5 maart 2024
Opinie
1. Bewoners in aandachtswijken sporten minder.
2. Kinderen en jongeren bewegen minder en hun motoriek gaat achteruit.
3. Sport en bewegen wordt te weinig ingezet binnen de gezondheidszorg.
4. Vergroten en zichtbaar maken van maatschappelijke waarde topsport.
5. De sportinfrastructuur wordt te weinig gebruikt.
6. De betaalbaarheid van sport staat onder druk.
Voor deze zes wicked problems zijn afgelopen zomer evenzoveel strategische plannen voor onderzoek en innovatie opgesteld. Voor de uitvoering van deze plannen is in de komende jaren een bedrag van 13,5 miljoen euro beschikbaar. Jan Janssens heeft, samen met vertegenwoordigers uit de sector, de plannen voor de twee laatstgenoemde wicked problems opgesteld. In een vierluik van artikelen analyseert hij deze uitdagingen en geeft hij een voorzet voor de aanpak.
In de eerste bijdrage ging hij in op de onderbenutting van de sportinfrastructuur (WP 5). In de daarop volgende drie bijdragen ligt de focus op de spanning die er bestaat tussen de wens om enerzijds de kwaliteit van het sportaanbod te verhogen en anderzijds de sport betaalbaar te houden (WP 6). In de tweede bijdrage stonden de prijs en de betaalbaarheid van sport centraal. In dit derde artikel borduurt hij hierop verder en komen de kwaliteit en organisatie van sport aan de orde.
Nadat hij in de twee vorige artikelen inging op de gespannen en ingewikkelde relatie tussen de prijs, de kwaliteit en de organisatie van het sportaanbod staat hij deze laatste bijdrage stil bij belangrijke ontwikkelingen in deze sfeer.door: Jan Janssens
De sportsector is in de afgelopen decennia sterk gegroeid en veranderd. Het aanbod aan sport en beweegactiviteiten is veel gevarieerder geworden. Allerlei doelgroepen, die voorheen niet of nauwelijks aan sport deden, worden (met wisselend succes) gestimuleerd om in beweging te komen. Naast commercialisering en informalisering (meer ongeorganiseerde sport, individueel of met vrienden) is er sprake van vermaatschappelijking en, zij het nog in beperkte mate, ook van professionalisering. Technologische veranderingen en de opmars van de informatiemaatschappij hebben de sport ook niet onberoerd gelaten.
Nog niet zo heel lang geleden was het leden-voor-leden verenigingsmodel dominant in de Nederlandse sportwereld. Maar de sportaanbieders van vandaag de dag kennen vele verschillende organisatievormen en bedrijfsmodellen. Het sportaanbod wordt niet langer hoofdzakelijk georganiseerd in verenigingsverband of in ongeorganiseerde vorm aangeboden in publieke sportaccommodaties. Gemeenten bieden sport aan bijvoorbeeld via buurtsportcoaches, maar ook via school- en buurtsportverenigingen. Er zijn stichtingen opgericht voor terugkerende sportevenementen zoals de Zevenheuvelenloop, maar ook voor regulier alledaags sportaanbod zoals Flik-Flak dat doet voor de gymsport in ’s-Hertogenbosch.
Commercialisering en professionalisering
Bovenal zijn er vandaag de dag heel veel ondernemingen actief in de sport. Die zien we in allerlei soorten en maten, van zzp’ers (denk aan personal coaches en bootcampinstructeurs) tot mkb (veel fitnesscentra en sportscholen) en zelfs beursgenoteerde multinationals zoals Basic-Fit. Er zijn ook franchise formules zoals Fit20 en aggregators of intermediaire organisaties die bestaand sportaanbod vermarkten zoals Bedrijfsfitness Nederland. En niet te vergeten, online-platforms en apps die sporters faciliteren zoals Virtuagym, sporters bij elkaar brengen en zelforganisatie bevorderen zoals Inviplay.
Ook binnen de traditioneel georganiseerde sport is overigens niet alles bij het oude gebleven. Daar zijn tegenwoordig ook allerlei hybride organisatie- en samenwerkingsvormen te vinden. Zo zien we bijvoorbeeld dat veel tennisverenigingen hun accommodaties hebben ondergebracht in aparte stichtingen en de lessen laten verzorgen door commerciële tennisscholen of zelfstandig opererende tennisleraren. Golfverenigingen huren daarvoor golfpro’s in en laten op hun banen ook golfers toe die aangesloten zijn bij online platforms zoals ANWB Golf. Een aantal gymnastiekverenigingen werkt bestuurlijk samen in Gympoint. Vooral in het hockey, maar ook wel in voetbal, atletiek en tennis stellen grote verenigingen steeds vaker betaalde verenigingsmanagers aan. In sommige sportparken zoals Sportpark Galecop op de grens van Utrecht en Nieuwegein werken sportaanbieders samen onder leiding van een sportparkmanager. Ook dat krijgt meer en meer navolging.
Schaalvergroting
Structurele samenwerking van verenigingen (bijvoorbeeld in een gezamenlijke jeugdafdeling of coöperaties) komt steeds vaker voor. Hetzelfde geldt voor fusies van verenigingen binnen dezelfde tak van sport of van verenigingen uit verschillende disciplines (omniverenigingen). De verwachting is dat deze ontwikkeling zich in de komende jaren doorzet. Fuseren is voor verenigingen vaak een ultieme overlevingsstrategie, en fusieprocessen worden ook regelmatig min of meer afgedwongen door lokale overheden. Maar het beoogde effect van deze schaalvergroting is in alle gevallen versterking van verenigingen, kostenbesparing en meer mogelijkheden om ambities op sportief of maatschappelijk vlak te realiseren.
Dat laatste getuigt ook van de toegenomen vermaatschappelijking. Hoewel veel clubbestuurders zich ook vroeger wel bewust waren van hun maatschappelijke rol ('we houden de jongens van de straat'), zijn zij daar vandaag de dag toch nadrukkelijker mee bezig. Dat sportverenigingen aangespoord door het Ouderenfonds activiteiten voor dementerende senioren organiseren (De Derde Helft, dat er in het voetbal tegenwoordig een ASS-competitie is voor auti-teams (jongeren met autisme), dat in het rugby projecten bestaan voor re-socialisatie van ontspoorde jongeren (De Harde Leerschool) en in het basketbal voor kwetsbare jeugd (Alleen jij bepaalt) zijn hiervan treffende illustraties.
Ook binnen de ondernemende sport is steeds meer oog voor de maatschappelijke aspecten van sport. Zo nemen momenteel bijvoorbeeld twintig fitnesscentra deel aan een leefstijl- en fitnessprogramma voor mensen die rond de armoedegrens leven (Fitness Loont). Op een aantal plaatsen, bijvoorbeeld door Bodyline Healthcenter in Zeeuws-Vlaanderen, wordt door fitnessondernemers ook samengewerkt met zorgaanbieders.
Flexibilisering en differentiatie
De verschillende organisatievormen kennen uiteenlopende bedrijfsmodellen en strategieën voor prijsstelling. In toenemende mate zien we daarbij dat wordt ingespeeld op de behoefte aan flexibele sportbeoefening zonder (veel) verplichtingen en dat gedifferentieerde tarieven worden gehanteerd.
De ondernemende sportaanbieders lopen daarin duidelijk voorop. Zo weet onlineplatform Strava wereldwijd naar eigen zeggen meer dan honderd miljoen mensen in beweging en met elkaar in competitie te brengen in de openbare ruimte. Daarbij kiezen sporters individueel uit 30 verschillende disciplines en bepalen zij zelf tijd, locatie en intensiteit. Footy maakt het mogelijk om zonder verdere verplichtingen in kleine (vrienden)teams met wisselende samenstelling korte voetbalcompetities te spelen. En de klanten van Basic-Fit hebben keuze uit drie verschillende lidmaatschappen en hebben bij een groot aantal filialen geautomatiseerde 24/7 toegang. Bij die filialen is in de nachtelijke uren geen personeel aanwezig en wordt de veiligheid op afstand bewaakt met slimme camera’s.
Maar ook in de meer traditionele verenigingssport zien we geleidelijk aan meer differentiatie in tarieven en lidmaatschapsvormen. Zo heeft hockeybond KNHB flexhockey geïntroduceerd, biedt Golfclub Zeegersloot in Alphen aan den Rijn early bird- en twilight-lidmaatschappen aan met korting in daluren, huren de tafeltennis-, korfbal- en volleybal clubs in Westervoort samen een zaal waar kinderen aan W-sport deelnemen onder leiding van trainers van de drie betrokken clubs, en heeft badmintonvereniging UVO-Spirit uit Amsterdam strippenkaarten ingevoerd voor mensen die niet hele jaar willen of kunnen sporten. Het zijn maar enkele voorbeelden van nieuwe aanpakken en groeiende flexibiliteit in de sport.
Uitdagingen en kansen
Onder invloed van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen is het sportaanbod veranderd. De organisatie, de kwaliteit en de prijs van sport zijn geen statische gegevens. Het is zeker een uitdaging om de deelname aan sport en bewegen (verder) te vergroten, meer maatschappelijke impact te genereren en tegelijkertijd de toegankelijkheid te waarborgen. Maar er zijn in deze sfeer ook goede kansen. De hierboven gegeven voorbeelden illustreren - net als in het eerste artikel in antwoord op de vraag hoe we effectiever en efficiënter gebruik kunnen maken van sportaccommodaties - dat een radicale systemische verandering niet per se nodig is. Het gaat veeleer om aanpassing en doorontwikkeling van het bestaande systeem. Onderzoek, innovatie en kennisbenutting kunnen daarbij helpen. Daarvoor is een agenda opgesteld en geld uitgetrokken.
Zoals aan het einde van de eerdere artikelen in deze reeks al is gemeld, is een ruim budget beschikbaar voor een meerjarig onderzoeksprogramma rond de verschillende vraagstukken die bij de analyse van de wicked problems 5 en 6 van MOOI in Beweging naar boven zijn gekomen. Daarbij staan onderzoeksvragen centraal die betrekking hebben op:
a. Aanpak, ervaring en gevolgen van professionalisering sportaanbieders.
b. Benutting en exploitatie van sportaccommodaties.
c. Modellen van bedrijfsvoering in de sport.
d. Betalingsbereidheid, prijselasticiteit en prijsdifferentiatie in de sport.
e. Financiële prikkels om sport en bewegen te stimuleren.
Het budget zal niet worden versnipperd. Het is de bedoeling dat, onder aanvoering van een universiteit of hogeschool, brede consortia worden gevormd die verschillende projecten uit dit onderzoeksprogramma in de komende jaren ter hand gaan nemen. De onderzoekers moeten samen met (vertegenwoordigers van) sportaanbieders, gemeenten en andere betrokken organisaties meer kennis en inzichten verzamelen over de bovengenoemde thema’s en deze vervolgens teruggeven aan het veld.
Zo moet het veld uiteindelijk in staat worden gesteld om enerzijds effectiever en efficiënter gebruik te maken van sportaccommodaties (WP5), en anderzijds de kwaliteit van het sportaanbod en de deelname daaraan te verhogen zonder dat de betaalbaarheid in het gedrang komt (WP6).
Voor het eerste thema (a.) is afgelopen najaar al een subsidieoproep gedaan, maar deze heeft nog niet tot een toekenning geleid. Voor de vier andere thema’s zijn begin februari twee subsidieoproepen uitgegaan. De thema’s b. en c. zijn gecombineerd, evenals de thema’s d. en e. Bovendien zal een budget beschikbaar worden gesteld voor fysieke experimenteeromgevingen rond vernieuwende vormen van samenwerking, organisatie en/of bedrijfsvoering in de sport. Daarvoor kunnen t.z.t. gemeenten en/of instellingen voor HBO of MBO aanvragen indienen.
Op de website van Mooi in Beweging is alle informatie over wicked problem 5 en wicked problem 6 te vinden. Daar kunnen de betreffende strategische plannen worden gedownload en ook de kennis- en innovatiescans die door het Mulier Instituut zijn opgesteld.
Jan Janssens is directeur-eigenaar van onderzoek- en adviesbureau Chionis. Eerder was hij o.a. directeur van het Mulier Instituut, lector Sport Management & Ondernemen bij de Hogeschool van Amsterdam, formateur van sport- en preventieakkoorden in acht gemeenten en kwartiermaker bij ZonMw.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.