22 april 2008
Opinie
door: Bernard Fransen
Hebt u dat ook? Het gevoel dat het in de politiek soms over een ander land lijkt te gaan dan over het land waar je de avond tevoren in slaap viel? Ik heb dat de laatste weken met regelmaat gehad toen de discussie hoog opliep over de toen nog komende film van Geert Wilders. Zou hij wel of niet de Koran in stukken scheuren, zou dat wel of niet tot wereldwijde reacties leiden en hoe stond het dan met de geloofwaardigheid van ons land in de rest van de wereld? En toen het allemaal reuze mee viel – omdat de film eigenlijk niet veel meer bleek voor te stellen dan wat amateuristisch knip- en plakwerk – toen ging het in de politiek vervolgens over de vraag of hij nu wel of niet had gesproken over dat verscheuren in een vertrouwelijk onderhoud met de nationale veiligheidscoördinator.
Alsof we in ons land geen dringender zaken hebben op te lossen.
Natuurlijk, het ging ook nog even over de files, meer in het bijzonder of de Raad van State nu wel of niet een telefoontje naar Verkeer en Waterstaat had moeten plegen om te melden dat ze daar hun stukken beter moeten lezen. Het gaat vaak over de waan van de dag in de politiek. Steeds vaker, lijkt het wel. Dat is jammer, want er zijn nog genoeg structurele problemen in ons land. Misschien geen wereldschokkende problemen, maar wel zaken waarvan je je afvraagt waarom de politiek zich daarvan zo gemakkelijk afmaakt, domweg door ze te negeren.
Bijvoorbeeld over de bedroevende staat van ons bewegingsonderwijs en met name in het MBO. U weet het misschien: tien jaar geleden werd met veel tam-tam een nieuwe structuur voor het middelbaar beroepsonderwijs in het leven geroepen. Er kwamen grote instellingen, waarin studenten maximale keuzemogelijkheden kregen. Tot zover niets aan de hand. Maar tegelijkertijd werd – met veel minder ruchtbaarheid – in een klap een einde gemaakt aan al het bewegingsonderwijs binnen die nieuwe instellingen. Een bezuiniging die op het geheel van die nieuwe structuur misschien niet eens zoveel uitmaakte, maar die wel desastreuze gevolgen heeft gehad.
Ik zou het zelfs een historische vergissing willen noemen. Want wat zei de politiek tien jaar geleden? Jongeren tussen de 16 en 20 jaar gaan uit zichzelf wel naar een sportvereniging om aan hun conditie te werken. Het tegendeel bleek waar. Juist deze leeftijdscategorie eet en drinkt te veel en beweegt nauwelijks. Bovendien komen er van thuis en vrienden en bekenden geen prikkels om in dat gedrag veranderingen aan te brengen.
Natuurlijk mag ook de politiek fouten maken en terugtreden op haar schreden. Maar dat is nu juist een beweging die de politiek niet zo gemakkelijk maakt. Er zijn uitzonderingen: de Commissie-Dijsselbloem heeft met haar rapport aangetoond dat er wel degelijk politici zijn die kritisch durven te kijken naar wat de collega’s in het verleden hebben aangericht. Maar ten aanzien van bewegingsonderwijs in het MBO valt een dergelijk zelfkritisch vermogen in geen velden of wegen te bekennen.
Daarmee zadelen we een hele generatie op met enorme problemen en de maatschappij met onnodige financiële uitgaven. Want wat zie je gebeuren? De generatie die sinds 1997 geen bewegingsonderwijs heeft genoten, komt steeds vaker bij artsen en fysiotherapeuten terecht. Of die maar even iets aan hun zwaarlijvigheid, vermoeidheid, hoofdpijn en zere knieën willen doen. Natuurlijk willen ze dat, maar het zou zo onnodig zijn geweest, indien deze patiënten – want dat zijn het inmiddels – waren opgegroeid in een omgeving waarin ze hebben geleerd hoe ze uiteindelijk zelf verantwoordelijk zijn voor hun lijf en leden om zo ook weer trots en vitaal te worden.
Allemaal zaken waar de politiek al ettelijke malen op is gewezen. Maar de politiek kijkt nog steeds stoïcijns de andere kant op. Ondanks bijvoorbeeld het dringende appèl van het Nationaal Team: een groep van honderd prominente Nederlanders die met gerede argumenten heeft uitgelegd wat de overheid staat te doen. En dat is: ROC’s de kans bieden om het bewegingsonderwijs weer gestalte te geven. En zo moeilijk maken die ROC’s dat niet voor de politiek.
Er ligt immers een voorstel om het MBO nauw te laten samenwerken met sportverenigingen en sportorganisaties. Er behoeven dus geen nieuwe sportaccommodaties gebouwd te worden. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) die in 2007 in werking is getreden en die gemeenten verplicht hun burgers mogelijkheden aan te bieden om aan de samenleving deel te nemen. Sport en bewegen is een uitgelezen terrein om daaraan gestalte te geven. Het is een ideale manier om mensen met elkaar in contact te laten komen. Op meer dan twintig ROC’s wordt er inmiddels al op die manier met de omgeving samengewerkt, uit eigen middelen die daardoor natuurlijk niet voor ander onderwijs meer beschikbaar zijn.
Voor het laten slagen van die samenwerking van alle ROC’s met sportverenigingen in de eigen omgeving is de komende jaren wel een investering nodig van enkele tientallen miljoenen Euro’s, namelijk in sportinstructeurs en leraren en de exploitatie van de faciliteiten. Daarmee kan de overheid op een relatief goedkope manier het bewegingsonderwijs terug laten keren in het middelbaar beroepsonderwijs. Daarmee is de overheid spekkoper, want het repareren van alle zwaarlijvigheid die nu als probleem bij huisartsen en fysiotherapeuten wordt neergelegd, kost een veelvoud. Dan kapitaliseer ik nog niet eens het verschil in productiviteit en innovatiekracht tussen een vitale en een altijd vermoeide of depressieve werknemer.
Een eerste voorzichtig aanzetje (of is het nog steeds politieke retoriek?) is verwoord in het Strategisch Beleidplan van Staatssecretaris van Bijsterveld. Echter nergens worden nog duidelijke eisen gesteld en nergens wordt er nog gewezen naar ondersteunende middelen. Sprintpremies van 50.000 euro – hoe welkom ook - zetten natuurlijk geen echte zoden aan de dijk.
Ik zou wensen dat de politiek zich de komende tijd nu eens druk zou maken over dit belangrijke vraagstuk. Daar zou de politiek veel bij kunnen winnen. Het is namelijk een probleem waar we steeds vaker tegenaan zullen lopen, als we het nu niet oplossen. En de oplossing ligt onder handbereik. Kan de politiek laten zien waarvoor zij is: het doorhakken van knopen. De huidige en toekomstige generaties van jongeren zouden er de politiek dankbaar voor zijn....Dan komt er tenminste weer ijzer in de betonvloer van onze samenleving.
Bernard Fransen is bedrijfskundige en onderwijskundige. Hij heeft met succes leiding gegeven aan diverse transformaties en reorganisaties in het Hoger Beroepsonderwijs. Momenteel is hij o.m. voorzitter van het College van Bestuur van ROC Midden Nederland en voorzitter van Edventure (brancheorganisatie van de School Begeleidingsdiensten). Fransen is ook voorzitter van het Platform Bewegen en Sport MBO, een netwerk van MBO-instellin-gen rond het thema Bewegen & Sport (onderdeel van de MBO Raad). Fransen was voorheen o.m. bestuurder van de KNSB.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.