Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Het verdriet van de combinatiefunctionaris

Het verdriet van de combinatiefunctionaris

15 april 2014

Opinie

Gesproken column
Tijdens het seminar ‘Sport, opleiding en arbeidsmarkt’ dat vorige week woensdag door Sport Knowhow XL georganiseerd werd in het Landstede Sportcentrum in Zwolle, sprak Jan Janssens - lector aan de opleiding Sport, Management en Ondernemen van de Hogeschool van Amsterdam - de volgende column uit over positie en functioneren van de combinatiefunctionaris.


door: Jan Janssens

De combinatiefunctionaris. Wie kent hem niet? Wie kent hem wel? Combinatiefunctionarissen moeten heel vaak uitleggen wat hun functie inhoudt en wat ze precies doen. Ik weet precies hoe dat is. Als lector moet ik ook altijd uitleggen wat ik doe. Ik voel een diepe verwantschap.

Wat is dat nu, een combinatiefunctionaris? Ik dacht bij mezelf, er zitten in zo’n zaal altijd mensen die dat niet weten. Die hebben niks aan een verhaal over het verdriet van de combinatiefunctionaris, als ze geen voorstelling kunnen maken van wat zo’n man of vrouw eigenlijk doet. Dus ik dacht, dat zoeken we even op in de dikke Van Dale. Die kun je online raadplegen, dus dat is zo gepiept.

Maar dat viel tegen. Ik toetste de 22 letters zorgvuldig in, maar kreeg het volgende op het scherm te lezen: 'Het woord is verkeerd gespeld of het staat niet in het gratis woordenboek.' Nu ben ik niet voor één gat te vangen. Ik heb mezelf aangemeld voor een proefperiode en kreeg toegang tot de complete woordenschat. Maar helaas ook daar geen treffers.

Er bestond natuurlijk wel zo iets als een combinatietang, combinatiebad, combinatiehengel, combinatieklas, combinatiespel, combinatiegroep, combinatiepil, combinatiekorting, combinatieslot… Er wordt wat afgecombineerd hoor. Er blijkt zelfs zoiets te bestaan als een combinatiegezwel. Mocht u zich afvragen wat dat is: dat is een gezwel bestaand uit twee verschillende gezwellen.

Maar de combinatiefunctionaris is dus nog niet gesignaleerd op de burelen van de lexicografen van de eerbiedwaardige Van Dale. En met de buurtsportcoach - zoals de combinatiefunctionaris vandaag de dag ook wel wordt genoemd - is het niet beter gesteld. Ook geen enkele treffer. Ik zal u de alternatieve suggesties besparen.

Nu gaat het natuurlijk om een nieuwe functie en een nieuwe beroepsgroep, maar toch. Er zijn er dag in dag uit inmiddels toch wel meer dan 2.000 combinatiefunctionarissen in touw. Het is binnen de sportsector een van de grootste beroepsgroepen. En als je dat afzet tegen de 500 man caviapolitie die de PVV bij de voorlaatste formatie in de wacht sleepte, is het toch een gotspe dat de animalcop en dierenagent sinds 2012 wél een plekje hebben gekregen in het Groot woordenboek van de Nederlandse taal.

De combinatiefunctionaris of buurtsportcoach - laat ik het dan maar in mijn eigen woorden doen - is een functionaris die in dienst is bij één werkgever maar in twee of meer werkvelden actief is. Het is iemand die een brug slaat tussen onderwijs, sport, cultuur, kinderopvang en welzijn, die zich inzet om meer kinderen, jongeren maar ook ouderen in beweging te krijgen, maar dat niet alleen.

Naast de stimulering van sportdeelname wordt ook gemikt op meer actieve beoefening van cultuur, minder schooluitval, versterking van verenigingen en betere benutting van maatschappelijke functies van sport. Het is nogal wat. Zoiets kun je ook eigenlijk niet vangen in een lekker bekkende functiebenaming die de variatie aan mogelijke invullingen rechtdoet. Combinatiefunctionaris, daar moeten we het maar mee doen.

Om in totaal 2.900 fte van die mooie functies te bekostigen is door de ministeries van VWS en OCW in 2008 een ingenieuze subsidieregeling in het leven geroepen. Gemeenten krijgen dat geld ter beschikking maar worden geacht om samen met andere organisaties en instellingen voor cofinanciering te zorgen. Er is relatief veel geld gemoeid met deze regeling. Het is verreweg de grootste kostenpost op de sportbegroting van VWS. Dus het is interessant om na te gaan wat er met dit geld gebeurt.

Om te kijken hoe het beleid zich in de praktijk vertaalt, hebben wij (mijn SM&O-collega Henk Hille en ik) in één van de keuzevakken - de minor Sport, beleid en bestuur - de studenten in de afgelopen jaren steeds combinatiefunctionarissen laten interviewen over hun dagelijkse werkzaamheden. Het project loopt nog, maar er zijn inmiddels meer dan honderd combinatiefunctionarissen geïnterviewd die werkzaam zijn in meer dan vijfendertig gemeenten. Daarnaast zijn er in de afgelopen tijd ook elk jaar verschillende studenten die afstudeerscripties hebben geschreven over vraagstukken met betrekking tot de combinatiefuncties. Dus we krijgen zo langzamerhand best een aardig beeld van die functies en de gang van zaken daaromheen. Dat beeld roept veel vragen op en geeft af en toe ook een ongemakkelijk gevoel. Een en ander wil ik vanmiddag met u delen.

Wat meteen opvalt is de enorme verscheidenheid in taakuitoefening. Ik noemde net al een hele serie belangwekkende taken die de combinatiefunctionaris op zijn bordje kan krijgen, maar in de praktijk blijkt hij - of zij natuurlijk; maar dat snapt u wel – nog veelzijdiger. Zo zijn er ook combinatiefunctionarissen die een deel van hun tijd werkzaam zijn in een administratieve functie, als zwembadmanager, receptionist, telefonist, ja zelfs als klusjesman. Hij bestaat echt: de combinatiefunctionaris met combinatietang!

Maar daar tegenover staan ook combinatiefunctionarissen die eigenlijk helemaal geen combinatie van functies hebben, die gewoon als vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding voor de klas staan. Er zijn sowieso veel combinatiefunctionarissen die een flink deel van hun tijd gymlessen geven. Dat geeft te denken. Meer vakleerkrachten in de gymzaal is prima, maar het is toch niet de bedoeling dat middelen van de sportbegroting worden aangewend om leerkrachten aan te stellen? Daar hebben we toch de onderwijsbegroting voor?

Er schijnen trouwens ook combinatiefunctionarissen te bestaan die niet eens weten dat ze dat zijn. Die staan bij de financiële administratie van een welzijnsstichting in de boeken als combinatiefunctionaris maar op hun visitekaartjes staat dan bijvoorbeeld straathoekwerker of vrijwilligersmakelaar.

Zoals uit deze voorbeelden blijkt, varieert niet alleen de taakinhoud enorm, maar ook de organisatorische inbedding. Zelfs binnen één gemeente kan dat sterk uiteenlopen. Zo is er bijvoorbeeld een wat grotere gemeente waar wel zeventien combinatiefunctionarissen rondlopen, waarvan de meeste elkaar niet kennen of tegenkomen in hun dagelijks werk. Daarvan staan er acht op de loonlijst bij de gemeente, drie bij onderwijsinstellingen, drie bij sportverenigingen, één bij een muziekschool. En dan zijn er ook nog eens twee zzp’ers één dag per week in actie als combinatiefunctionaris. Zzp’ers met een combinatiefunctie, die factureren op uurbasis, dat gebeurt op meer plekken.

De subsidieregeling wordt op veel plaatsen vrij geïnterpreteerd. Dat is mijn goede vrienden van het Mulier Instituut - die de inzet van combinatiefunctionarissen voor het ministerie monitoren en evalueren - ook niet ontgaan. In de voortgangsrapportage Sport en Bewegen in de Buurt 2013 schreven zij afgelopen najaar:

'Er bestaat veel variatie in de visie en aanpak van gemeenten wat betreft de inzet van de combinatiefunctionaris. De regeling blijkt flexibel toepasbaar en biedt mogelijkheden voor maatwerk en aansluiting op de lokale situatie/behoeften. Dit wordt positief gevonden.'

En volgens de Mulieronderzoekers zit er sinds kort nog meer rek in de regeling.

'Met de verbreding van de functie van combinatiefunctionaris tot buurtsportcoach, die kan worden ingezet voor een breder scala van doelgroepen zal nog meer vraaggericht gewerkt kunnen worden en zal de variatie toenemen.'

Vraaggericht werken, lokaal maatwerk dat klinkt mooi, daar kan niemand op tegen zijn. Maar is het ook niet een beetje lokaal gerommel, creatief boekhouden, schuiven met subsidiepotjes, marchanderen met cofinanciering?

De bezuinigingen vanwege de crisis, de bewegingsarmoede van de jeugd, de kwaliteit van het gymonderwijs; de rechtvaardigingen om een vrije interpretatie te geven aan de subsidieregeling liggen voor het oprapen. Maar toch… Ik ben geen letterknecht en ben ook niet vies van een gezonde dosis opportunisme, maar het voelt niet goed dat we dit zo laten gebeuren. Want wat komt er nu eigenlijk terecht van het beoogde multipliereffect als de baten van ene subsidieregeling worden gebruikt voor cofinanciering van de andere, als de middelen van de sportbegroting worden aangewend om uitgaven van de onderwijsbegroting te dekken, en als de jonge professionals die de combinatiefuncties vervullen het kind van de rekening dreigen te worden?

Die jonge professionals - ook dat is een beeld dat oprijst uit de interviews - vervullen vaak met veel inzet, enthousiasme en plezier hun functie. Maar ze hebben vaak een lastige functie en een zwakke rechtspositie. Door het werken voor verschillende opdrachtgevers, krijgen ze per saldo vaak weinig begeleiding, zijn ze in een permanente onderhandeling en hebben ze te maken met uiteenlopende soms tegenstrijdige verwachtingen, verwachtingen die niet zelden onrealistisch zijn.

Er is aan de ene kant druk om tijdens kantooruren te werken, aan de andere kant worden ze juist geacht om in de avonduren en weekenden aan de slag te gaan. Ze hebben bijna altijd kortlopende aanstellingen en deeltijdcontracten, en maken heel veel overuren. Om maar aan die verwachtingen tegemoet te komen en kans te maken op verlenging en uitbreiding van hun contract. Ze moeten zichtbaar zijn en hun meerwaarde bewijzen, maar mogen zich vooral niet onmisbaar maken.

Met de ideeën achter de combinatiefuncties is niets mis. In de praktijk bewijzen veel combinatiefunctionarissen ook dat zij van grote waarde zijn. Maar waarom zijn we niet in staat om hun aanstelling en positie ordentelijk te regelen? Waarom toch die houtje-touwtje aanpak? Het gaat om 2.900 fte! De grootste beleidsoperatie in de vaderlandse sport ooit.

Laten we onszelf en ons werkveld serieus nemen en daarvoor staan. Als we sport belangrijk vinden, moeten we geen genoegen nemen met een organisatorische infrastructuur die tot in de lengte der dagen volledig drijft op welwillende maar niet altijd even capabele vrijwilligers, op schnabbelende trainers, op groepsleerkrachten die zonder vakkennis gymlessen geven en op combinatiefunctionarissen met combinatietang. Opportunisme en kwaliteit verdragen zich nu eenmaal slecht met elkaar.

Laten we inzetten op professionalisering. Met mate en met respect voor al die vrijwilligers. Geleidelijk maar vastberaden. De aanstelling en inzet van duizenden combinatiefunctionarissen is een vorm van professionalisering. Er is een flinke stap gezet. Maar niet overal in de goede richting. Het is misschien niet makkelijk om de koers aan te passen, maar het is een poging waard. De sport is ermee gediend. De combinatiefunctionarissen ook.

Die combinatiefunctionarissen zijn trouwens ook gebaat bij een duidelijker profiel. En daar kunnen wij met zijn allen wat aan doen. Gewoon door een mailtje te sturen naar redactie@vandale.nl en daarin te pleiten voor opname van de combinatiefunctionaris in het woordenboek. Wat die malle Dion Graus in zijn eentje voor elkaar heeft gekregen met de animal cop moet ons met zijn allen toch lukken met de combinatiefunctionaris?

Jan Janssens is lector Sportbusiness Development bij de opleiding Sport, Management en Ondernemen van de Hogeschool van Amsterdam. J.w.janssens@hva.nl

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.