4 februari 2025
Opinie
door: Wouter de Groot
Vanaf 2025 gaat de Fédération Internationale de l’Automobile (FIA) zwaardere straffen uitdelen voor grof taalgebruik1. Dit is een gekoesterde wens van voorzitter Mohammed Ben Sulayem. Om deze wens in de reglementen opgenomen te krijgen, heeft men binnen de FIA ‘het huis op orde gebracht’. Cruciale personeelsleden zijn opgestapt en reglementen zijn aangepast om interne tegenspraak en democratische besluitvorming te beperken. De voorzitter en een steeds kleiner wordend kringetje van vertrouwelingen trekken op deze manier steeds meer macht naar zicht toe. De FIA en andere internationale sportfederaties, o.a. FIFA, worden op deze manier steeds minder democratisch. En net als in de echte wereld worden democratische middelen gebruikt om de democratie om zeep te helpen.
We beginnen even bij het einde. Grof taalgebruik2 mag van de FIA niet meer en zal worden bestraft. Grof taalgebruik is 'the general use of language (written or verbal) … that is offensive, insulting, coarse, rude or abusive and might reasonably be expected or be perceived to be coarse or rude or to cause offense, humiliation or to be inappropriate'. In de International Sporting Code (ISC) die per 1 januari 2025 van kracht is (wordt op gezette tijden aangepast) staat onder artikel 12.2.1.f het volgende: 'Any words, deeds or writings that have caused moral injury or loss to the FIA, its bodies, its members or its executive officers, and more generally on the interest of motor sport and on the values defended by the FIA. Appendix B contains the penalty guidelines.' Om het plaatje compleet te maken beschikt de FIA ook nog over een Ethische Commissie en, zoals blijkt uit Appendix B, is er inmiddels ook een duidelijke strafmaat.
Welke overtredingen je precies moet maken om in aanmerking te komen voor in de Appendix B genoemde straffen, blijft ongewis. Wat is grof, kwetsend of aanstootgevend taalgebruik? Wanneer wordt er ‘moral injury’ veroorzaakt? Dat soort vragen mag uiteraard gesteld worden en in een fatsoenlijk georganiseerde en bestuurde sportorganisatie kan er over dergelijke zaken ook op een volwassen manier met elkaar worden gediscussieerd, bijvoorbeeld in een Ethische Commissie. Ik vermoed dat men in normale gevallen de schouders op zou halen over ‘my car is fucked’ of dat je ‘fuck’ zegt waar je eigenlijk ‘shit’ had willen zeggen. Maar dan kennen we Mohammed Ben Sulayem nog niet!
‘That’s offensive!’
Dan het begin. Enige tijd geleden is Mohammed Ben Sulayem een persoonlijke strijd begonnen tegen het, in zijn oren, grove taalgebruik van enkele coureurs (o.a. Max Verstappen en Charles Leclerc). Een groot aantal coureurs maakte hier bezwaar tegen, omdat het gebruik van, in dit geval, vervoegingen van het werkwoord ‘to fuck’ als gewone uitdrukkingen mogen worden verondersteld wanneer die in het heetst van de strijd worden geuit. Hiermee wordt de hoeveelheid regels waaraan een ieder geacht wordt zich te houden verder vergroot, terwijl je niet precies weet waar je je aan moet houden. Wanneer kwets je iemand? Dat is natuurlijk uitermate persoonlijk en alleen al daarom nauwelijks strafbaar te stellen. Wanneer de zogenaamd kwetsende woorden bovendien niet eens aan iemand persoonlijk of een groep gericht zijn, dan wordt het wel erg glibberig allemaal.
Je gekwetst voelen is geen argument3. De willekeur om te straffen wordt hiermee verder vergroot. Ik ben geen kenner van de Formule 1, maar ik snap helemaal niets van de straffen die worden uitgedeeld (drie startplekken terug wanneer je geen richting aan hebt gegeven bij het inhalen, achteraan starten wanneer je door rood bent gereden, 10 seconden tijdstraf na 23 keer je motor vervangen, rondje extra rijden wanneer je hebt geroepen dat Elon Musk wel degelijk een nazigroet heeft gebracht en een wedstrijd zonder uitpubliek wanneer je stug 278 km/uur in de pitstraat bent blijven rijden). Op zich is het natuurlijk prima dat er heldere straffen voor overtredingen bestaan. Wanneer de overtredingen echter subjectief zijn (taalgebruik) is dit moeilijk vast te stellen. En al helemaal niet wanneer de overtreding blijkbaar wordt ervaren door één persoon. In dit geval de voorzitter van de FIA.
En hierin zit hem het probleem. Om de regels over het grove taalgebruik door alle bestuurlijke lagen te loodsen hebben zich op de burelen van de FIA allerlei schimmige zaken voorgedaan4. Medewerkers op cruciale posities en mensen die bezwaren hadden tegen de voorgenomen statutenwijzigingen zijn ontslagen. Ook werd een aantal interne onderzoeken gestopt dat betrekking had op de financiële handel en wandel van de voorzitter. De statutaire aanpassingen lijken te zijn gedaan om de voorzitter uit de wind te houden. Een neveneffect is dat het clubje dat de dienst uitmaakt binnen de FIA een stuk kleiner is geworden en bestaat uit een aantal vertrouwelingen van de voorzitter. De mogelijkheid om interne tegenspraak te organiseren wordt verder verkleind5. Ik hoor u denken dat dit wel erg lijkt op een oligarchie en daar heeft u volkomen gelijk in. De bestuursvorm is gewoon keihard bezig met een comeback.
‘Oligarch my sport federation’
Komen we weer aan bij het heden. De FIA lijkt, evenals een aantal andere sportbonden, waaronder de FIFA, het autocratische spoor te volgen. Ondanks het feit dat alle reglementen bol staan van de mensenrechten, bevordering der democratie, gelijke behandeling, etc. blijkt ook hier de wil van de president wet. Tegenspraak wordt niet op prijs gesteld. Dan maar iets minder democratisch. Dan maar iets minder ethisch. De afbraak van de democratie vindt ook binnen de internationale sportorganisaties plaats. Met het bevorderen van bestuurlijke integriteit en good governance heeft het inmiddels vrij weinig meer van doen. Op papier klopt het allemaal, maar in de praktijk is enige mate van autocratie wel zo prettig.
Het feit dat een voorzitter een complete sportbond op een dergelijke manier naar zijn hand kan zetten en samen met een klein groepje steeds meer macht naar zich toetrekt zou alle alarmbellen af moeten laten gaan. Precies datgene waar een aantal van de inmiddels vertrokken medewerkers van de FIA voor waarschuwde. Hij probeert bovendien zijn persoonlijke normen- en waardenpatroon op te leggen aan de gehele goegemeente. Bij de totstandbrenging van deze veranderingen maakte Mohammed Ben Sulayem gebruik van het op papier democratische systeem dat binnen de FIA geldt.
‘To oligarch or not to oligarch’
In al die internationale sportfederaties bevinden zich ook vertegenwoordigers van democratieën. Doordat het aantal landen met een stevige of iets minder stevige democratische traditie onder druk staat (heel benieuwd welke kant het op gaat in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en India) zal het tegengeluid steeds zachter klinken. Ook hier wordt de democratie gebruikt om de democratie af te breken. Dit is een treurigstemmende ontwikkeling.
We kunnen hieruit de voorzichtige conclusie trekken dat het democratische bestuursmodel momenteel niet erg in de mode is. Het zou leuk zijn om eens na te gaan welke vertegenwoordigers van sportbonden uit democratieën hun stem verheffen tegen dergelijke ontwikkelingen. Wie zwijgt, stemt toe. Democratie is immers ook maar een mening. Op die manier gooien we onze geloofwaardigheid te grabbel. In de internationale sportwereld zouden democratieën gezamenlijk op moeten trekken om de democratische bestuursvorm te bevorderen. Indien een internationale sportorganisatie zich dan ontwikkelt zoals de FIA, dan kunnen zij bijvoorbeeld dreigen om een alternatieve organisatie op te zetten waarin internationale (wellicht westerse6) normen en waarden van democratisch bestuur wél gegarandeerd worden. Ik heb althans geen zin om weer terug te gaan naar de 19e eeuw.
‘Dan dooft het licht’
Ook bedrijven uit democratieën hebben een taak. De sportwereld is vergeven van de bedrijven uit westerse landen (sponsoren, organisatoren van evenementen, ingenieurs, aannemers, architecten, adviesbureaus, juristen, fiscalisten (extreem belangrijk!), etc.). Helaas zien we te vaak dat bedrijven zich blijkbaar slechts aan de lokale wetten houden en zelf geen moraal hebben. Vraag je eens af of je bedrijf zou hebben kunnen groeien wanneer het was begonnen in een autocratie? Waarom zouden de verschillen zo groot zijn tussen Noord- en Zuid-Korea? Het is hét voorbeeld van wat een inclusieve politieke én economische cultuur (= democratie) kan betekenen en hoe dit mensen gelukkig kan maken7.
Mensenrechten zijn de moeite waard om voor te strijden. Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder gaat ook op voor de wijze waarop bedrijven en landen geleid worden. Het beperken van rechten, inspraak en tegenspraak levert op de lange termijn maar één ding op: de teloorgang van alles waar we in het westen in de afgelopen 200 jaar voor hebben gestreden.
Die afbraak van de democratie, in welke organisatie of waar ter wereld dan ook, dient te stoppen. De wereld is niet gebaat bij jaknikkers of getrouwen op vitale posten, maar juist bij gezond debat en tegenspraak. De landen die zijn ingericht als een democratie dienen deze vorm te verdedigen en dit niet bij de eerste de beste autocraat te grabbel te gooien. Voor bedrijven uit die landen geldt uiteraard hetzelfde. Juist om deze reden dienen sportbonden uit landen met een democratische traditie zich duidelijk uit te spreken tegen de oligarchisering van internationale sportfederaties. De mechanismen om de minderheden te beschermen tegen de meerderheid zijn er niet voor niets. Het staat bovendien in alle statuten en reglementen van alle sportfederaties. Laten we er nu ook eens naar gaan handelen. Anders dooft het licht8.
Wij staan tesaam voor het gericht
voor goed of kwaad te kiezen,
een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.
Wouter de Groot is politicoloog en afgestudeerd in de Internationale Betrekkingen. Hij adviseert, onderzoekt, bestuurt en examineert al meer dan 30 jaar in de sport. Voor meer informatie: ogvsportadvies@gmail.com.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.