15 oktober 2013
Opinie
door: Caroline van Lindert & Saskia de Groot
Dat sporten goed is voor de gezondheid weten we allemaal. Voor gehandicapten blijkt het zelfs het belangrijkste motief om te sporten. Maar voor gehandicapten kan sport zoveel meer betekenen. Gehandicapten geven zelf aan dat sport en bewegen ze uit een isolement kan halen, dat het goed is voor het zelfvertrouwen, het een zinvolle invulling geeft aan de vrijetijdsbesteding en dat het gewoon plezier oplevert. Daarom is het jammer dat, vergeleken met mensen die geen handicap hebben, zo weinig mensen met een handicap aan sport doen. Dat heeft soms te maken met de handicap, maar soms ook met voorzieningen die niet geschikt zijn voor gehandicapten om te sporten.
Vijf jaar geleden is voor het eerst de stand van zaken van het sporten en bewegen van mensen met een handicap in beeld gebracht. Dat onderzoek is nu geactualiseerd en uitgebreid. Dit heeft geresulteerd in de nieuwe rapportage (On)beperkt Sportief – Monitor sport- en beweegdeelname van mensen met een handicap 20131.
Sportdeelnamecijfers van gehandicapten in kaart gebracht2
Nederland telt 1,6 miljoen mensen in de leeftijd van 12-79 jaar met een matige of ernstige lichamelijke (motorische, visuele of auditieve) handicap. Naar schatting hebben 130.000 mensen een verstandelijke handicap. Ongeveer 70.000 kinderen maken vanwege de aard van hun handicap of stoornis gebruik van het speciaal onderwijs. Alles bij elkaar hebben ruim 1,7 miljoen volwassenen en kinderen een een matige of ernstige handicap.
Mensen met een matige of ernstige motorische handicap voldoen in 2011 minder vaak aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen dan mensen zonder lichamelijke handicap (42% resp. 65%). Het verschil is kleiner voor mensen met een matige of ernstige visuele of auditieve handicap (rond 55%). Mensen met een matige of ernstige motorische handicap nemen het minst deel aan sport. Van hen sport 29 procent wekelijks, tegen 59 procent van de mensen zonder lichamelijke handicap. Bij mensen met een matige/ernstige visuele of auditieve handicap ligt het percentage op 42 respectievelijk 38 procent (klik hier voor figuur 1).
De meerderheid (92%) van de mensen met een lichte of matige verstandelijke handicap neemt volgens hun vertegenwoordigers deel aan beweegactiviteiten. Drie kwart van hen heeft het afgelopen jaar aan sportieve activiteiten deelgenomen. Dat is vergelijkbaar met landelijke sportdeelnamecijfers.
Verder blijkt dat zowel de leeftijd als de ernst van de handicap een eigen invloed hebben op de sportdeelname. Deze invloed is de afgelopen jaren onveranderd gebleven. Ook het verschil in sportdeelname tussen mensen met en zonder handicap is de afgelopen jaren niet verminderd.
Lidmaatschap van sportvereniging
Het blijkt dat sporters met een handicap minder vaak lid zijn van een sportvereniging dan sporters zonder handicap. Het percentage ligt het laagst onder sporters met een motorische handicap (14% tegenover 44% bij sporters zonder handicap). Van de sporters met een ernstige motorische handicap beoefent 61 procent alleen een sport in een aangepaste vorm.
Net zoals in 2008 is een derde van de sporters met een lichte of matige verstandelijke handicap lid van een sportvereniging. Het meest sporten zij bij verenigingen specifiek voor gehandicapten of verenigingen met aparte groepen voor mensen met een handicap.
Belemmeringen bij sportdeelname van gehandicapten
In 2012 ervaart twee derde van de sporters met een motorische handicap belemmeringen om te sporten, dat is vergelijkbaar met de cijfers uit 2008. Van hen noemt 45 procent persoonlijke belemmeringen, zoals lichamelijke beperkingen of het niet mee kunnen komen met andere sporters. Bijna de helft van de sporters met een motorische handicap noemt omgevingsfactoren als belemmering om te sporten, zoals sportieve activiteiten die te duur zijn. Dit is wat hoger dan in 2008 (toen 35%). De helft van de sporters met een verstandelijke handicap ervaart geen belemmeringen om te sporten.
Een groot deel van de niet-sporters met een motorische of een verstandelijke handicap voelt zich niet gestimuleerd om te sporten. De meerderheid van de niet-sporters met een motorische handicap (94%) geeft persoonlijke belemmeringen aan als reden om niet te sporten. Dat kunnen redenen zijn als gezondheid, te weinig energie of geen behoefte hebben aan sport. Ook de meerderheid van de niet-sporters met een verstandelijke handicap (90%) geeft persoonlijke belemmeringen als reden om niet te sporten. Dat is hoger dan in 2008 (toen 79%).
Sportinfrastructuur voor gehandicapten verbeterd, mede dankzij landelijke stimuleringsprogramma’s3
De voornaamste conclusie is dat de sportinfrastructuur voor gehandicapten in de afgelopen jaren is verbeterd. Dit is mede te danken aan landelijke programma’s als Zo kan het ook!, Special Heroes en Uitdagend Sportaanbod voor Gehandicapten. Er is binnen zorg- en onderwijsinstellingen - de zogenaamde vindplaatsen - een toenemend bewustzijn van het belang van en draagvlak voor sport en bewegen voor de betreffende cliënten en leerlingen. Deze vindplaatsen werken steeds meer samen met verenigingen die sport- en beweegactiviteiten aanbieden. Dit heeft echter nog niet geresulteerd in een afname van de achterstand in het sporten en bewegen van mensen met een handicap ten opzichte van mensen zonder handicap.
Duidelijk is dat de komende jaren blijvende investeringen nodig zijn in bestaande en/of nieuwe bewegingsstimuleringsprogramma’s om de achterstand in de sport- en beweegdeelname te verkleinen. Uitdaging voor de toekomst is bijvoorbeeld het investeren in de samenwerking met nieuwe en bestaande vindplaatsen, zodat ook gehandicapten die moeilijk ‘vindbaar’ zijn, kunnen worden bereikt. Bovendien is het belangrijk dat de zichtbaarheid van lokale en regionale sport- en beweegmogelijkheden wordt vergroot, bijvoorbeeld via ‘digitale sportzoekers’. Tot slot blijft het investeren in kennisdelen onverminderd belangrijk, bijvoorbeeld door het opzetten van een kenniskring.
Caroline van Lindert is senior onderzoeker bij het Mulier Instituut. Saskia de Groot is onder andere verantwoordelijk voor communicatie en kennismanagement binnen het instituut.
Titelbeschrijving publicatie4:
Heijden, A. von, Dool, R. van den, Lindert, C. van & Breedveld, K. (2013). (On)beperkt Sportief 2013. Monitor sport- en beweegdeelname van mensen met een handicap. Utrecht/Nieuwegein: Mulier Instituut/Arko Sports Media
NOTEN:
1.
Met behulp van diverse deelstudies is inzicht gegeven in de mate waarin mensen met een lichamelijke of verstandelijke handicap en leerlingen in het speciaal onderwijs sporten en bewegen, in welk verband zij dat doen en welke motieven en belemmeringen zij daarbij ervaren. Nieuw is een overzicht van de ontwikkelingen in de sportinfrastructuur van de gehandicaptensport. Bovendien wordt teruggeblikt op de belangrijkste veranderingen in de afgelopen vijf jaar.
2.
Cijfers over de sportdeelname van mensen met verschillende typen handicaps zijn lastig in een landelijke steekproef te vangen. Dat heeft onder meer te maken met de hoge kosten die met grootschalig bevolkingsonderzoek gemoeid zijn. Daarom zijn diverse bestaande bronnen geraadpleegd om tot een betrouwbaar beeld van de sportdeelname te komen. Cijfers over de sportdeelname van mensen met een motorische, visuele of auditieve handicap zijn gebaseerd op de Gezondheidsenquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Om zicht te krijgen op het verband waarin mensen met een motorische handicap sporten en de stimulansen en belemmeringen die motorisch gehandicapten ervaren bij het (gaan) sporten is een meting verricht onder de panelleden van het Nationaal Panel Chronisch Zieken en Gehandicapten (NPCG) van NIVEL. De sportdeelname van mensen met een verstandelijke handicap is in beeld gebracht met behulp van resultaten van de monitor Zo kan het ook!, dat het Mulier Instituut tussen 2009-2012 heeft uitgevoerd en met behulp van een meting onder leden van het Panel Samen Leven (PSL) van NIVEL. Cijfers over de sportdeelname van kinderen met een handicap in het speciaal onderwijs zijn gebaseerd op onderzoek dat het Mulier Instituut tussen 2010 en 2012 heeft uitgevoerd voor Special Heroes.
3.
De ontwikkelingen in de sportinfrastructuur zijn vanuit verschillende invalshoeken beschreven. Uit de SportAanbiedersMonitor 2012 zijn de ontwikkelingen die we zien bij traditionele sportaanbieders afkomstig. Daarnaast worden organisatorische aspecten van de programma’s, Zo kan het ook! Special Heroes en Uitdagend Sportaanbod voor gehandicapten beschreven. We hebben tevens een webenquête gehouden onder stakeholders van de gehandicaptensport en een expertmeeting met een aantal deskundigen uit het veld.
4.
Het rapport is een vervolg op de monitor '(On)beperkt Sportief' uit 2008 en omvat een terugblik op de belangrijkste veranderingen in de afgelopen vijf jaar. De monitor is in opdracht van Stichting Onbeperkt Sportief uitgevoerd door het Mulier Instituut met financiële ondersteuning van het ministerie van VWS.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.