbewust bepalen. Laten we elkaar op zielsniveau ontmoeten en bevragen: wat bracht jou op deze plek? Wat zijn je vragen en dilemma’s? Waaruit bestaat je verlangen, en hoe kun je hier trouw aan worden en blijven? Wat heeft je ten diepste geraakt, zodanig dat het jou in deze positie binnen de sport nog steeds bepaalt? En natuurlijk ook: hoe kan het anders? Wat is er nodig en wat vraagt dit van jou, als mens en als coach of bestuurder? Welke pijn moet bij jou, bij mij en in de sport als collectief veld nog doorleefd en geheeld worden om voorbij de alles overheersende kleedkamerdynamiek te komen...?

Hier ligt een prachtige opdracht voor de gevestigde orde om de jonge honden die nu opstaan als coach of bestuurder te inspireren. Geef het stokje met liefde over, en niet vanuit cynisme. Vanuit het leven en lijden van oudgedienden in de sport strekt het pad naar de toekomst zich uit. Laten we onze opvolgers helpen om de moraliteit in de sport te zuiveren, door ze de weg te wijzen vanuit ons eigen bewustwordingsproces. Dat zijn de stappen die we naast de twee eerder genoemde sporen te zetten hebben om de sport van binnenuit te reinigen. Dit is een continu proces, dat geduld en compassie vraagt; naar onszelf en ieder die in de sport werkt en zoekt.

Sandra Meeuwsen is filosoof, verandermanager en coach. Zij werkte van 1994 tot 2007 bij NOC*NSF en begeleidt nu vanuit Soulconsult BV sportbonden, gemeenten en andere partijen in en rond de sport bij diverse ontwikkeltrajecten, zoals het doorvoeren van Governance en het realiseren van Combinatiefuncties / Buurtsportcoaches. Meer informatie: www.soulconsult.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.