13 september 2016
Opinie
door: Maikel Waardenburg
Sportverenigingen staan in toenemende mate in de belangstelling van overheden. Zowel landelijke als lokale overheden zijn sportverenigingen gaan beschouwen als een belangrijke partner voor het realiseren van publieke doelstellingen. Daartoe doen gemeenten een beroep op het dubbelkarakter van sportverenigingen. Daarmee bedoel ik dat de sportvereniging in zichzelf al een publieke waarde met zich meedraagt en als instrument ingezet kan worden om aanvullende publieke waarde te creëren.
De uitdrukkelijke wens van gemeenten is dat een deel van de sportverenigingen zich meer gaat inzetten voor lokale gemeenschappen. De retoriek die hierbij wordt gehanteerd past in de ontwikkeling van een verzorgingsstaat naar een activerende staat. Diverse auteurs duiden de ontwikkelingen waarbij sportverenigingen als middel worden gezien en ingezet voor het bereiken van doelen van publieke instellingen als een proces van 'instrumentalisering' (Boessenkool et al., 2011; Crum, 2001; Hoye et al., 2010; Stenling & Fahlén, 2014).
De sportvereniging is vanuit het perspectief van maatschappelijke betrokkenheid volgens deze auteurs een service delivery-organisatie en een organisatie die gebruikt kan worden voor het realiseren van publieke doelen, zoals het tegengaan van obesitas. In het proefschrift maak ik onderscheid tussen inhoudelijke instrumentalisering (instrumentalisering van de sport) en organisatorische instrumentalisering (instrumentalisering van de sportvereniging). In het onderzoek heb ik mij gericht op organisatorische instrumentalisering. In deze bijdrage analyseer ik de instrumentele rol van sportverenigingen zoals dat in gemeentelijk sportbeleid naar voren komt.
We zien ook in andere domeinen een groeiende interesse vanuit overheden voor de bijdrage die civil society-organisaties kunnen leveren aan sociaal-maatschappelijke, economische en politieke vraagstukken (Brandsen et al., 2014). Voorbeelden hiervan zijn de rol van het Jeugdsportfonds en Stichting Leergeld bij gemeentelijk armoedebeleid of via sociale media georganiseerde groepen burgers die betrokken zijn bij veiligheidsbeleid.
De laatste jaren is de ontwikkeling waarin de civil society een steeds grotere publieke verantwoordelijkheid krijgt ook talig tot uitdrukking gebracht met termen als ‘participatiesamenleving’ en ‘doe-democratie’. Steevast benadrukken overheden met die termen de dienstverlenende rol van de civil society (Meijs, 2010; Trommel, 2009). Kortom, burgers en hun organisaties - zoals sportverenigingen - worden geacht een bijdrage te leveren aan publieke uitdagingen.
Maatschappelijke rollen
Sportverenigingen worden in verschillende hoedanigheden aangesproken om die bijdrage te leveren aan publieke vraagstukken. Op basis van een analyse van de sportnota’s van de 20 grootste Nederlandse gemeenten kunnen vier maatschappelijke rollen van de sportvereniging worden onderscheiden: de sportvereniging als accommodatiebeheerder, als opleidingsinstituut, als sportaanbieder en als projectuitvoerder (zie ook Waardenburg, 2016). Binnen deze rollen zijn verscheidene functies te duiden.
Accommodatiebeheerder
Veel gemeenten beschouwen sportverenigingen en hun accommodaties als een belangrijke locatie voor sportparticipatie. Er wordt in de beleving van gemeenten vooral gesport waar sportorganisaties gevestigd zijn. Het gaat er in deze maatschappelijke betekenis niet zozeer om wat er op sportaccommodaties wordt georganiseerd, maar dat er accommodaties in de directe omgeving van burgers zijn waar sport wordt georganiseerd. Hoe beter de inrichting van die locaties is afgestemd op de lokale maatschappelijke uitdagingen, hoe meer maatschappelijke betekenis deze krijgt in gemeentelijke sportnota’s. De rol van accommodatiebeheerder gaat tevens gepaard met een wijkfunctie. Verschillende nota’s vermelden de rol die kantines en clubhuizen van sportverenigingen kunnen vervullen in de wijk waarin zij gevestigd zijn.
Opleidingsinstituut
Een tweede te onderscheiden maatschappelijke rol van sportverenigingen is dat zij volgens gemeenten als opleidingsinstituut (kunnen) fungeren. Gemeenten geven uiteenlopend betekenis aan deze rol, doordat zij sportverenigingen zien als een opleidingsinstituut waar sporttechnische vaardigheden, professionele vaardigheden en democratische vaardigheden kunnen worden ontwikkeld. Enkele gemeenten zien de rol van sportverenigingen als opleidingsinstituut in een breder licht dan enkel talentontwikkeling. Zij refereren aan sportverenigingen als interessante organisaties voor het volgen van een stage door scholieren van het voortgezet onderwijs en mbo- en hbo-opleidingen.
Een laatste deelthema van de rol van opleidingsinstituut betreft de bijdrage van sportverenigingen aan democratische vaardigheden van de aangesloten leden. Een beperkt aantal gemeenten identificeert sportverenigingen als gemakkelijk toegankelijke field labs voor burgers om democratische vaardigheden te oefenen en zich te ontwikkelen tot actieve burgers.
Sportaanbieder
Sportverenigingen zijn aanbieders van sportactiviteiten; dát is de voornaamste duiding van de sportvereniging als maatschappelijk partner in gemeentelijke sportnota’s. Deze maatschappelijke rol wordt het meest genoemd en alle bestudeerde sportnota’s behandelen deze rol. Gemeenten beschouwen sportactiviteiten als diensten die van waarde zijn voor de samenleving. Als sportaanbieder krijgen sportverenigingen bijvoorbeeld een functie toegedicht in het bijdragen aan de leefbaarheid van buurten. Sport en sportverenigingen kunnen volgens gemeenten een belangrijke functie vervullen in het leefbaar maken en houden van de wijk. In het verlengde hiervan stellen gemeenten dat sportverenigingen meer aanbod in de wijk dienen te organiseren. Activiteiten in de buurt – op scholen, pleintjes en in parken –, mede georganiseerd door sportverenigingen, zijn een door gemeenten gewenste ontwikkeling om de leefbaarheid van buurten te bevorderen.
Projectuitvoerder
Diverse sportnota’s formuleren verwachtingen van sportverenigingen ten aanzien van het oppakken en uitvoeren van doelen van de betreffende gemeente. Sportverenigingen worden in sportnota’s gevraagd deel te nemen om meer gericht werk te maken van maatschappelijke uitdagingen. Vanuit deze hoedanigheid worden sportverenigingen in de bestudeerde sportnota’s herhaaldelijk aangehaald als uitvoerder van publieke interventies.
Deze rol van projectuitvoerder veronderstelt de aanwezigheid van minstens één van de voorgaande drie rollen. Gemeenten ontwikkelen specifieke beleidsprogramma’s op basis van de eerder geïdentificeerde maatschappelijke uitdagingen en zij zien sportverenigingen als projectuitvoerder binnen een dergelijk programma, omdat zij eigenaar of hoofdbeheerder van een sportaccommodatie zijn, sportaanbod verzorgen en/of als opleidingsinstituut kunnen acteren. Echter, in de rol van projectuitvoerder benaderen gemeenten sportverenigingen primair als partner voor beleidsimplementatie. Het verschil tussen deze en de voorgaande maatschappelijke rollen is dat de voorgaande drie benadrukken hoe sportverenigingen vanuit zichzelf van betekenis kunnen zijn voor een samenleving, terwijl gemeenten sportverenigingen in de rol van projectuitvoerder actief als partner betrekken bij maatschappelijke interventies.
Het is vanuit de maatschappelijke rollen als accommodatiebeheerder, opleidingsinstituut, sportaanbieder en projectuitvoerder dat gemeenten sportverenigingen instrumentaliseren. De uiteenzetting van verschillende rollen laat zien dat er meerdere rollen en functies, en binnen één rol meerdere functies, te duiden zijn. Vooropgesteld moet worden dat dit een analytisch onderscheid is. In de meeste sportnota’s vallen genoemde rollen en functies in elkaars verlengde en/of worden door elkaar heen gebruikt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de wijze waarop gemeenten de wijkfunctie, leefbaarheidsfunctie en integratiefunctie hanteren.
Organisatorische uitdagingen
Gemeenten benoemen drie processen waardoor sportverenigingen in staat worden geacht beter hun maatschappelijke potentie te realiseren. Ten eerste wijzen gemeenten op het vitaliseren van sportverenigingen. Hoewel het gebruik van het begrip verschilt van gemeente tot gemeente, lijkt een toenemende groep gemeenten de mate van vitaliteit van sportverenigingen aan te wenden om het sportbeleid dat gericht is op de maatschappelijke rol van sportverenigingen te sturen. Zo gebruikt de gemeente Arnhem een vitaliteitsindex om sportverenigingen te kunnen classificeren en daarmee een ‘op maat’ benadering toe te kunnen passen (Van Kalmthout & Romijn, 2013). Recent is ook in de gemeente Utrecht gestart met het toekennen van het label ‘Vitaal +’ voor sportverenigingen die een extra maatschappelijke bijdrage leveren.
Ten tweede stimuleren gemeenten sportverenigingen samen te werken met andere sportaanbieders en maatschappelijke partijen. Samenwerking en clustering van activiteiten bevorderen de ontwikkeling van een integraal aanbod en leerprocessen tussen organisaties. Enkele gemeenten wijzen hiertoe sportclusters aan, welke vooral gevormd lijken te worden rond vitale sportverenigingen.
Een laatste proces dat gemeenten trachten te stimuleren bij sportverenigingen is het flexibiliseren van het sportaanbod. Sportverenigingen zouden vanuit dit perspectief hun aanbod moeten aanpassen aan de wensen en behoeften van specifieke doelgroepen (ouderen, allochtonen, sporters met een beperking) en de zogenoemde nieuwe sportconsument.
Afrondend
De voorgaande paragrafen bespraken de inhoud van een publieke logica; de betekenis die publieke actoren geven aan de rol van sportverenigingen in de maatschappij en bijbehorende organisatorische uitdagingen om die rol te kunnen vervullen. Centraal thema binnen die publieke logica is dat sportverenigingen volgens gemeenten een actievere bijdrage dienen te leveren aan maatschappelijke uitdagingen. Het volgens gemeenten gewenste niveau van sportparticipatie is nog niet bereikt, en in hun ogen is dat mede als gevolg van het falen van sportverenigingen om passend sportaanbod voor een scala aan doelgroepen te realiseren.
Het gemeentelijk sportbeleid wijst dan ook op de verantwoordelijkheid en mogelijkheden van sportverenigingen om hun sportaanbod aan te passen aan de door de gemeente gewenste situatie. Als accommodatiebeheerder, opleidingsinstituut, sportaanbieder en projectuitvoerder kunnen sportverenigingen volgens gemeenten bijdragen aan actuele publieke vraagstukken betreffende de volksgezondheid, sociale integratie, leefbaarheid van wijken en de gemeentelijke economie. Hoe sportverenigingen inspelen op die instrumentele rol is het onderwerp van mijn volgende bijdrage.
Bronnen
Maikel Waardenburg is als universitair docent verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Hij is lid van het onderzoeksnetwerk Sport & Society. Thema’s in zijn onderzoek zijn governance van civil society-organisaties, publiek-private samenwerking, sportbeleidsontwikkeling en de maatschappelijke betekenis van sport(organisaties).
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.