13 juni 2023
Opinie
door: Gertjan Dol
Het kabinet heeft onlangs de lage btw-tarieven laten evalueren door onderzoeksbureaus Dialogic en Significant Public. Conclusie? Door het lage btw-tarief van 9 in plaats van 21 procent loopt de schatkist naar verwachting jaarlijks 13 miljard euro aan inkomsten mis. Bovendien blijkt het lage btw-tarief inefficiënt en draagt het nauwelijks bij aan de gestelde doelen. Dit kan mogelijk leiden tot het verdwijnen van het lage btw-tarief in diverse sectoren. Ook in de sportsector?
Mogelijk zie ik de reacties op het evaluatierapport vanuit de sportwereld over het hoofd, maar ik vind het wat stilletjes. Het lijkt me goed als dit onderwerp wat meer (of hernieuwde) aandacht krijgt van de kenners (disclaimer: dat ben ik niet). En dat we ook alert zijn op wat staatssecretaris Van Rij (Financiën) namens het kabinet zal aankondigen tijdens Prinsjesdag. Mochten de zorgen over het mogelijk verdwijnen van het lage tarief in de sport ongegrond zijn, dan bieden de conclusies en aanbeveling uit de evaluatie alsnog voldoende stof tot nadenken. Het rapport wijst op de inefficiëntie van het lage btw-tarief en suggereert dat gerichte maatregelen, zoals verlaging van inkomstenbelasting of subsidies, mogelijk beter werken voor de groepen die je zou willen bereiken om te gaan sporten en bewegen.
Wat is bij de evaluatie meegenomen als laag tarief sport?
Onder sportbeoefening in het lage btw-tarief (9%) valt in deze evaluatie de toegang tot sportwedstrijden, gelegenheid geven om te sporten en diensten van zwembaden en sauna's. Oftewel je seizoenkaart van Ajax, je lidmaatschap bij het fitnesscentrum, je yogales en toegang tot het zwembad. Zij worden niet met 21% maar met slechts 9% btw belast. Goed om te weten: het gaat het niet om de 0% btw bij sportbeoefening binnen de amateursportvereniging. De evaluatie gaat niet in op deze en andere fiscale regelingen binnen de btw, zoals vrijstellingen en nultarieven. De conclusies voor dit type regelingen zouden overigens gelijk kunnen zijn.
Waarom geldt in Nederland voor sportbeoefening het lage btw-tarief van 9%? Uit de masterthesis Sport in de BTW van M.E. de Kok (2013)1 begrijp ik dat de amateursport al sinds de jaren vijftig werd vrijgesteld van btw. De geëxploiteerde zwembaden en sportwedstrijden werden in 1968 opgenomen in het laag tarief. Sinds 2002 werd pas een bredere groep commerciële sportinstellingen opgenomen in het lage tarief (squash, ijsbanen, fitnesscentra, etc). De prijzen gingen niet zozeer omlaag, dus dat was gunstig voor de marges. En het ging tezamen met een recht op aftrek van voorbelasting. De niet-winstbeogende sportondernemingen (incl. sportverenigingen) hebben geen recht op aftrek van voorbelasting, omdat deze veelal vrijgestelde sportactiviteiten verrichtten (0%). Ter compensatie van het mislopen van de aftrek werden de Rijksregelingen BOSA voor amateursportorganisaties (ca €70 mio per jaar, 20-30% compensatie) en de SPUK voor gemeenten (ca €180 mio per jaar, 17,5% compensatie) ingevoerd.
In de evaluatie van Dialogic (2023) worden de beleidsdoelen van de verschillende fiscale regelingen per sector beschreven. Het rapport is echter niet erg specifiek waar het gaat om het doel van het laag tarief bij sportbeoefening: 'Via lagere prijzen en de hieruit volgende grotere vraag zou het doel: bevordering recreatie en sport, bereikt moeten worden.'
De vraag is of deze prijselasticiteit in de praktijk van sportbeoefening ook zo werkt. Gaat een hogere consumentenprijs, na doorberekenen van het reguliere btw-tarief - van 9% naar 21% - ook leiden tot lagere afname, cq. sportbeoefening: minder verkoop tickets van sportwedstrijden, minder sportabonnementen, minder kaartjesverkoop zwembaden. Er lijken aanwijzingen te zijn dat de prijs voor sport inelastisch is.2 Toch zie je grote verschillen in sportdeelname tussen de verschillende opleiding- en inkomensgroepen (daarover later meer).
Kijkend naar de verschillende sectoren in het evaluatierapport van Dialogic (2023) wordt via het lage tarief voornamelijk beoogd:
Is het lage tarief doelmatig voor de sportbeoefening?
De onderzoekers van Dialogic (2023) lijken met name af te rekenen met de doelstelling: fiscale druk verlagen bij minder daadkrachtigen. Het verlaagde btw-tarief schiet volgens hen zijn doel soms voorbij, of helpt helemaal niet. Hoe meer geld huishoudens tot hun beschikking hebben, hoe meer ze profiteren van het lagere btw-tarief. De 50% meest draagkrachtige huishoudens profiteren twee keer zo veel van de verlaagde btw dan de 50% minst draagkrachtige huishoudens.
De financiële voordelen komen zo vooral terecht in de portemonnee van huishoudens met een hoger inkomen. Zo gaan rijkere huishoudens vaker naar een museum en ze geven meer geld uit aan uit eten gaan, waardoor ze meer profiteren van het verlaagde btw-tarief. De sport wordt zelfs aangehaald als een sector waarin daar extra sprake van lijkt te zijn. Komt het voordeel dan wel daar terecht waar dat het hardste nodig is?
Ik citeer uit het rapport van Dialogic: 'de 30% van de Nederlanders met hoogste inkomens gaven als deel van hun inkomen bijvoorbeeld twee keer zoveel uit aan deelname recreatie en sport dan de 30% van de Nederlanders in de laagste inkomens. Aangezien huishoudens in de hogere decielen een veel hoger inkomen hebben dan de huishoudens in het lagere deciel geven zij in absolute zin nog veel meer uit. Hogere inkomens profiteren daarmee niet alleen relatief (1,6% versus 0,8%), maar ook absoluut sterker van het verlaagde btw-tarief dan lage inkomens. (tabel 15).'3
Consequentie van de evaluatie
Het kabinet wil nu de regelingen die niet efficiënt en effectief zijn aanpakken. In de Miljoenennota 2023 liet de regering al weten te zullen kijken naar de verschillende belastingconstructies en fiscale regelingen. Daar is ook een taakstelling (bezuiniging) aan gekoppeld die oploopt van 162 miljoen euro in 2024 tot 550 miljoen euro structureel (vanaf 2027). Er gaan naar verwachting dus ook enkele fiscale regelingen wegvallen.
In de Voorjaarsnota 2023 (april jl) van het kabinet is de eerste invulling van de aanpak van belastingconstructies en negatief geëvalueerde fiscale regelingen gepresenteerd.4
Daaruit lijken we te kunnen opmaken dat sportbeoefening de dans (voorlopig) lijkt te ontspringen. En dat is maar goed ook, want we hebben geen alternatief. Maar wat moeten we nu met die doelmatigheid? Eigenlijk geeft de evaluatie daarvoor al een redelijke aanzet. 5
En nu?
Het is mij erom te doen de discussie op gang te brengen, en niet om de zaken groots te veranderen. De sport in Nederland is een kwetsbaar ecosysteem met veelal een financiële onrendabele top. We dragen allemaal ons steentje bij door contributies laag te houden en via sponsoring, fiscale regelingen, subsidieregelingen, vrijwilligerswerk, lage lonen, etc. Als je binnen dat systeem aan knoppen gaat draaien dan heeft dat effect op vele andere onderdelen, die niet altijd zijn te voorzien. Voorzichtigheid is dan geboden.
De onderzoekers stellen voor met gerichte subsidies te werken. Maar subsidies zijn veelal minder duurzaam dan een fiscale regeling. Zie bijvoorbeeld, de populaire STAP-subsidie, duizend euro voor scholing die werknemers helpt op de arbeidsmarkt. Na enkele jaren komt er nu al een einde de regeling en dan heb je niets meer.
Ik ben vooral benieuwd of binnen onze sector de zwakke plekken in het huidige systeem momenteel in kaart worden gebracht en of er wordt nagedacht over hoe we ervoor zorgen dat de belastingmaatregelen in de sportsector effectief en rechtvaardig worden toegepast.
Gertjan Dol is beleidsadviseur sport en bewegen bij de Gemeente Amsterdam. Voor meer informatie: g.dol@amsterdam.nl.
2. NLSportraad (2020) De prijzen van sport. Verkenning van de prijselasticiteit in de sport.
3. Het Mulier Instituut (maart 2023) schreef over die verschillen het volgende: 'Verschillen in sport- en beweegdeelname zijn in Nederland sterk gerelateerd aan het gezinsinkomen. Mensen met een hoger inkomen nemen vaker deel aan sport dan mensen met een lager inkomen (figuur 2.1). Deze verschillen gelden zowel voor jeugdigen als voor volwassenen (Fitters & Hoekman, 2019; Van Stam & Van den Dool, 2020; Van Stam et al., 2021; RIVM, 2022). Sportdeelname hangt niet alleen samen met het inkomen, maar ook met andere ‘statusposities’, zoals de gevolgde opleiding, etniciteit en leeftijd (Elling, 2021; RIVM, 2022). Verschillen in beweeggedrag naar sociaaleconomische status (een combinatie van afgeronde opleiding en inkomen) zijn in de afgelopen twintig jaar, ondanks beleidsinspanningen, toegenomen: volwassenen met een lagere sociaaleconomische status zijn in die periode van twintig jaar nauwelijks meer gaan bewegen, terwijl dat voor andere sociaaleconomische-statusgroepen wel geldt (Van den Dool, 2022). Lees hier verder.
4. Bron: Voorjaarsnota 2023 (28 april 2023). 'De begrotingsregels schrijven voor dat negatieve evaluaties opgevolgd moeten worden. Zo kan een negatief geëvalueerde regeling afgeschaft, versoberd of hervormd worden, of worden omgezet in een subsidie. Daarnaast kijkt het kabinet vanuit de ambitie om het belastingstelsel eenvoudiger te maken naar negatief geëvalueerde fiscale regelingen. Ook regelingen die niet het beoogde effect behalen dragen bij aan het ingewikkelder maken van het belastingstelsel voor burgers en de uitvoering (red. dit werd ook door staatssecretaris Financiën Marnix Van Rij zo uitgelegd in de podcast: De Rudi en Freddie show – De Correspondent. Spotify 20 april 2023).
Voorjaarsnota 2023: 'De evaluatie van het verlaagde btw-tarief geeft aanleiding om in de aanloop naar de augustusbesluitvorming te kijken naar de doelmatigheid van de toepassing van het verlaagde btw-tarief als geheel en in het bijzonder de toepassing ervan op sierteelt, arbeidsintensieve diensten (zoals schilders, kappers en schoenmakers), cultuur (zoals boeken, musea en bioscopen) en logies (zoals hotels en campings). Het kabinet zal voorafgaand aan Prinsjesdag bezien welke vervolgstappen het neemt. In geval van afschaffing of versobering zal gekeken worden naar de impact op specifieke groepen en wordt waar nodig gezocht naar alternatieve beleidsinstrumenten. Onder regie van Financiën zal met de betrokken departementen een inventarisatie van verschillende opties en de gevolgen daarvan worden gemaakt.'
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.