Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Hoe kunnen we effectiever en efficiënter gebruik maken van sportaccommodaties

Hoe kunnen we effectiever en efficiënter gebruik maken van sportaccommodaties?

5 december 2023

Opinie

XL39ColumnXL-JJ-Mooi-1AIn 2022 werden in het kader van het programma MOOI in Beweging door ZonMw in samenspraak met het veld zes zogenoemde wicked problems geïdentificeerd: complexe uitdagingen waar de samenleving en de sport- en beweegsector voor staan. Die wicked problems zijn:

1.    Bewoners in aandachtswijken sporten minder.
2.    Kinderen en jongeren bewegen minder en hun motoriek gaat achteruit.
3.    Sport en bewegen wordt te weinig ingezet binnen de gezondheidszorg.
4.    Vergroten en zichtbaar maken van maatschappelijke waarde topsport.
5.    De sportinfrastructuur wordt te weinig gebruikt.
6.    De betaalbaarheid van sport staat onder druk.

Voor deze zes wicked problems zijn afgelopen zomer evenzoveel strategische plannen voor onderzoek en innovatie opgesteld. Voor de uitvoering van deze plannen is in de komende jaren een bedrag van 13,5 miljoen euro beschikbaar. Jan Janssens heeft, samen met vertegenwoordigers uit de sector, de plannen voor de twee laatstgenoemde wicked problems opgesteld. In een vierluik van artikelen analyseert hij deze uitdagingen en geeft hij een voorzet voor de aanpak. In deze eerste bijdrage gaat hij in op de onderbenutting van sportaccommodaties.


door: Jan Janssens

De missie van het programma MOOI in Beweging is om zoveel mogelijk mensen te laten sporten, op een manier die waardevol is voor het individu en voor de samenleving. Een goede sportinfrastructuur is daarvoor een belangrijke randvoorwaarde. De wens om de benutting en exploitatie te optimaliseren vloeit daaruit voort.

Nederland is een land met een heel behoorlijke sportinfrastructuur. De tevredenheid daarover is groot, zeker wanneer deze wordt afgezet tegen de situatie in andere Europese landen. Toch zijn er ook zorgen over die infrastructuur. Overal, maar met name in de stedelijke gebieden, is de druk op de ruimte groot. Vanuit dat perspectief is het per definitie problematisch dat veel sportvoorzieningen een belangrijk deel van de tijd niet worden gebruikt. Bovendien is er een schaarste aan financiële middelen. We hebben meer wensen dan we met de beschikbare middelen voor sport kunnen vervullen. De lokale overheden dragen een groot deel van de kosten voor sport. Daarvan is bijna driekwart gerelateerd aan accommodaties. Het gaat om gemeenschapsgeld waar zuinig mee moet worden omgesprongen en dat goed besteed moet worden. Logisch dus, dat kritisch wordt gekeken naar deze uitgaven aan sport. Hoe kan het geld doelmatig en doeltreffend worden besteed, zodat zoveel mogelijk mensen kunnen sporten en de samenleving maximaal profiteert?

"Er zijn meer factoren die voor onderbenutting zorgen, of deze in stand houden"

De schaarste aan middelen is som ook een zelfstandige factor die onderbenutting veroorzaakt of in stand houdt. Het komt niet zelden voor dat bezuinigingen leiden tot verminderde openstelling van bijvoorbeeld zwembaden, omdat de inkomsten van gebruikers niet opwegen tegen de kosten van personeel, gas, water en licht.

Veranderende sportwensen en -voorkeuren
De oorzaken voor onderbenutting zijn divers. Met name de veranderingen in sportwensen en -voorkeuren vormen een belangrijke factor. Terwijl het sportaanbod zich vroeger beperkte tot een klein aantal traditionele takken van sport zoals voetbal, turnen, zwemmen en tennis is er nu een heel breed spectrum aan sportieve keuzemogelijkheden. Hoewel de bevolking, de vrije tijd en de sportdeelname ook zijn gegroeid, blijft deze toename achter bij de groei in diversiteit van het sportaanbod. Maar er zijn meer factoren die voor onderbenutting zorgen, of deze in stand houden.

XL39ColumnXL-JJ-Mooi-2Wat bijvoorbeeld ook niet helpt is dat eigendom, beheer en gebruik van (gedeelten van) accommodaties vaak in verschillende handen zijn. Bijvoorbeeld het gegeven dat verenigingen, gerund door vrijwilligers, vaak verantwoordelijk zijn voor het beheer van sportaccommodaties en daar van oudsher een exclusief gebruiksrecht hebben, compliceert het gedeeld gebruik van sportfaciliteiten. In veel sportverenigingen is de afhankelijkheid van vrijwilligers groot en de bestuurs- en organisatiekracht beperkt. Ook dat kan een optimale benutting van de accommodaties in de weg staan. Maar afgezien daarvan is het voor verenigingen ook niet altijd mogelijk of aantrekkelijk om hun accommodatie aan derden te verhuren. Gemeenten zijn voor de verhuur van sportaccommodaties aan scholen op hun beurt vaak afhankelijk van de medewerking van verenigingen.

Verschillende eisen
Omgekeerd is het gebruik van sportzalen van scholen door verenigingen nog wel eens problematisch omdat deze niet voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de landelijke sportorganisaties, of omdat de onderwijsgebouwen in de avonduren niet beheerd worden, de sportzalen geen eigen ingang hebben en de onderwijsinstellingen niet hun hele gebouw willen openstellen voor derden.

De uiteenlopende eisen van verschillende gebruikers, bijvoorbeeld ten aanzien van kunstgrasvezels, belijning of plafondhoogte speelt ook sportaanbieders parten die gezamenlijk gebruik zouden willen maken van dezelfde accommodatie.

"Het streven naar een optimale benutting van een nieuwe sportaccommodatie kan leiden tot onderbenutting van oudere voorzieningen"

Omdat veel accommodaties stammen uit een tijd waarin nog geen rekening werd gehouden met sportbeoefening door mensen met een fysieke beperking is de toegankelijkheid voor die categorie sporters vaak problematisch. Ook dat stelt grenzen aan de benutting van accommodaties.

Bij de aanleg en inrichting van nieuwe sportaccommodaties kan van meet af aan rekening worden gehouden met de wensen en behoeften van verschillende (potentiële) gebruikers. Ook al zijn die niet altijd even makkelijk met elkaar te verzoenen en bestaat er ook een risico dat het streven naar een optimale benutting van een nieuwe sportaccommodatie kan leiden tot onderbenutting van oudere voorzieningen zoals dorpshuizen.

XL33SportbesturenInDePraktijk-2Behalve voor sportdoeleinden kunnen sportaccommodaties ook worden ingezet voor andere maatschappelijke functies. Denk daarbij niet alleen aan onderwijs, maar ook aan kinderopvang, welzijn, zorg, cultuur en bedrijvigheid. Echter wet- en regelgeving kan de combinatie van verschillende functies bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. Om een sportkantine en -faciliteiten te benutten voor buitenschoolse opvang moet bijvoorbeeld de inrichting worden aangepast om aan de wensen en eisen van de kinderopvang te voldoen. Gedeeld gebruik van publieke sportaccommodaties door een basketbalvereniging en een dansschool kan worden bemoeilijkt door de wet Markt en overheid. De vestiging van een fitnesscentrum of fysiotherapiepraktijk op een sportcomplex kan afketsen op het vigerende bestemmingsplan.

Afstand en afgelegen ligging
Een onderwijsinstelling kan op grond van regelgeving voor haar bewegingsonderwijs alleen gebruik maken van sportvoorzieningen binnen een straal van een kilometer. Aangezien veel sportaccommodaties naar de randen van de gemeenten zijn verschoven, terwijl de scholen midden in de gemeenten zijn gesitueerd, is dat vaak geen optie. Maar niet alleen voor scholieren, ook voor andere potentiële gebruikers kunnen de afstand tot sportaccommodaties, de afgelegen ligging (sociale veiligheid), de beperkte ontsluiting door het openbaar vervoer en de beperkte of kostbare parkeergelegenheid een beletsel vormen om er gebruik van te maken.

Ook al zijn er veel factoren die een optimale benutting van sportaccommodaties in de weg staan, er zijn toch steeds meer mooie voorbeelden te vinden van sportaccommodaties die wel goed worden benut. Er kunnen grofweg vijf verschillende strategieën worden onderscheiden die sportaanbieders of exploitanten van sportaccommodaties kunnen volgen om tot een optimaal gebruik van hun accommodatie te komen: 1. medegebruik; 2. multifunctionaliteit; 3. diversificatie; 4. spreiding en 5. innovatieve concepten.

"In de Haagse Sportcentrale hebben aanbieders van skateboarden, boulderen en andere urban sports hun gezamenlijke thuishaven"

Ad 1. medegebruik
Steeds vaker zien we dat sportaanbieders gezamenlijk gebruik maken van dezelfde voorziening. Zo is er bijvoorbeeld in Vriezenveen een sporthal die door vier zaalsportverenigingen (volleybal, basketbal, gymnastiek en korfbal) wordt beheerd en gebruikt. In Utrecht is een oud schoolgebouw omgedoopt tot het FDC Centre dat geëxploiteerd wordt door verschillende ondernemende sportaanbieders op het gebied van fight, dance en cardio. In de Haagse Sportcentrale hebben aanbieders van skateboarden, boulderen en andere urban sports hun gezamenlijke thuishaven. En in Philippine is een bijzondere samenwerking tot stand gekomen tussen een voetbalclub en een fitnesscentrum. Die hebben gezamenlijk een krachthonk ingericht en in gebruik genomen.

Ad 2. multifunctionaliteit
Van sportaccommodaties waar maatschappelijke functies aan toegevoegd zijn, liggen de voorbeelden eveneens voor het oprapen. Denk aan de kantines van hockey en voetbalverenigingen die gebruikt worden voor kinderopvang. Maar ook aan multifunctionele accommodaties waar sport gecombineerd wordt met verschillende andere functies, zoals een sportpark in Engelen waar de kantine van de voetbalclub ruimte heeft gemaakt voor een multifunctioneel gebouw waar niet alleen de voetballers gebruik van maken maar ook jeugd- en jongerenwerk, een basisschool, een kinderopvangorganisatie, een dansschool, een yogastudio, een muziekschool en een fysiotherapeut. Een bijzondere variant van multifunctionaliteit is te vinden in Utrecht waar een voetbalcomplex is ‘opgetild’ en nu dienst doet als dak van de parkeergarage van een IKEA-vestiging.

XL39ColumnXL-JJ-Mooi-4Ad 3. diversificatie
Een heel andere strategie om te komen tot een betere benutting is het diversifiëren van het sportaanbod, waardoor nieuwe doelgroepen worden aangeboord die op andere tijdstippen gebruik maken van dezelfde ruimte. Met name bij gymnastiekverenigingen en fitnesscentra zien we dat het activiteitenaanbod in de loop van de jaren gestaag is uitgebreid met allerlei nieuwe work-outs, groepslessen (poweryoga, pilates, bodypump) en disciplines (Nijntje, dans, trampoline, acro, circus). Aansprekend voorbeeld is ook een bowlingcentrum in Amersfoort dat haar aanbod heeft uitgebreid met o.a. rolschaatsen, bungee-soccer, floorcurling, lasergame, escaperoom en poolen.

Ad 4. spreiding
Door het aanbod te spreiden in de tijd kunnen sportaanbieders drukte of zelfs overbenutting op populaire dagen en tijdstippen het hoofd bieden en tegelijk nieuwe doelgroepen bereiken. Dat kan op verschillende manieren worden gerealiseerd. Bij een grote fitnessketen kunnen mensen 24/7 terecht, maar is in de late uurtjes geen begeleiding aanwezig. Om de work-outs toch mogelijk te maken wordt met toegangspasjes en camerasurveillance op afstand gewerkt. Bij een krachtsportvereniging in Beverwijk hebben alle leden een sleutel gekregen van de oefenruimte zodat zij ook van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat terecht kunnen. Bij boulderhallen en padelbanen wordt steeds vaker met daluren en -tarieven gewerkt. En datzelfde concept wordt ook toegepast op sommige golfbanen. Op die manier wordt het bezoek gespreid én wordt het aanbod aantrekkelijker voor doelgroepen die op de kleintjes moeten letten.

Ad 5. innovatieve concepten
Ten slotte kunnen sportaanbieders ook gebruik maken van innovatieve concepten die zorgen voor een beter gebruik van hun accommodatie. Voetbalclubs kunnen bijvoorbeeld samenwerken met Footy, een organisatie die op doordeweekse avonden kortdurende voetbalcompetities organiseert. Zij doet dat voor kleine teams van vrienden of collega’s die wel af en toe een balletje willen trappen maar zich niet aan een club willen binden. Inviplay is een ander, en nog nieuwer concept, dat inspeelt op de behoefte aan flexibele sportbeoefening zonder (veel) verplichtingen. Via de app van Inviplay kunnen sportaanbieders hun accommodatie onder de aandacht brengen van, en verhuren aan, ongebonden sporters die incidenteel in actie willen komen.

"De uitdaging van het wicked problem van onderbenutting is dan ook veeleer om deze transitie te versnellen, dan te komen tot een radicale systeemverandering"

De hierboven gegeven voorbeelden illustreren dat we qua accommodatiegebruik in een fase van transitie zitten. De verschillende stakeholders (sportorganisaties, gemeenten, maatschappelijke instellingen en bedrijven) begrijpen elkaar steeds beter en krijgen ook steeds meer oog voor de overeenkomsten in belangen. De uitdaging van het wicked problem van onderbenutting is dan ook veeleer om deze transitie te versnellen, dan te komen tot een radicale systeemverandering.


Geld voor onderzoek, innovatie en kennisbenutting

De agenda voor onderzoek, innovatie en kennisbenutting, die voor dit wicked problem is opgesteld, speelt daar op in. Er is een ruim budget beschikbaar voor een meerjarig onderzoeksprogramma dat uit twee componenten bestaat:

  • Een inventariserend en vergelijkend landelijk onderzoek naar benutting en exploitatie van sportaccommodaties.
  • Een verdiepend onderzoek naar de effectiviteit van verschillende modellen van bedrijfsvoering in de sport.

JohnMachielsEigendom-1 Het budget zal niet worden versnipperd. Het is de bedoeling dat een breed consortium wordt gevormd dat dit onderzoeksprogramma in de komende jaren ter hand neemt. Onderzoekers moeten samen met (vertegenwoordigers van) sportaanbieders, gemeenten en andere betrokken organisaties meer kennis en inzichten verzamelen over de manieren waarop de benutting van accommodaties kan worden geoptimaliseerd, en deze vervolgens teruggeven aan het veld.

Begin 2024 zal ZonMw hiervoor een subsidieoproep publiceren. Daarnaast wordt begin volgend jaar een subsidieoproep gepubliceerd voor experimentele projecten in deze sfeer.

Op de website van ZonMw is alle informatie over dit wicked problem te vinden. Daar kan het strategisch plan worden gedownload en ook een kennis- en innovatiescan die door het Mulier Instituut is opgesteld.

Jan Janssens is directeur-eigenaar van onderzoek- en adviesbureau Chionis. Eerder was hij o.a. directeur van het Mulier Instituut, lector Sport Management & Ondernemen bij de Hogeschool van Amsterdam en sportformateur in acht gemeenten.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.