Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Gescheiden maar toch samen

Gescheiden maar toch samen

1 december 2009

Opinie

door: Ester Wisse

De afgelopen weken werd het integratiedebat in de gemeente Den Haag weer eens flink aangewakkerd na een besluit van wethouder Dekker om de gescheiden zwemuurtjes van gemeentelijke zwembaden af te schaffen. Volgens een kleine meerderheid van de gemeenteraad en het college passen de gescheiden zwemuren niet in deze tijd.

De wethouder, zijn VVD-partijgenoten en mede coalitiepartij CDA zijn van mening dat publieke activiteiten onder de vlag van de gemeente toegankelijk moeten zijn voor iedereen. In het voorjaar diende de VVD al een motie in waarbij gepleit werd voor afschaffing van het mannenuur op de donderdagavond en de vrouwenavond op de vrijdag in zwembad de Houtzagerij.

Omdat bij het invoeren van gescheiden uren voor mannen en vrouwen de gedachte was dat gescheiden zwemmen mogelijk een opmaat zou kunnen zijn voor gemengde participatie, is dit voorjaar nog niet direct besloten om de gescheiden uren af te schaffen. Na een bevraging van het personeel van zwembad de Houtzagerij bleek echter dat de mannen en vrouwen die op de gescheiden uren zwemmen, op deze uren blijven komen en niet doorstromen naar andere activiteiten in het zwembad. Omdat dit zogenoemde onderzoek aantoonde dat gescheiden zwemmen voor mannen en vrouwen op de lange duur niet leidt tot gemengd zwemmen, zijn er volgens wethouder Dekker geen argumenten meer om het gescheiden zwemmen te behouden.

Op 11 november 2009 kondigde hij daarom aan dat per 1 januari 2010 gescheiden zwemuren niet meer op het rooster staan. Coalitiepartij Pvda en oppositiepartij Islam democraten waren het niet eens met deze beslissing van de wethouder. Ik kan ze geen ongelijk geven. Mede op basis van iets meer gefundeerd onderzoek zal ik hieronder aangeven waarom er een onlogische redenering schuil gaat achter de beslissing om gescheiden uren in het zwembad af te schaffen.

Ten eerste strookt het afschaffen van de gescheiden uren niet met het huidige sportdeelnamebeleid. Dit beleid is er namelijk vooral op gericht om sportdeelname toegankelijk te maken voor iedereen. Door het afschaffen van het gescheiden zwemmen ontneemt de gemeente Den Haag vrouwen die vanuit geloofsoverwegingen niet gemengd mogen zwemmen gelijke kansen op sportdeelname. Ook vrouwen die zich - bijvoorbeeld uit schaamte voor hun lichaam - niet prettig voelen op de gemengde zwemuren, worden getroffen door het besluit.

Het zijn overigens niet zelden alleen de vrouwen zelf die ‘strenge’ eisen stellen aan hun sportdeelname. Sommige vrouwen willen en mogen van zichzelf wel gaan zwemmen, maar worden door hun mannen beperkt in hun bewegingsvrijheid. Sommige mannen verbieden hun vrouw (en oudere dochters) te gaan zwemmen, wanneer niet gegarandeerd kan worden dat het zwembad ‘man-vrij’ is. Met name deze groep vrouwen zal zeker niet naar het zwembad komen op gemengde uren, en dus minder maatschappelijk participeren.

Op de vraag wat er gebeurt met de vrouwen die nu gebruik maken van de gescheiden uren, gaf de wethouder het antwoord: ‘dat weet ik niet, ik hoop dat zij blijven zwemmen, want ze zijn altijd welkom in zwembad de Houtzagerij’. Ook blijven gescheiden uren bij verenigingen en/of zelforganisaties die badwater afhuren bestaan. Hier kan, wat het college en de wethouder betreft, prima gescheiden gezwommen worden. De vraag is echter of deze clubs alle zwemmers en zwemsters die behoefte hebben aan gescheiden uren kunnen opvangen. Op dit moment is dit niet het geval.

Vanuit de gemeentelijke beleidsafdeling sport is men wel aan het nadenken over hoe verenigingen en zelforganisaties beter gefaciliteerd kunnen worden om meer gescheiden zwemuren aan te bieden. Vanuit deze insteek lijkt het geplande besluit in hoge mate op symboolpolitiek, zeker ook omdat het zwemmen bij verenigingen en zelforganisaties er voor kan zorgen dat mensen zich terugtrekken in eigen kring. De gescheiden zwemuren in de Houtzagerij stonden er juist om bekend dat ze bezocht werden door mannen en vrouwen van verschillende etnische achtergronden. Bij een Turkse zelforganisatie die badwater afhuurt en hier gescheiden zwemmen aanbiedt, zul je bijvoorbeeld minder snel ook Nederlandse en Marokkaanse vrouwen zien.
 
Ook hier wijkt de gemeente Den Haag af van het algemene integratie- en sportstimuleringsbeleid. Het stimuleren van gemengde sportdeelname is over het algemeen gericht op etnische diversiteit, niet op het samen laten sporten van mannen en vrouwen. Gescheiden uren zijn juist een mogelijkheid om de participatie en integratie van allochtonen en in het bijzonder van allochtone vrouwen te bevorderen. Door te (leren) zwemmen nemen vrouwen deel aan de samenleving, waardoor ze mogelijk ook gezondheidswinst boeken en vrouwen met andere etnische achtergronden ontmoeten. Dit draagt bij aan hun bredere maatschappelijke integratie.
 
Het feit dat de zwemmers die op gescheiden uren zwemmen niet doorstromen, toont aan dat dit soort uren erg gewaardeerd worden en bezocht worden door een groep die anders niet in het zwembad zou komen. Overigens vraag ik me ook af of zo stellig gezegd kan worden dat gescheiden zwemmen geen opmaat is tot gemengd zwemmen. Er zijn namelijk vele voorbeelden in de sport (ook Haagse sportverenigingen!) waar gescheiden participatie leidde tot structurele participatie met een hogere tolerantie voor gemengd sporten. Wellicht stromen de mannen en vrouwen die op de gescheiden uren zwemmen niet door naar andere uren, maar worden hun ‘eisen’ ten aanzien van afscherming en zwembad personeel van het andere geslacht wel minder streng.

Gescheiden zwemmen als opmaat tot gemengde participatie en brede maatschappelijke integratie is bovendien niet het enige argument dat gescheiden uren in het zwembad legitimeert. Uit onderzoek dat het Mulier Instituut in 2007 uitvoerde, onder andere in de gemeente Den Haag, bleek namelijk dat er een sterke relatie is tussen de participatie van name allochtone moeders aan zwemvaardigheidslessen en andere activiteiten in het zwembad en de zwemvaardigheid van hun kinderen.

Het onderzoek van het Mulier Instituut gaat onder andere in op overwegingen en belemmeringen die van invloed zijn op de keuze van ouders om hun kinderen op particuliere zwemles te doen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat allochtone moeders een belangrijke rol spelen in de zwemsocialisatie van hun kinderen. Zij zijn vaak verantwoordelijk voor de opvoeding van de kinderen, waarvan ‘zwemopvoeding’ onderdeel uit maakt. Van de ongeveer honderd moeders die in dit onderzoek geïnterviewd zijn, kon ongeveer een kwart zelf ook zwemmen en/of bezocht regelmatig het zwembad. Bijna al deze vrouwen hebben hun kinderen ook op particuliere zwemles (gedaan), terwijl dit bij de groep die niet kon zwemmen en niet of nauwelijks in het zwembad kwam slechts één op de drie is.

Moeders die zich prettig en veilig voelen in het water, zijn sneller geneigd met hun kinderen naar het zwembad te komen en hen aan te melden voor de reguliere zwemlessen. In het zwembad in Alphen aan de Rijn bleek bijvoorbeeld dat na het afschaffen van het gescheiden vrouwenzwemmen, ook de aanmeldingen van allochtone kinderen voor de particuliere zwemlessen gestaag daalden. Het verbeteren en onderhouden van de zwemvaardigheid van allochtone vrouwen - al dan niet samen met hun kinderen - in een setting waarbij geen mannen aanwezig zijn, is een manier om allochtone vrouwen meer te laten deelnemen aan het ‘natte’ deel van de Nederlandse beweegcultuur en zo een positieve zwemsocialisatie over kunnen te kunnen dragen aan hun kinderen. Met het afschaffen van het Sinbad-zwemmen in de Houtzagerij op de vrijdagavond, wordt vrouwen en kinderen deze kans ontnomen. Dus zowel vanuit het oogpunt van de participatie van allochtone vrouwen en kinderen aan de Nederlandse beweegcultuur, als ook vanuit het oogpunt van veiligheid lijkt de weerstand tegen aparte vrouwenuren in het zwembad niet gerechtvaardigd.

Dat de weerstand tegen gescheiden zwemuren lang niet door iedereen in de Haagse gemeenteraad gedragen wordt, bleek op 19 november uit het interpellatie debat dat aangevraagd was door Pvda. Tijdens dit debat werd gestemd over het terugdraaien van het eerder genomen besluit. De uitslag was 22 stemmen voor, 22 stemmen tegen. Door ziekte van een D66 raadslid wordt de stemming in de eerste of tweede week van december opnieuw gedaan. Omdat D66 tegen gescheiden uren is, wordt hoogstwaarschijnlijk na een tweede stemming het besluit tot afschaffen met één stem meerderheid toch doorgevoerd. Een gemiste kans voor de gemeente Den Haag om de sportdeelname van allochtone vrouwen in het bijzonder en daarmee ook die van alle Haagse burgers, te kunnen bevorderen.

Relevante literatuur
Elling, A. (2005a). Het zwembad. De Hollandse Dames Zwemclub, de islamitische Waterlelies en de vraag van wie het zwembad is. In I. Hoving, H. Dibbits & M. Schrover (red.) Veranderingen van het alledaagse 1950-2000 (pp. 227-248). Den Haag: SDU.

Wisse, E., Elling, A., Dool, R van den. (2009). ‘Ik wil dat mijn kind leert zwemmen…’ Een onderzoek naar de factoren die de zwemvaardigheid beïnvloeden en de rol van allochtone ouders. Den Bosch: W.J.H. Mulier Instituut.

Voor de inhoud van dit rapport klik hier.

Ester Wisse is als onderzoeker verbonden aan het W.J.H. Mulier Instituut - centrum voor sociaal wetenschappelijk sportonderzoek - te Den Bosch en verricht onder andere onderzoek naar vraagstukken rondom zwemmen en zwemvaardigheid en de relatie tussen sport en integratie.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.