16 juni 2009
Opinie
Down to earth: hoe het Olympisch Plan internationaal kan scoren
Het kabinet zal binnenkort reageren op het expertrapport ‘Nederlandse sport naar Olympisch niveau’, waarin NOC*NSF onlangs haar Olympische plannen ontvouwde. Vooruitlopend op de ongetwijfeld positieve respons van de bewindslieden worden de verlanglijstjes alvast ingediend. Van verkeersminister Eurlings die ons wegennet op Olympisch niveau wenst, tot vaderlandse sportdokters die vragen om erkenning en, uiteraard, een groter budget.
Deze wensen sluiten goed aan bij het nogal nationale perspectief van het Olympisch Plan: ‘we’ willen bij de beste tien sportlanden ter wereld horen, Nederland gaat zo veel mogelijk EK’s en WK’s organiseren in ónze prachtige nieuwe accommodaties, ‘we’ gaan met z’n allen fors meer sporten, en al ónze maatschappelijke problemen worden opgelost met behulp van sport. Allemaal mooie en essentiële doelstellingen, maar door Sjak Rutten in zijn bijdrage op deze site enigszins cynisch samengevat met de woorden ‘Oranje boven’.
Terecht merkt Rutten op dat ‘het erop lijkt dat niemand zich heeft afgevraagd wat er nodig is om het buitenland en het IOC ervan te overtuigen dat de Olympische Spelen in 2028 aan Nederland moeten worden toegewezen.’ Ik ben het volledig met hem eens. Zo lang het Olympisch Plan slechts gericht is op eigen gewin zal het buitenland niet warmlopen voor Spelen in ons land. Het is hoog tijd om de blik vanaf nu ook naar buiten te richten.
In de mondiale verhoudingen voldoet een maatschappelijk verantwoord plan aan het Triple P-principe. Behalve Profit (eigen gewin, met ‘Oranje boven’ al goed vertegenwoordigd in het Olympisch Plan) dienen ook Planet (aandacht voor milieu) en People (aandacht voor mensen, ook buiten de eigen leefwereld) voldoende aan bod te komen.
Rutten heeft vooral oog voor Planet. In zijn enthousiasme stelt hij maar meteen een Man on the Moon-aanpak voor. Conform de strategie van John F. Kennedy uit 1962, om met de doelstelling van de eerste man op de maan de Verenigde Staten op te stuwen tot grote wetenschappelijke en technologische hoogten, oppert Rutten te streven naar een klimaat- en energieneutraal land in 2028 met de Spelen als speerpunt. Een sympathiek idee, maar, zo erkent Rutten in hetzelfde betoog, ‘we weten niet of het kan’.
In die laatste opmerking schuilt een gevaar. We moeten oppassen voor luchtfietserij. Internationalisering van het Olympisch Plan en het winnen van sympathie in de wereld kan ook meer down to earth.
Het Olympisch Plan zou zich nadrukkelijker moeten richten op People. Sport heeft aantoonbaar grote maatschappelijke betekenis en draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling. Niet alleen in Nederland, maar ook in minder bedeelde gebieden in de wereld. In Bhutan bijvoorbeeld kan goed sportaanbod zorgen voor noodzakelijke life skills die drugs- en alcoholverslaafde jongeren uit hun uitzichtloze situatie helpen. Beter georganiseerde voetbalclubs in Senegal kunnen voorkomen dat kinderen in handen vallen van corrupte spelersmakelaars die hen ontvoeren naar Europa. En aandacht voor gehandicaptensport in Indonesië zal mindervaliden daar uit hun isolement halen.
Nu is hét moment om expliciet te kiezen voor sport en ontwikkeling als speerpunt binnen het Olympisch Plan. De basis ligt er. In opdracht van minister Koenders van Ontwikkelingssamenwerking en Staatssecretaris Bussemaker van Sport hebben de Nederlandse ambassades en NOC*NSF de afgelopen maanden sportprogramma’s geformuleerd die in tien landen gaan bijdragen aan ontwikkeling (zie hier). Vele Nederlandse (sport)organisaties, zoals KNVB, NSA en academies voor lichamelijke opvoeding, zijn bereid hun kennis in te zetten en gaan onder andere in Bhutan, Senegal en Indonesië aan de slag. Maar de fundering is dun. Per land is slechts tussen de 75.000 en 250.000 euro per jaar beschikbaar voor Nederlandse inzet. Bovendien loopt het programma af in 2011.
Voor duurzame ontwikkeling is meer nodig. Het nadrukkelijk monitoren en evalueren van de huidige programma’s bijvoorbeeld, zodat geleerd kan worden van de huidige ervaringen. Ook is uitbreiding en verlenging van de programma’s na 2011 noodzakelijk om tot blijvende resultaten te kunnen komen.
Het kabinet doet er goed aan in haar reactie op het Olympisch Plan aandacht te schenken aan internationalisering en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het ondersteunen van sport in ontwikkelingslanden past hier naadloos binnen. Op deze manier maakt Nederland zichtbaar dat onze Olympisch ambities niet alleen voor onze eigen eer en glorie zijn, maar dat we een bredere verantwoordelijkheid op ons nemen. Het geeft het buitenland eindelijk argumenten enthousiast te raken over onze plannen.
Een nieuwe wens op de verlanglijst dus. Maar wel eentje die prioriteit verdient. De hemel, of de maan, bestormen kan altijd nog.
Frank van Eekeren is senior adviseur en onderzoeker aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Voor reacties: f.van.eekeren@hetnet.nl
Reageren via Sport Knowhow XL? Mail naar info@skxl.nl
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.