In een eerdere bijdrage aan SKXL heb ik uiteengezet waarom de NLsportraad sinds 2020 pleit om sport te zien als een publieke voorziening. Net als onderwijs of zorg is het dan iets waarvoor de overheid verantwoordelijkheid draagt. In reacties op mijn bijdrage werd getwijfeld of een Sportwet (in de Tweede Kamer wordt gesproken over een Sport- en beweegwet) wel echt verschil maakt. Aandacht en geld voor sport blijven immers afhankelijk van politieke keuzes. Dat klopt. Toch heeft een Sportwet duidelijke meerwaarde, zoals meerdere lezers ook aangeven. Op minstens vier manieren.
19 februari 2026
Opinie
Om te beginnen is zo’n wet op zichzelf al een krachtig politiek signaal. De overheid laat ermee zien: wij vinden sport belangrijk en voelen ons ervoor verantwoordelijk. Op dit moment is er geen specifieke wet voor sport, terwijl de Grondwet wél zegt dat de overheid voorwaarden moet scheppen voor maatschappelijke en culturele ontwikkeling en vrijetijdsbesteding. Voor cultuur en bibliotheken is dat verder uitgewerkt, maar voor sport niet. Dat zegt ook iets.
"Als het geld krap is, krijgen wettelijke taken voorrang en valt sport al snel buiten de boot"
Hugo van der Poel
Daarnaast geeft een Sportwet richting aan het sportbeleid van gemeenten. De NLSportraad stelt een stelselwet voor die duidelijk maakt wie waarvoor verantwoordelijk is: wat regel je landelijk en wat lokaal? Nu is sport vooral een taak van gemeenten, en die pakken dat allemaal anders aan. Bovendien, als het geld krap is, krijgen wettelijke taken voorrang en valt sport al snel buiten de boot.
De Nederlandse Sportraad ©Wiebe Kiestra
Met een Sportwet kun je vastleggen dat elke gemeente een sportplan moet hebben, met bepaalde minimumeisen of landelijke kaders en elke vier jaar een vaste actualisatie. Dat dwingt tot planmatig werken, regelmatige bespreking in de gemeenteraad en voldoende mensen om het beleid uit te voeren.
Een derde punt is dat het huidige sportbeleid vaak afwachtend is. Verenigingen, ondernemers of evenementenorganisatoren kloppen aan met een plan, en de gemeente beslist of ze helpen. Dat heeft veel moois opgeleverd en particulier initiatief gestimuleerd, maar we zien dat de groei eruit is. Het aantal verenigingen en leden stijgt nauwelijks en een grote groep Nederlanders sport niet en voldoet niet aan de beweegnorm. Dat beeld verandert al jaren amper.
Als we blijven doen wat we deden, verandert er weinig. Volgens de NLsportraad kan een Sportwet helpen om gemeenten actiever te maken. Bijvoorbeeld door doelen vast te leggen om méér mensen aan het bewegen te krijgen, kennis over sportstimulering te vergroten en te werken met interventies waarvan bewezen is dat ze effect hebben.
Tot slot hoort bij verantwoordelijkheid ook geld. Hoeveel geld er beschikbaar is, blijft altijd onderwerp van politiek debat, maar als je sport wettelijk vastlegt als publiek goed, heeft de rijksoverheid een zorgplicht. Daar kan zij op worden aangesproken – net zoals bij thema’s als milieu of volksgezondheid.
"De raad ziet graag dat de discussie wordt verlegd naar de mogelijke inhoud van zo’n wet"
Hugo van der Poel
Kortom, redenen genoeg voor de NLSportraad om te blijven pleiten voor invoering van een Sportwet. De raad ziet graag dat de discussie wordt verlegd naar de mogelijke inhoud van zo’n wet om daarmee scherp te krijgen wat de wet wel en niet regelt. Daarom is het goed dat de staatssecretaris voor Jeugd, Preventie en Sport heeft toegezegd dit voorjaar de contouren van een Sport- en beweegwet naar de Tweede Kamer te sturen.
Deel dit bericht:
Hugo van der Poel
Door: Hugo van der Poel
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.