door: Maikel WaardenburgBij het organiseren van
een hardloopevenement komt nogal wat kijken. Onder meer doordat tijdens een
hardloopwedstrijd een aantal wegen wordt afgesloten. Verenigingen zijn verplicht
in zo’n geval verkeersregelaars in te zetten. Anders krijgen ze geen
evenementenvergunning. En verkeersregelaars moeten verplicht een
politie-instructie volgen waarna zij als bewijs daarvan een instructieverklaring
krijgen.
Al jaren nemen bij de organisatie van een Utrechtse
hardloopwedstrijd min of meer dezelfde vrijwilligers deze taak voor hun
rekening. Zij hebben allen in het verleden een politie-instructie gevolgd en
mochten tot nu toe op basis daarvan hun taak tijdens het evenement uitvoeren. In
2009 werd de organisatie echter geconfronteerd met een nieuwe regeling:
verkeersregelaars moeten de politie-instructie ieder jaar opnieuw volgen. Dit
leidt tot frustratie bij vrijwilligers: “een week van tevoren melden dat sinds
kort de verkeersregelaars allemaal een instructie moeten volgen – en dat nog wel
’s ochtends om acht uur - en niet zoals voorheen alleen de nieuwelingen. Dit
betekent dat ik direct een paar man van de lijst moet schrappen!”
Een
groot leger vrijwilligers – en daarmee de evenementenorganisator - is de dupe
van dergelijke bureaucratische regels; gevoel voor realiteit lijkt te ontbreken.
Vrijwilligers blijken voor deze specifieke taak nu moeilijker over te halen; een
groot deel van de vaste groep verkeersregelaars blijkt de taak wel uit te willen
voeren, maar zit niet te wachten op een politie-instructie (op zondagochtend
acht uur!) die ze toch al kennen en haakt af.
Andere vrijwilligers gaan voor
één keer overstag, maar geven aan het volgend jaar bij een andere taak ingezet
te willen worden. De passie voor de sport verdwijnt wanneer vrijwilligerstaken
een dergelijk formeel karakter krijgen.
De regeling staat model voor de
verregaande regulering waar sportverenigingen en sportevenementen meer en meer
mee te maken krijgen. Regels dienen op zich een begrijpelijk doel - in dit geval
de veiligheid van het verkeer en de deelnemers - maar staan vaak wel op
gespannen voet met de vrijwillige inzet van leden. Die inzet is namelijk
gebaseerd op passie, betrokkenheid, plezier en het informele karakter van de
activiteit. Verenigingen die evenementen organiseren hebben door deze regulering
meer moeite met het vinden van voldoende vrijwilligers. Mogelijk staat een
regeling als deze zelfs het organiseren van sportevenementen in de weg. Een
kwalijke ontwikkeling, gezien de ambities om juist steeds meer sportevenementen
in Nederland te organiseren. Ook topsportevenementen draaien op vrijwilligers;
juist bij sportvereniging doen zij ervaring op met het organiseren van
evenementen.
Als deze regels zo strak moeten worden nageleefd, kunnen
overheden dan ook faciliteren in de toegenomen organisatiedruk? Met andere
woorden, hoe houden we ‘het spelletje’ ondanks die regeldruk leuk voor
vrijwilligers? De toegenomen aandacht voor sport en bewegen en de roep om sport
terug in de wijk te brengen, legitimeert keuzes voor het ondersteunen en
faciliteren van sportverenigingen die met deze regels te maken hebben. Het
project ‘Minder regels, meer service’ van de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG) is een goed voorbeeld hoe de overheid haar faciliterende rol in
het bedrijfsleven neemt. Dit initiatief zou ook op sportverenigingen en
organisaties van (breedte)sportevenementen gericht moeten zijn.
Maikel Waardenburg is werkzaam als docent/onderzoeker aan de
Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de
Universiteit Utrecht. Voor reacties: m.waardenburg@uu.nl