11 januari 2018
Opinie
2018 is een jaar om naar uit te kijken. De ogen kunnen wijd open om te genieten van de vele jeugdwedstrijden, spontane sport op straat of in het park, schaatsers over olympisch ijs en Tom Dumoulin die strijdt om de roze of gele trui. Tegelijkertijd kunnen we de ogen vooral niet sluiten. Hoe gaat het in het komend jaar bijvoorbeeld met de aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag, komen er acties om meer vrouwen, jongeren en etnische minderheden in sportbesturen te krijgen, hoe houden we schreeuwende ouders langs de lijn in toom, pakt er niet iemand stiekem doping?
Mijn voornemen is om met een brede blik naar de sport te blijven kijken. Dat is zeker ook een opgave voor de toekomstige sportbestuurders en –managers. Ik verheug me in 2018 vooral op al die talentvolle mensen die zich voorbereiden op een baan in de sport. Mensen die oog hebben voor de mooie en minder mooie kanten van sport, die aandacht hebben voor het sportieve, zakelijke én maatschappelijke aspect, die slim genoeg zijn om het goede in de sport te willen bewaren en tegelijkertijd dapper genoeg zijn om heilige huisjes ter discussie te stellen.
Uniek onderwijsprogramma
Hoe de sportbestuurder of –manager van de toekomst er uit moet zien weet niemand precies. Het is vooral aan de aankomende generaties om dat vorm te geven. 2018 gaat hen daarvoor ongekende mogelijkheden bieden. Het meest kijk ik uit naar de start van een uniek onderwijsprogramma, genaamd Global Master’s Programme Sport for Development. Vanaf februari gaan vijftien studenten van de Universiteit Utrecht, University of Johannesburg (Zuid-Afrika) en University of Tsukuba (Japan) een tweejarig traject in, waarin zij samen onderwijs volgen, elkaars sportcontext leren kennen en gezamenlijk werken aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. De diversiteit van de deelnemers, de verschillen tussen landen en de pluriformiteit in het onderwijs staan garant voor een bijzondere leerervaring die hen klaar stoomt om met de complexiteit in (internationale) sportorganisaties om te gaan.
Maar er zijn veel meer mooie initiatieven. Denk aan de derde editie van het Sports Leadership programma van Nyenrode Business University of de hackatons voor studenten die TU Eindhoven en Universiteit Utrecht gezamenlijk gaan organiseren. Ook de huidige sportbestuurder en –manager wordt niet vergeten. Hij of zij kan leerervaringen opdoen in allerlei clubondersteuningstrajecten, zoals die van lokale Rabobanken in samenwerking met NOC*NSF. In Utrecht en Eindhoven gaan beide universiteiten en gemeenten samenwerken met PSV en FC Utrecht om in zogenaamde living labs te leren op welke manier sport kan bijdragen aan participatie van kwetsbare groepen in onze samenleving. En dan heb ik het nog niet eens gehad over al die lokale en spontane initiatieven van sportbestuurders om elkaar op te zoeken en ervaringen te delen.
Kortom, als we onze ogen open houden valt er veel te leren in 2018. Dat is dan ook wat ik ons allemaal toewens: een heel leerzaam jaar.
Frank van Eekeren is senior adviseur en onderzoeker aan de Utrechtse School voor Bestuur- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Ook is hij coördinator van het focusgebied Sport & Society. Van Eekeren promoveerde met het proefschrift De Waardenvolle Club op 16 december aan de Universiteit Utrecht. In dat proefschrift maakte hij gebruik van veertig jaar ervaring in voetbalorganisaties en 19 eigen onderzoeken - waarin hij ruim 600 bestuurders en stakeholders sprak, representatieve surveys uitvoerde onder betaald voetbalclubs, amateurclubs en de KNVB en vele wetenschappelijke artikelen en beleidsdocumenten bestudeerde. Voor meer informatie: f.j.a.vaneekeren@uu.nl.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.