Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Het grote probleem van het betaald voetbal de regie ligt niet bij clubs

Het grote probleem van het betaald voetbal: de regie ligt niet bij clubs

5 juli 2011

Opinie

door: Jacco Swart

In de week dat de AEX-genoteerde multinationals Philips, Akzo Nobel en Tom Tom winstwaarschuwingen afgeven met soms ongekende koersvallen tot gevolg lijkt er in het betaalde voetbal geen vuiltje aan de lucht. PSV investeert binnen 48 uur nadat de gemeenteraad van Eindhoven akkoord is gegaan met bijna € 50 miljoen steunverlening voor maar liefst € 18 miljoen in drie nieuwe spelers.

In dezelfde week - waarin de hele wereld met ingehouden adem volgt of de noodsteun voor Griekenland erdoor komt - verkast Demy de Zeeuw voor € 6 miljoen naar Spartak Moskou, wordt Frank Rijkaard aangesteld als bondscoach van Saudi Arabie en maakt Ruud Gullit een reuze sprong in de Quote Top 500. Zelfs Feyenoord denkt weer serieus na over het uitgeven van transfer euro’s.

Kortstondige liefdes met een goedgevulde portemonnee
Terwijl de grootste economen op deze aarde met elkaar in de clinch liggen of we nu wel of niet aan de vooravond staan van een ‘double-dip’-recessie en het kabinet beslist om de overdrachtsbelasting fors te verlagen, lijkt het betaalde voetbal alweer bezig haar eigen hoogconjunctuur te bewerkstelligen. Hoe is het in hemelsnaam toch mogelijk dat het zo werkt in de industrie waar ik zelf ook al jaren onderdeel van uit maak? Ik denk dat er een paar aanwijsbare factoren zijn.

Als eerste kan worden vastgesteld dat de voetbalomgeving sterk aan het veranderen is. De markt is geweldig aan het internationaliseren. Danny Koevermans en Duits international Torsten Frings gaan spelen in Canada bij de club Toronto FC waar 84-voudig international Aron Winter hoofdtrainer is. Voormalig N.E.C.-hoofdtrainer Johan Neeskens wordt coach in Zuid-Afrika bij Mamelodi Sundowns FC. Zomaar een paar recente voorbeelden. Het werkterrein van de voetbalprofessional in de meest brede zin van het woord beperkt zich niet meer tot het oude West- en Zuid-Europa. Nee, vrijwel de gehele wereld behoort tot het territorium van de voetbalnomaden. Men trekt daar naar toe waar het avontuur lonkt, maar nog veel meer naar die plekken waar het te verdienen valt.

Opvallend is dat de trek zich tot op heden wel beperkt tot twee categorieën werknemers; spelers en trainers. Niet tot nauwelijks zie je internationale verschuivingen van andere functionarissen in de bedrijfstak. Een absolute (onbewuste) kwaliteit van zowel spelers als trainers uit Nederland is dat men er razendsnel bij is zodra een opkomende voetbaleconomie dreigt te gaan bloeien om daarmee goed en slim gebruik te maken van het imago van het Nederlandse voetbal. Daar kunnen de managers echt iets van leren. Dat het uiteindelijk toch vaak maar kortstondige liefdes blijken te zijn, leidt volgens mij wel tot een desillusie tussen de oren, maar wel één met een goed gevulde portemonnee.

Sportieve ambitie of blinde ambitie?
De verdere internationalisering van de voetbalmarkt zorgt voor een nog heviger concurrentiestrijd tussen clubs. Iedere afzonderlijke club jaagt zijn eigen sportieve ambities na. Voor Barcelona is dat het winnen van de Champions League en de Primera Division, voor Ajax het hervinden van Europese aansluiting en het kampioen worden in de Eredivisie en voor N.E.C. het halen van de play-offs met kans op deelname aan de Europa League. Geen enkele club begint het seizoen met de ambitie om het dit jaar sportief eens wat rustiger aan te doen en de focus bijvoorbeeld te richten op het structureren van de interne organisatie. Nee, iedere club wordt uiteindelijk afgerekend op de structurele sportieve successen of het uitblijven ervan. Incidenteel een keer een minder jaar kan nog net, maar twee mindere seizoenen op rij lijkt in de beeldvorming al verdacht veel op structuur. Alle belangrijke ontwikkelingen, campagnes of strategieën op het gebied van bijvoorbeeld MVO, social media, kernwaarden definiëring en sponsorwerving, zullen moeten bijdragen aan dit sportieve succes en kunnen alleen echt succesvol zijn indien de club daadwerkelijk sportief succes behaalt.

In de Nederlandse Eredivisie kun je de marktgebieden van de verschillende clubs behoorlijk inkleuren zonder dat daarbij nu echt veel overlap is. Natuurlijk overlappen de cirkels rondom Arnhem en Nijmegen elkaar voor een deel, maar er zijn meer factoren dan geografische die bepalen of je voor Vitesse of N.E.C. bent. Ik wil hiermee zeggen dat er in Nederland eigenlijk nauwelijks sprake is van ‘landje pik’ als het gaat om de fans. Het is daarom ook een gegeven dat er tussen de clubs collegiaal wordt samengewerkt als het gaat om de uitwisseling van successen en errors op thema’s als database marketing, PR en maatschappelijke activiteiten . Clubs beschouwen elkaar hierin niet als concurrent. Door op meerdere fronten structureel met elkaar samen te werken hebben we nog zoveel meer mogelijkheden om de positie van het Nederlandse voetbal (inter)nationaal te versterken.

Wie staat er nu eigenlijk aan het roer?
Hoe anders is dat in de werving en selectie van met name spelers en trainers. Kijk naar de soap rondom Vitesse en ADO de afgelopen week. Maar laat ik vooral niet roomser zijn dan de collega’s. Ook wij blazen onze partij mee in het orkest waar de zaakwaarnemers dirigent zijn. Ik zal een recent voorbeeld schetsen van afgelopen maand . De technisch directeur van N.E.C. wordt gebeld door zaakwaarnemer X of wij interesse hebben in speler Y, die ondanks een doorlopend contract transfervrij mag vertrekken bij zijn huidige club. N.E.C. heeft veel belangstelling en gaat het gesprek aan met speler en zaakwaarnemer. Het blijkt dat er nog een Nederlandse club in de race is maar dat de voorkeur uitgaat naar Nijmegen. N.E.C. doet in verschillende, snel opvolgende, etappes een maximale aanbieding aan de speler en zijn zaakwaarnemer. Kort nadat het speler en zaakwaarnemer duidelijk is dat wij ons maximaal gestretcht hebben, komt het verlossende telefoontje van de zaakwaarnemer. Speler heeft op sportieve gronden besloten om de kiezen voor de andere (sportief iets grotere) club.

Ik zeg je dat de speler nooit heeft overwogen om bij N.E.C. te komen spelen, maar dat wij als club gewoon misbruikt zijn om de prijs richting de andere club op te voeren. En daar zit het grote probleem van het betaalde voetbal. De regie ligt niet bij clubs, maar bij spelers, trainers en met name zaakwaarnemers. We weten het allemaal maar doen er niets tegen. Alleen omdat op dit terrein niemand z’n kaarten op tafel wil leggen. Veel clubs zijn financieel ziek. Een behoorlijk aantal ligt niet alleen in het ziekenhuis, maar verblijft daar op de intensive care. Echter, zodra een club van de intensive care naar de zaalverpleging gaat beginnen de meeste zich alweer te gedragen of ze uit het ziekenhuis ontslagen zijn. Niet uit domheid of vanwege misplaatste arrogantie, maar puur vanuit de noodzaak om sportief succes te behalen. Oud N.E.C.-trainer Mario Been verwoordde het deze week treffend in de VI: “Zet de achttien beste trainers van de wereld dit seizoen aan het werk in de Eredivisie en nog zal er één moeten degraderen en zal er maar één kampioen worden”. Dat is de tragiek maar tegelijker tijd ook het allermooiste aan onze volk sport nummer één.

Jacco Swart is algemeen directeur van N.E.C.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.