23 augustus 2011
Opinie
NeSSI staat voor Nederlands Sports Science Institute, of in ABN: het Nederlands Sportwetenschappelijk Instituut. Het NeSSI moet in de toekomst het centrum worden van het wetenschappelijk onderzoek naar onder meer topsport in Nederland.
Het NeSSI is een ‘tastbaar’ instituut, waarvan de front-office zich bevindt in Amsterdam. De bedoeling is dat het in de nabijheid van de Vrije Universiteit (VU) wordt gevestigd en dat er - in de back-office - uitdrukkelijk een landelijk samenwerkingsverband van universiteiten en hogescholen aan ten grondslag ligt. Sterker nog, zonder de uitstekende samenwerking van de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) en de VU en hun beider wens dit in gezamenlijkheid te blijven doen zou het NeSSI niet eens van de grond kunnen komen. Van oudsher zijn deze twee kennisinstellingen immers betrokken bij het fundamentele en toegepaste (top)sportonderzoek in Nederland. Zowel Groningen als Amsterdam hebben de beschikking over een Faculteit Bewegingswetenschappen en een Academie voor Lichamelijke Opvoeding en bedienen zodoende al jaren het WO en het HBO met sportgerelateerd onderzoek en leiden tevens professionals op voor deze branche.
Wat gaat het NeSSI nu precies doen? Dat is natuurlijk de volgende vraag. Kamiel Maase heeft daar hier op Sport Knowhow XL al zeer veel over verteld. Met name over de wens van NOC*NSF om onze topsportambities te blijven waarmaken binnen een wereld met een ‘toenemende prestatiedichtheid’. Zoals Kamiel aangeeft gaan uiteindelijk de details het verschil maken. En deze zullen in toenemende mate bepaald worden - zo is de inschatting van NOC*NSF - door meer aandacht voor en participeren in toegepast wetenschappelijk onderzoek. Belangrijk in deze ontwikkeling is tevens hoe en ?f men er in slaagt om de uitkomsten van dit onderzoek te vertalen naar de praktijk door deze daarin toe te passen. Juist daarom is de samenwerking tussen WO en HBO in het NeSSI van groot belang.
Het NeSSI zal zich met een aantal onderzoeksprogramma’s richten op het vergroten van de kennis die noodzakelijk is om topsport op het hoogste niveau te kunnen blijven beoefenen. De vertaling van deze kennis zal in nauwe samenwerking met de praktijk en partners van de sport en de overheid gebeuren. Het verder functioneel maken en toepassen van de kennis zal gebeuren via de inmiddels draaiende trainingsprogramma’s in de vier CTO’s (Centra voor Topsport en Onderwijs) in Heerenveen, Papendal, Eindhoven en Amsterdam. Deze kennis wordt daarnaast mede via scholing van de coaches en de technisch directeuren ingezet door de - in het artikel van Kamiel Maase - benoemde en aan NOC*NSF verbonden experts. Op de werkvloer zal naast de coach een belangrijke rol zijn weggelegd voor de ‘embedded scientist’ die in de directe trainingsomgeving zijn werk zal doen en kennis met de coaches en trainers zal delen. Blijven er daarnaast nog vragen over dan kunnen de begeleiders van de trainingsprogramma’s terecht bij ‘Topsport Topics’ waar een aantal sportwetenschappers permanent werkt aan het beantwoorden van sportwetenschappelijke vragen uit de praktijk.
Zo is vervolgens de cirkel rond wat betreft het NeSSI en haar rol in de begeleiding van topsporters. Waar echter niet aan voorbij gegaan mag worden - en het Sectorplan Sportonderwijs en –onderzoek, 2011-2016 (‘Fundament onder de Olympische Ambities’) zegt daar uitdrukkelijk iets over - is dat het NeSSI een meerwaarde heeft die niet alleen voor (top)sport geldt maar zeker ook voor gezondheidsonderzoek, breedtesportparticipatie en welzijn. Het is niet voor niets dat rondom deze aandachtsgebieden het NeSSI in het sectorplan wordt gepositioneerd als onderzoeks- en kenniscentrum. Het NeSSI is derhalve geen vurige wens van uitsluitend topsportliefhebbers maar heeft een zware rol als kenniscentrum in de volle breedte van de gezondheidszorg, het gezond bewegen en de topsport.
Je kunt je afvragen waarom het NeSSI gerealiseerd dient te worden, terwijl bestaande instellingen op onderdelen van het programma reeds veel werk verrichten danwel een geschiedenis hebben. Dat is een gerechtvaardigde vraag! In Nederland is op het gebied van topsportbegeleiding een (beperkt) aantal kennisinstellingen werkzaam. We moeten echter tegelijkertijd constateren dat deze werkzaamheden op zich weliswaar voldoen maar ook los van elkaar ontstaan. Waarbij het meer dan eens voorkomt dat verschillende onderzoeksinstellingen om dezelfde subsidies knokken. Om nu de gewenste gezamenlijkheid in onderzoek, het met elkaar benutten van verschillende deskundigheden en het efficiënt inzetten van de bestaande (schaarse) middelen te bevorderen - om de relatief kleine doelgroep optimaal te bedienen - is het instellen van een centraal instituut een belangrijke voorwaarde. Waarbij samenwerking in het front-office gebeurt maar dat in de back-office van het NeSSI de eigen infrastructuur wel degelijk overeind blijft.
Een ander aspect is, naar mijn mening, de toenemende aandacht voor en het toenemende belang van sportbeoefening in onze maatschappij. Zowel passief als actief groeit de participatie in de sport en op veel fronten blijkt dat goed en gezond bewegen voor de (jonge) mens een structureel positief effect heeft op de gezondheid, op het leervermogen, op afname van het artsenbezoek en dus de samenleving uiteindelijk geld kan opleveren. In dit licht wordt er dan ook anders en met grote verwachtingen gekeken naar het onderzoek binnen de sportwetenschap, een discipline die tot op heden nog niet of nauwelijks bestaat in Nederland. In de ons omringende landen als Groot-Brittannië, Duitsland en Scandinavië (en verder weg de Verenigde Staten en Australia) bestaat daarentegen al sinds jaar en dag een Nationaal Sportwetenschappelijk Instituut en dit zijn - niet toevallig - landen die ook al jarenlang bivakkeren in de tops van de internationale sport en ook in de gezondheidszorg vooroplopen. Niettemin worstelen ook deze landen nadrukkelijk met het toenemende probleem van overgewicht/obesitas onder de jeugd en de zeer jeugdigen. Een probleem dat derhalve ook niet zomaar zal worden opgelost met de komst van een NeSSI.
Nederland heeft al met al een prachtkans om in een geëquipeerd onderzoeksinstituut alle deskundigheid te organiseren (back office) en samen te brengen (front office) op zo’n manier dat er hoogstand (toegepast) onderzoek kan worden verricht ten bate van de (top)sport, de geneeskunst en breder, de volksgezondheid. Overigens komt het NeSSI niet uit de koker van uitsluitend NOC*NSF, de VU of de RuG maar is deze het resultaat van een langdurig samenwerkingsproces van een groot aantal hoger onderwijsinstellingen in Nederland. Deze hebben in de periode van 2010 tot 2011 gezeten, gesproken, geschreven en nagedacht om dit model te ontwikkelen en te onderbouwen. Het is dus geen oprisping van een enkeling.
Bovendien past het in de ontwikkeling zoals de sportwetenschap die heeft gekend. Ik mocht een twintig jaar geleden als een van de eersten - ik werkte toen bij NOC*NSF - met een kleine subsidie vanuit het ministerie van VWS werken aan sportonderzoek middels het Body-of-Knowledge project. In deze zogenoemde BOK-projecten werden vragen vanuit de sportpraktijk - maar ook bijvoorbeeld vanuit de klassieke dans - gekoppeld aan wetenschappers die vanuit hun persoonlijke expertise de sport hielpen bij het vinden van antwoorden. De aldus ontwikkelde kennis werd vervolgens schriftelijk vastgelegd zodat de vraagsteller ermee werd geholpen maar tevens werd de opgedane of specifiek ontwikkelde kennis via verslagen verspreid onder de overige sporten in Nederland en via het Nationaal Coach Platform (NCP) ook nog aan het technisch topkader aangeboden. Het NCP werd eens per twee maanden georganiseerd op Papendal en fungeerde als draaischijf voor kennis tussen de diverse sporten en het technisch kader. Wat mij betreft is deze ontwikkeling en het opgestelde sectorplan dus echt de vooruitgang, de laatste stap, en de structuur die recht doet aan de kracht van sportwetenschap in Nederland!
Er wordt nu wel erg veel over het NeSSI gesproken maar wanneer gaat het nu van start of wanneer is het er? Het zou wat mij betreft prima zijn als de samenwerking die onder het idee van het NeSSI ligt en reeds begonnen is verder wordt ontwikkeld. Maar ook als de CTO’s hun rol goed gaan invullen, als de embedded scientists hun werk optimaal kunnen gaan doen, als Topsport Topics draait en als sportwetenschap een vast onderdeel van de begeleiding in de topsport in Nederland wordt. Inmiddels worden - op al deze fronten stappen - gemaakt en is het Ministerie van OCW ook partner in de financiering van de ontwikkelingen. Als rond 2016 - in de periode na de Olympische Spelen van Rio de Janeiro - het NeSSI dan ook werkelijkheid wordt, hebben we het goed gedaan. En ik ben er van overtuigd dat dit zal lukken! De rijen zijn gesloten, de sport en de overheid hebben hun ambitie uitgesproken om structureel te verblijven in de top tien van de wereld op topsportniveau en om de organisatie van de Olympische Spelen in 2028 (of later) naar Nederland te halen, het hoger Onderwijs heeft zich op dit onderwerp verenigd, kortom: we kunnen eigenlijk reeds starten.
Cees Vervoorn is sinds begin 2010 lector Topsport en Onderwijs aan de Hogeschool van Amsterdam/Universiteit van Amsterdam. Daarvoor was hij vanaf 2006 voorzitter van het domein Bewegen, Sport en Voeding aan de Hogeschool van Amsterdam waaronder de ALO en de studierichtingen ‘Sport, Management & Ondernemen’ en ‘Voeding’ vallen. Bovendien was Vervoorn van 1999 tot 2006 directeur van de ALO . Daarvoor werkte hij vanaf 1992 bij NOC*NSF als plaatsvervangend hoofd van de toenmalige sectie ‘Topsport’. In 1996 en 2000 was hij Chef de Mission van het Nederlands Paralympisch Team. En als topzwemmer deed Vervoorn in 1976, 1980 en 1984 zelf mee aan de Olympische Spelen. Hij was nationaal recordhouder op de 100 en 200 meter vrije slag én op de 100 en 200 meter vlinderslag. Vervoorn is afgestudeerd bewegingswetenschapper en in 1992 gepromoveerd op hormonale reacties tijdens zware training en inspanning (‘Neuro-endocrine responses to Exercise and Training’).Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.