27 augustus 2024
Opinie
door: Feike Tibben
Terwijl ik mijn bijdrage schrijf zijn net de Olympische Spelen afgesloten. Nederland zesde in de medaillespiegel, 33 gewonnen medailles in totaal (waarvan bijna een kwart door onze roeiers binnengehaald). Een score om stil van te worden.
Net als van de prestaties, geniet ik van de verhalen (..) over de weg die de sporters hebben afgelegd tot die ene dag, die ene prestatie. Verhalen van de vroege talenten die via de lange weg door de hiërarchie van de eigen sport, via de ministars, de pupillenrangen en de juniorenklasses opklimmen, om na jarenlang buffelen bij de senioren te shinen. Wat een focus en uithoudingsvermogen, wat een liefde voor de sport en wat een prachtige inspiratie voor al die beginnende sporters om hun helden van nu in oude beelden op dezelfde club te zien als zij, op dezelfde baan of zelfde hal als zij en in dezelfde net-iets-te-grote of net-al-weer-te-kleine sportpakjes als zij.
Zij-instromers
Minstens even intrigerend vind ik de verhalen van de ‘zij-instromers’: talenten die in een andere sport worden ontdekt, overstappen en daar - opnieuw - gloreren: Een zwemster die ook óp het water excelleert (roeister Marloes Oldenburg), de sneller-dan-de-bal voetballers (hardrijder Remco Evenepoel, hardloper Stefan Nelissen). En het lijstje kan nog veel langer. Prachtige verhalen over onvermoede talenten en ruwe diamanten.
En dan zijn er de prestaties van degenen die een sport beoefenen met het moment of glory als ultiem doel. Gaan sporten niet alleen uit plezier voor de sport of om een prestatie neer te zetten, maar sport als middel om op het podium te komen. Ik beken dat ik - breedtesporter die ik ben- best wel moeite had met deze sporters. Ik had bijvoorbeeld reserves bij verenigingen die adverteren dat je via het roeien al binnen een paar jaar het hoogste niveau kunt bereiken. Niet dat het onwaar is, maar voor mij was dat toch een beetje een variant op ‘wat is de snelste/makkelijkste studie voor een academische titel’. Ook vond ik het soms wat ongemakkelijk om op de talentdag van NOC*NSF afgelopen voorjaar sporters te ontmoeten die ons als sportaanbieders soms unverfroren de vraag stellen hoe snel ze in de nationale selectie kunnen, wat hun medaillekansen zijn en informeren wat wij als sport hén kunnen bieden…
Fiets als beloning
Tsss… Sport doe je toch uit passie voor de sport zelf, uit enthousiasme voor je talent, misschien uit ambitie het beste ván jezelf te laten zien, maar toch niet om het beste vóór jezelf te halen, voor eeuwige roem as such? Wat gaven we vroeger niet af op de Aziatische of Oostblok-‘amateurs’ die op grond van staatsgedomineerde selecties en programma’s tot prestatie kwamen, ter meerdere eer en glorie van volk en vaderland, niet voor de prestatie sec. Een fiets voor viermaal goud op de Olympische Spelen, dat is meer ons niveau. Doe maar gewoon.
Voordat de lezende status-gedreven sporter nu onrustig wordt en zich door mij in een hokje of überhaupt weggeduwd voelt worden... relax. Het kostte wat tijd, maar ik ben gedraaid. Wat maakt het uit wat je ultieme reden is voor topsport. Sport om beroemd te worden? Wie zijn wij om je motieven te beoordelen, laat staan te veroordelen? Een ambitie tot een brute bankrekening of eternal fame? Helemaal prima.
Over sport als doel op zich of als middel voor wat anders doen we misschien in de sport zelf het meest krampachtig, en zijn we bang dat sport gekaapt worden door andere domeinen, ten koste van de sport zelf. Die middel-/doeldiscussie heeft inmiddels veel gezichten: zijn sport- en sportprestaties ook een middel ten behoeve van onze (volks-) gezondheid, voor sociale interacties of voor onze economie. Boekenkasten vol zijn er over geschreven. Sport als opmaat voor stardom lijkt veel minder diepgaand gedocumenteerd. Toch zijn de voorbeelden legio. Nu kun je bij een oudgediende - wie kent hem nog - zwemmer ’Me Tarzan. You Jane’ – Johnnie Weissmuller misschien nog zeggen dat z’n sportcarrière hooguit een opstapje was tot meer beroemdheid, bij nieuwetijdssporters als Jake Paul zijn sportieve prestaties en stardom grensverleggend geïntegreerd: sport om beroemdheid te etaleren en beroemdheid om sport in de spotlight te zetten gaan hand in hand. Misschien is zo’n motief wel minstens even intrigerend, zeker goed voor de verhalen en helemaal passend bij deze tijd.
Feike Tibben is lid van het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Roeibond. Hij heeft de portefeuille Roei-organisaties. In deze portefeuille ligt de focus op opleidingen, vrijwilligersmanagement en samenwerkingen. In het dagelijks leven is Tibben zelfstandig interimmanager.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.