7 maart 2008
Opinie
door: Frits Suèr
Een provocerende titel, maar wel met
een kern van waarheid. Want…
...het was in 1989 dat Kees Jansma - als chef van Studio Sport en ik als vertegenwoordiger van volleybalsponsor Nationale-Nederlanden - een bezoek brachten aan het hoofdkantoor van de Internationale Volleybalfederatie (FIVB) in Lausanne. We werden gastvrij ontvangen door mevrouw Acosta die ons door het pand rondleidde en inzicht gaf in de talrijke promotieacties die de FIVB voor de diverse continenten op stapel had staan. Ik herinner me dat Kees Jansma toen zei dat de FIFA daar nog wat van kon leren.
Vervolgens werden we het kantoor van Ruben Acosta - de voorzitter van de FIVB - binnengeleid. De bedoeling van ons gesprek was om te laten weten dat Nederland graag wilde meedoen aan Acosta’s nieuwste plan - de World Volleybal League - maar niet de gevraagde bedragen kon ophoesten en ook niet de gevraagde televisie-coverage. Acosta legde uit dat hij volleybal over de hele wereld wilde promoten en dat hij daarvoor veel geld nodig had. Hij legde ook uit waarom hij Japan in de internationale competities bevoordeelde. Als Japan een toernooi organiseerde werden veel wedstrijden op televisie uitgezonden. Daarmee kon Acosta sponsors werven die op hun beurt de kas van de FIVB vulden.Tot zover was alles nog overzichtelijk.
Maar Acosta had Nederland ook nodig; een klein land als trendsetter. Een land dat met sponsor Nationale-Nederlanden het volleybal allure en prestige gaf zoals Acosta dat wilde. Een land ook waar de minister-president naar de World League-wedstrijden in Ahoy’ kwam kijken. Zo hoorde het ook, vond Acosta, en hij zorgde er wel voor dat alle aangesloten volleybalbonden middels foto’s te zien kregen hoe Acosta naast de minister-president van Nederland zat (toen Lubbers). Zo lang Nederland belangrijk voor de FIVB was, wilde Acosta wel een handje helpen.En zo gebeurde het ook - mede omdat de toenmalige voorzitter van de NeVoBo, Piet de Bruin - vice-voorzitter van de FIVB was.
Inmiddels zijn er nieuwe grootmachten opgestaan: economisch belangrijke landen als Polen, Rusland, Argentinië, China etc., terwijl de rol van Nederland is afgenomen. Deze landen spelen niet alleen aardig volleybal, maar brengen ook al die volleybalwedstrijden op televisie. En dat is wat Acosta wil. Als een land een internationaal (kwalificatie)toernooi wil organiseren, moet het volledige televisiecoverage garanderen. Daarmee werft Acosta de sponsors en vergroot hij het inkomen van de FIVB. Er zit echter een onzuiver aspect aan dat voeding geeft aan verhalen en geruchten. Acosta heeft enkele jaren geleden bij zijn eigen FIVB-congres bedongen dat tien procent van alle sponsorinkomsten voor hem zelf zijn. Daarmee laadt hij de verdenking op zich dat hij persoonlijk belang heeft bij de televisiecoverage van internationale volleybalwedstrijden en daardoor vooral de landen die televisiecoverage garanderen bevoordeelt. Feit is dat Acosta een ogenschijnlijk eerlijk kwalificatiesysteem heeft ontworpen dat evenwel in de beginfase in een zonodig gewenste richting kan worden gestuurd. Je moet dan wel insider zijn en dat is Acosta. Bij het IOC heeft men dusdanige bedenkingen tegen Acosta dat hij een jaar of zes geleden - om zijn gezicht te redden - zich uit het IOC terugtrok. Hierdoor is de volleybalsport de enige Olympische sport die niet in het IOC-bestuur is vertegenwoordigd.
De Europese volleybalbond (CEV) dacht: wat Acosta kan, kunnen wij ook en daar geldt een bijna zelfde geldverdiensysteem als in de FIVB. Zo moeten de Nederlandse deelnemers aan het belangrijkste Europacuptoernooi - de Champions League - live-televisie-coverage garanderen. Zo niet, dan mogen ze niet meedoen. Niet de beste ploeg telt, maar de ploeg die geld en ‘TV’ meeneemt. Hiermee wordt het wezen van de sport - namelijk de vraag wie het beste is - aangetast. Het is begrijpelijk dat NOS-Sport deze dwingelandij meer dan zat is. De NOS hanteert liever de redactionele formule: gaat het ergens om? Is de wedstrijd nog belangrijk? Vorig jaar was volleybalclub Ortec Nesselande in de poule voortijdig uitgeschakeld. Er moest nog één wedstrijd worden gespeeld, maar de NOS weigerde die uit te zenden, omdat er niets meer op het spel stond. Het gevolg was dat de CEV Nesselande een boete oplegde van 25.000 Euro…
Zou Nederland wel een echt volleybal-televisieland zijn geweest met alle aantrekkelijke aspecten voor de FIVB en CEV vandien, reken maar dat de Nederlandse dames wel degelijk een tweede kans hadden gekregen. Reken maar dat DELA Martinus dan wel de Final Four van de Champions League in Nederland had mogen organiseren in plaats van Murcia nu. En reken maar dat het Olympische kwalificatietoernooi niet naar Halle, maar naar Nederland was gegaan.
Zie hier het probleem waar de Nederlandse sport - en dan met name de minder grote publiek- sporten - tegenaan lopen. Zonder TV kan Nederland straks in veel sporten internationaal niet meer meedoen. Daarom doet NOC*NSF er verstandig aan afspraken te maken met zendgemachtigden die wél bereid zijn mee te gaan in deze ontwikkeling. Of met zendgemachtigden die de uitdaging aandurven een minderheidssport een kans te geven. Zoals ooit in Frankrijk rugby groot is geworden. Maar volgens mij is het nu net de taak van de publieke omroep om minderheden kansen te geven.
Frits Suèr was zo’n twintig jaar sponsormanager bij Nationale Nederlanden en later ING Bank. Vanuit die functie was Suèr in het volleybal één van de grondleggers van het zogenaamde Bankras-model; later was hij vooral nauw betrokken bij het Nederlands voetbalelftal (Nationale-Nederlanden is sinds 1992 hoofd/shirt-sponsor van de KNVB). Vóór Suèr in dienst trad van Nationale-Nederlanden werkte hij als televisie- en radiojournalist; hij was onder meer medepresentator van het populaire AVRO’s Sportpanorama. Suèr is momenteel onder meer vice-voorzitter van de Stichting Top Volleybal Martinus en commissaris van sportmarketingbureau Triple Double.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.