4 oktober 2011
Opinie
Ver voordat Nederland in 2016 gaat besluiten of het wel of geen bid gaat indienen voor de Olympische Spelen van 2028 lijkt het momenteel maar over één kennelijk zwaarwegende vraag te gaan: welke stad wordt eventueel voorgedragen als ‘host-city’, Amsterdam of Rotterdam?!
De diverse argumenten voor de ene of de andere stad zijn veelal van totaal verschillende aard: ‘naamsbekendheid’ versus ‘sportieve argumenten’, ‘sociaal maatschappelijke redenen’ versus ‘economie’, ‘verdienen’ versus ‘beleven’, etc. Daardoor gaat een goede vergelijking tussen Amsterdam en Rotterdam ook vaak mank. En dat terwijl iedereen allang heeft ingezien – en ook onomwonden heeft verklaard – dat het vooral een totaal Hollands Bid zal moeten zijn, dus van het gehele land. Bovendien, als we alle energie steken in een weinig constructieve discussie over 010 of 020, bestaat het risico dat we in 2016 nog lang niet op ‘olympisch niveau’ zullen zijn en dus voorlopig ook helemaal geen kandidaat zullen worden.
Mochten we in 2016 wél op ‘olympisch niveau’ zijn en een bid wordt in 2020 ingediend, dan zou het zonde van alle inspanningen zijn als we dat alleen voor één keertje (2028) zouden doen.
Want als we dan verliezen, is het dan ‘jammer maar helaas’? Dat zou wel een hele slechte en zeer risicovolle strategie zijn. Veel landen die de Olympische Spelen hebben mogen houden, hebben ten behoeve van meerdere bidpogingen verschillende kandidaat-steden na elkaar voorgedragen. Om de Spelen daadwerkelijk naar Nederland te krijgen, moeten we er dus nu al ernstig rekening mee houden dat één poging waarschijnlijk niet genoeg zal zijn. 2028 is geen stip aan de horizon, maar het begin van een lijn.
Dat beide steden zo aandringen op een snelle keuze is enigszins verdacht. Als het soms betekent dat men alleen bereid is om verder te investeren als winnaar en niet als verliezer, dan is dat zelfs nogal kortzichtig. Het leven gaat namelijk door, zowel na winst als na verlies.
Zou de volgende gedachte deze discussie misschien kunnen doorbreken? Binnen de nationale alliantie van het Olympisch Vuur zou men misschien eens kunnen gaan nadenken over de volgende gedachte: maak met Amsterdam en Rotterdam nu al de afspraak, dat beide steden ‘om en om’ de Nederlandse kandidaat zullen zijn. Dus stel dat de keuze bijvoorbeeld als eerste op Amsterdam zou vallen, dan is tevens de eerstvolgende kandidatuur - als Amsterdam de Spelen van 2028 niet zou krijgen - automatisch voor Rotterdam (en vice versa).
Op die manier kunnen beide steden gezamenlijk gaan werken aan één nationaal bid (want dat is het) in plaats van twee min of meer concurrerende bids. Het keuzemoment voor een host-city is meteen minder opportuun geworden, want of deze nu vroeg of laat genomen zal worden, de dan afgevallen stad zal - na een eerste korte teleurstelling - direct weer een nieuwe kans hebben voor een volgende kandidatuur (mocht de eerste Nederlandse kandidatuur niet tot succes leiden). Deze kan ook voor een heel groot deel gebaseerd worden op het eerdere bid van de andere stad en hoeft alleen nog maar te worden aangevuld met de allerlaatste verbeteringen (geleerd uit de eerdere ervaringen). Zulks kan dan ook tegen relatief veel geringere inspanningen (lees: kosten).
Het zorgt er bovendien voor dat beide steden te allen tijde gemotiveerd blijven om door te gaan met het werken aan hun kandidatuur, wanneer ze weten, dat ze vier, acht of twaalf jaar later weer een kans krijgen. Tegelijkertijd betekent het ook dat alle benodigde nationale inspanningen mede gefocust blijven op de totale Nederlandse belangen en niet afhankelijk zijn van een (tijdelijke) situatie van stad X, of Y in 2020, 2028, of nog later. Voor veel accommodaties, zoals een atletiekbaan, zwembad, roeibaan, paardencentrum, e.d., hoeft er bovendien maar één optimaal nationaal plan bedacht te worden, hetgeen ongetwijfeld een positieve invloed kan hebben op de kostenfactor.
Het zou weer een interessant nieuw element kunnen toevoegen aan die unieke ‘Dutch Approach’, want ook daar zullen we het toch van moeten hebben: een onderscheidende aanpak, naast andere reeds in het oog springende aspecten, zoals een legacy vóóraf, het vermarkten van onze watertechnologie: de ‘floating games’ en die slimme, tijdelijke, multi-purpose accommodaties.
Hopelijk brengt een dergelijke ‘haasje over’-afspraak ook weer vaart in het Olympisch Plan 2028, want alle discussies over een vroege keuze voor een kandidaat-stad, die nog niet eens kandidaat is, werken tot nu toe eerder verlammend, dan stimulerend.
Jeroen van Tets is sinds 2011 freelance debat- / discussieleider en dagvoorzitter (‘Mr. Speaker’). Daarnaast schrijft Van Tets ook columns en opiniestukken in diverse media (‘Mr. Write’). Van Tets was van 2005 tot en met 2010 programmamanager Ruimte & Accommodaties bij sportkoepel NOC*NSF. Daarvoor werkte hij als manager gebiedsontwikkeling bij Arcadis Bouw en als sales manager bij Desso DLW Sports Systems. Voor meer informatie: jvantets@planet.nl of 035-623 2907 / 06-5335 5755.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.