24 januari 2012
Opinie
Hoe kunt u de verruimde mogelijkheden van de Brede Impuls Combinatiefuncties inzetten voor meer maatschappelijk rendement? Welk proces is nodig om zo snel mogelijk door te stappen naar 120% aan fte’s sportbuurtcoaches? Zijn er factoren waardoor het wel mogelijk is aan te haken bij sportbuurtcoaches terwijl dat bij combinatiefuncties nog moeilijk of onmogelijk was? Wij nodigen u uit in vier stappen op te schakelen van combinatiefunctionaris naar sportbuurtcoach.
1. Vertrek vanuit een heldere doelstelling
Ook de sportbuurtcoach blijft een middel dat word ingezet om een doel te dienen. Uw doelstelling per wijk of buurt/dorpskern vormt dan ook het vertrekpunt. Hierbij is het goed om te beseffen dat sport allang geen vrijblijvend beleidsterrein meer is. Door de grote instrumentele waarde wordt sport als middel ingezet op een breed maatschappelijk terrein met een stringenter/wettelijk kader. Geplaatst in de context van onder meer het nieuwe welzijn, de kanteling van de Wmo en de transitie van de jeugdzorg heeft sport zijn onschuld verloren. Sport is integraal verankerd en vormt niet langer een beleidsterrein waar vrijblijvend in ‘geschrapt’ kan worden. Is dit nog niet het geval binnen uw gemeente? Dan ligt hier uw eerste aandachtspunt. Maak van sport een centrale pijler van het lokaal welzijnsbeleid.
Vervolgens kunt u doorstappen naar het formuleren van specifieke doelstellingen per wijk/buurt of dorpskern. Welk doel wordt in elke wijk of kern vanuit het brede maatschappelijke kader nagestreefd? Het bevorderen van de vitaliteit en maatschappelijke participatie van ouderen? De leefbaarheid in deze wijk? Gezond gedrag onder jongeren? Be SMART! Hoe specifieker de doelstelling, des te groter de mogelijkheid om gerichte maatregelen te treffen en deze te monitoren. ‘De toename in het aantal kinderen in de leeftijd 6–12 jaar met overgewicht en obesitas in wijk X in periode tot 2016 tot stilstand brengen’, is een betere doelstelling dan: ‘sport inzetten om overgewicht en obesitas onder jongeren tegen te gaan’. Met het specifiek benoemen van de doelstelling komt ook de doelgroep concreet in beeld. In dit geval: wie zijn die kinderen en jongeren, wat willen ze en hoe kunnen we ze bereiken? Voor elke wijk of kern een specifieke doelstelling? Dan kunt u door met stap 2.
2. Buurtscan: actoranalyse van het krachtenveld
Een heldere analyse van de situatie in wijk, buurt of dorpskern, vormt een vereiste om effectieve maatregelen te kunnen treffen. In dit verband wordt al gesproken over het ontwikkelen van een buurtscan. U hoeft niet te wachten tot anderen voor u een instrument ontwikkeld hebben. Vanuit de beschikbare gegevens en uw lokale intuïtie kunt u zelf prima de volgende vragen beantwoorden: welke partijen zijn in deze wijk of dorpskern actief op dit specifieke terrein en met deze doelgroep? Wees concreet en sluit niemand uit! Met welke belang richt elk van deze partijen zich op deze specifieke doelgroep? Hoe verhouden zij zich tot de gemeente/uitvoerende organisatie? Staan zij dichtbij of verder weg? Over welk instrumentarium beschikken zij? Wat vraagt het om hun commitment te krijgen? Wij hebben goede ervaringen opgedaan met het visualiseren van het lokale krachtenveld. Deze actoranalyse maakt het mogelijk om meerdere dimensies samen te brengen in één concrete overview. De ervaring wijst uit dat dit leidt tot verassende nieuwe inzichten en mogelijkheden, zoals partijen die niet eerder in beeld waren.
De nieuwe en ‘verbeterde’ combinatiefunctionaris – de sportbuurtcoach – komt binnen dit lokale krachtenveld ook beter tot zijn recht. De verruimde mogelijkheden maken samenwerking met meer partijen mogelijk en ook de inzet op andere doelgroepen (o.a. senioren). Het wordt bovendien mogelijk om met terugwerkende kracht te gaan corrigeren voor bestaande ‘weeffouten’. Kan versnippering van werkgeverschap worden tegengegaan ten faveure van regie en coördinatie? Dit maakt het beter mogelijk te monitoren en bij te sturen. Kunnen technische implicaties, zoals risicodragend deel WGA/WIA en normatieve verevening, worden voorkomen door het werkgeverschap met de verruimde mogelijkheden alsnog anders in te richten? Kan er op basis van het profijtbeginsel als nog een eigen bijdrage worden gevraagd van deelnemende organisaties? Ook inhoudelijk zijn er kansen. Welke mogelijkheden biedt de verruimde Brede Impuls Combinatiefuncties om de succesvolle onderdelen uit eerdere programma’s zoals Meedoen en NASB te verzilveren en duurzaam lokaal te verankeren? Maak hier gebruik van, het scheelt u later veel rompslomp!
Tot slot kunnen de verruimde mogelijkheden ook aanleiding vormen voor heroverweging van een eerder negatief collegebesluit over de combinatiefuncties. Wat niet kon met combinatiefuncties kan misschien wel met sportbuurtcoaches. Zo zullen de verruimde mogelijkheden ook nieuw licht werpen op de mogelijkheden om te komen tot een budget neutrale inrichting van de regeling. Dit biedt nieuwe argumenten richting college om alsnog overstag te gaan. Zo kan de lokale eigen bijdrage anders worden ingericht en zijn er meer mogelijkheden voor deelname van andere lokale partijen. En ook de creativiteit om bestaande budgetten in de sfeer van welzijn, onderwijs, jeugd en senioren te richten naar sportbuurtcoaches zal toenemen.
3. Inbedding in supportmaatregelen: 1 + 1 = 11
De sportbuurtcoach mag dan wel een combinatiefunctionaris met verruimde mogelijkheden zijn, het is ook weer niet de bedoeling om hem of haar als een Don Quichotte op de spreekwoordelijke molens van inactiviteit en passiviteit af te sturen. De sportbuurtcoach komt beter tot zijn recht wanneer hij of zij is ingebed in een breder pakket van maatregelen en omstandigheden dat versterkend werkt. De sportbuurtcoach als cruciale schakel in een zorgvuldig uitgelijnde lokale keten met een eigen dynamiek. Met een goede back up (werkgeverschap) en als volwaardig lid van een team met collega’s die elkaar steunen en voeden.
De zogenaamd bekende ’bewezen effectieve interventies’ zoals de Beweegkuur, Beweegkriebels, Bewegen op recept en de Gezonde School kunnen in bepaalde situaties zeker waardevol zijn, maar vormen niet per definitie het vertrekpunt. Elke situatie is uniek en vraagt om maatwerk vanuit de lokale realiteit. Welke schakel maakt deze lokale keten compleet? Daarbij geldt: het doel heiligt de middelen. Dit geldt evenzogoed, of zelfs in versterkte mate, voor de meer ‘traditionele’ instrumenten zoals bijvoorbeeld een jeugdlidsubsidie of andere structurele subsidievormen. Immers, het ‘faillissement’ van deze structurele gemeentelijke subsidies lijkt nabij, aangezien dit beleid niet meer voldoet aan hedendaagse voorwaarden van doelmatigheid, doeltreffendheid en transparantie.
Er zijn andere voorwaarden en maatregelen denkbaar om het ondernemerschap van het maatschappelijk middenveld te stimuleren. De eerder aangehaalde analyse van het lokale krachtenveld – de buurtscan – kan ook hierbij verhelderend werken. Een goede visualisatie van het lokale krachtenveld brengt ook de in te zetten en mogelijk kansrijke middelen in beeld. Dit kan variëren van een nieuw buurtplatform waarin ook ondernemers een rol hebben, tot een eenmalige projectsubsidie om op te starten, medewerking in het kader van openbare orde, veiligheid en vergunningen, of de gezamenlijke organisatie van een evenement of het aanstellen van een kwartiermaker. Schuw daarbij niet voor hybride publiek-private partnerships.
4. Een goede basis met een helder construct
Wanneer dan uiteindelijk – populair gezegd – de lokale ketendynamiek op papier goed uitgelijnd is, mag in de praktijk van elke dag chaos niet het eindresultaat vormen. Voorkom dat het blijft bij een schot hagel! Zo mogen de verruimde mogelijkheden (bij voorkeur) niet leiden tot een versnipperd werkgeverschap of een gebrek aan monitoring waardoor het zicht op output en outcome versluierd raakt. Bovendien moeten de geboden kansen vanuit de landelijke Impuls duurzaam en lokaal verzilverd worden. Dit verdient een helder organisatieconstruct. Een construct waarin de (slag)kracht en kerncompetentie van elk van de betrokken partijen goed tot zijn recht komt. Eentje met een lange termijnvisie waarin de fiscus geen (groot-)verdiener is.
Dit vergt een laatste verdiepingsslag in de lokale actoranalyse. De eerder in beeld gebrachte actoren dienen nader beschouwd te worden op hun kerncompetenties en het beoogde voordeel uit de samenwerking. Zo is niet elke partij geschikt om de rol van werkgever op zich te nemen of een coördinerende dan wel inhoudelijke functie te vervullen. Bovendien is de win-win situatie voor een ieder van de partijen anders. Waar de één voordeel ziet in een coördinerende functie, ziet de ander dit juist in een werkgeversfunctie. Bij een bottom-up procedure met alle kaarten op tafel komt het construct ‘vanzelf’ bovendrijven. Stel de inhoud voorop waardoor eenieder de meerwaarde doorziet om te komen tot samenwerking, en zorg voor voldoende technische kennis om het gewenste construct uit te werken. Quick fixes zijn niet duurzaam!
KortomDeel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.