Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Grootbrengen door kleinhouden perfectionistische ouders kweken kwetsbare kinderen

Grootbrengen door kleinhouden | perfectionistische ouders kweken kwetsbare kinderen

6 november 2012

Opinie

door: Jan Ooms en At van Steijn

Ouders, kinderopvang en basisscholen lijken overmatig behept met het bieden van overbescherming. Peuters en kleuters die in de buggy of met de auto naar school en kinderopvang worden gebracht, jonge kinderen die aan de hand worden gehouden, valdempende ondergronden op het speelplein , het (leren) fietsen met behulp van zijwieltjes, enzovoorts. Allemaal met de beste bedoelingen, maar opvoeders bewijzen de motorische ontwikkeling van hun kinderen met deze zorg geen dienst. Een kind dat nooit uit een klimrek valt, leert immers ook niet hoe hij dat de volgende keer kan voorkomen.

Bovendien lopen kinderen die te weinig kansen krijgen om zelf te bewegen en de mogelijkheden van hun lichaam te ontdekken het risico een bewegingsachterstand te krijgen (Pijl, 2007). In 2010 bleek uit een grootschalig onderzoek (Collard, VU-MC) dat basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8 minder fit zijn dan hun leeftijdsgenootjes dertig jaar geleden. De huidige generatie 10- tot 12-jarigen scoort fors lager op kracht, snelheid, lenigheid en motorische vaardigheden. Sinds een aantal jaren worden op sommige scholen alle vijfjarigen getest door een motorische remedial teacher en opvallend veel kleuters krijgen een behandelingsadvies vanwege hun bewegingsachterstand.

We kennen de effecten van bewegingsarmoede op het gebied van overgewicht, de grotere vatbaarheid voor allergieën, verminderde weerstand en zelfs cognitieve achterstanden (immers ‘bewegen baat het brein’). Onderwijs, kinderopvang, consultatiebureaus en GGD’s zouden het lef moeten hebben om ouders aan te spreken op het vrij bewegen van jonge kinderen en daarover meer voorlichting moeten geven.

Kinderopvang
Overbescherming blijkt het meest voor te komen in de peutertijd en in de puberteit. Het is niet verwonderlijk dat overbeschermend gedrag van ouders tegenwoordig vooral in de kinderopvang aan het licht komt. Daar botsen de opvoedingsprincipes rond ‘vasthouden en loslaten’ het hardst op elkaar. Leidsters merken dat veel ouders overal gevaar in zien, vooral in bezigheden die voor peuters en kleuters normaal zijn zoals klimmen, rennen en overal aanzitten. Ook verbieden sommige ouders de leidsters om hun kind in de zandbak te laten spelen en komen ze verhaal halen als hun kind ruzie heeft gehad met een ander kind. Overbeschermende ouders vertrouwen anderen de opvoeding van hun kind eigenlijk niet toe, maar moeten wel als ze buitenshuis willen werken.

Ouders zijn meestal overbeschermend uit liefde en zorgzaamheid in combinatie met angst. Met eigenschappen van het kind zelf heeft die angst overigens weinig te maken: opvallend genoeg zijn ouders van kinderen met een beperking zich vaak wél bewust van het risico op overbescherming.

De kinderopvang krijgt met allerlei vormen van overbescherming te maken en heeft daarnaast de pech dat de overheid (in casu de GGD, in haar toezichthoudende taak) dit nog eens versterkt. Leidsters houden zich vaak te strikt aan onzinnige eisen van ouders (‘nee, laat ze maar niet in de zandbak…’) en de GGD wil bijvoorbeeld liever geen gras in een buitenruimte (‘sommige peuters kunnen wel eens gras gaan eten…’).

In Duitsland is de regelgeving inmiddels zo streng dat er in de buitenruimte bij kinderdagverblijven een herkenbaar risico dient te worden aangegeven (en het zijn de verzekeringsmaatschappijen die hierin het voortouw nemen).

Kinderopvang en GGD’s worstelen met dit probleem, want wat bedoeld was als vangnet (bied kinderen een uitdagende omgeving waar ze zich optimaal kunnen ontplooien) is verworden tot een fuik (het ontnemen van elke vorm van bewegingsvrijheid). GGD Hart voor Brabant verwoordt het zo: ‘Kinderdagverblijven zijn doorgeslagen op het gebied van ‘veilig’ opgroeien. We vinden dat een losse stoeptegel er niet hoort te liggen. Terwijl een kind zonder scheve stoepen nooit leert risico’s en afstanden in te schatten …’.

Zelfgevoel
Overbeschermende ouders geven hun kinderen voortdurend de boodschap dat de
wereld onveilig is en dat ze altijd op hun hoede moeten zijn. Nog schadelijker is
dat een kind daardoor het gevoel kan krijgen dat de ouders geen vertrouwen in hem hebben. En hoe kan een kind in zichzelf geloven als hij het gevoel heeft dat zijn ouders niet in hem geloven?

Zo kunnen kinderen zich op langere termijn ontwikkelen in een extreme richting: ze geloven dat ze niets kunnen of juist dat ze onoverwinnelijk zijn. Kortom, overbescherming kent desastreuze gevolgen (Geurts, E., 2010).

Jan Ooms is o.m. voorzitter van de NEN-commissie ‘Spelen’, delegatieleider in de Europese normcommissie NNI Delft en projectleider van en deelnemer aan specialistische werkgroepen voor CEN, waaronder ‘barrier free play. Vanaf 2009 is hij directeur/eigenaar van Studio Jan Ooms voor advies en ontwerp Spelen te Tilburg.

At van Steijn is publicist en tevens verbonden aan ‘GOEDE-speelprojecten’ die een uniek en uitgebreid concept voor het ontwerp en de inrichting van schoolpleinen bieden, met als thema: ‘bewegend spelen’. Onder andere biedt GOEDE-speelprojecten het zogenaamde Motorikpark aan, ontworpen vanuit sportwetenschappelijk inzicht en zeer geschikt voor bewegingsonderwijs op scholen.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.