Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Elk creatief of minder creatief idee om de sportinfrastructuur structureel te versterken is meer dan van harte welkom

"Elk creatief of minder creatief idee om de sportinfrastructuur structureel te versterken is meer dan van harte welkom"

2 september 2014

Opinie

Reacties 'hoofden sport' drie grote gemeenten op ludiek plan
Vorige week lanceerde Peter van Baak op Sport Knowhow XL dit plan : laat de lokale overheid sportverenigingen inzetten als communicatiekanaal en de verenigingen daarvoor belonen. Vandaag reageren Henk Stokhof, Peter van Veen en Corniel Groenen - respectievelijk de hoofden sport van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam en 's-Hertogenbosch - op het plan. Samen plaatsen zij de nodige kanttekeningen, kraken ze kritische noten, bedenken ze alternatieven en geven ze en passant een inkijkje in het gemeentelijke verenigings- en communicatiebeleid.


Henk Stokhof, hoofd afdeling Sport van de gemeente Amsterdam

Het idee om verenigingen in te zetten is sympathiek en het is de moeite waard om erover door te denken. Het is overigens niet nieuw om verenigingen bijvoorbeeld bij de informatie voor een groot evenement of ander overheidsnieuws te betrekken. In Amsterdam helpen de atletiekverenigingen mee om de atletiekevenementen te promoten en gaat bijvoorbeeld informatie over een veilig sportklimaat ook langs de band van alle 65 voetbalverenigingen in de stad. Het via de 'clubleidingen' promoten van allerlei soorten festivals, culturele evenementen, sporttoernooien is zonder meer het overwegen waard.

Als het gaat om het vervangen van algemene gemeentelijke communicatie met burgers is het een ander verhaal. Ten eerste is het de bedoeling om juist ánderen te bereiken dan de al actieve sporters. Dat zal je moeten blijven doen en dat beperkt dus de verwachte besparingen op het advertentiebudget van de stad. Je kan je info gewoonweg niet beperken tot hen die een sportpark bezoeken of de clubkrant lezen of de verenigingssite bezoeken.
 
Daarnaast moeten we ons afvragen of het wel prettig is als de gemeente allerlei eigen doelen en maatregelen op gebied van belastingwetgeving, bestemmingsplannen, parkeerbeleid en dergelijke via sportverenigingen gaat communiceren. Het geeft het beeld van een overheid die de burger achtervolgt met allerlei overheidszaken. Je kunt een vereniging ook zien als een terrein dat tot de persoonlijke invloedsfeer van burgers behoort. Er is een risico dat de communicatiekanalen van de sportvereniging met dit soort ontwikkelingen gaan lijken op het internet, waar je - om het zo maar eens te zeggen – wordt doodgegooid met reclame-uitingen van allerhande onuitgenodigde aanbieders van onzin. Het lijkt me beter om 'overheidsbemoeienis' juist hier tot een minimum te beperken.

Oneigenlijke belasting
Daarnaast dienen we ervoor te waken om de verenigingen oneigenlijk extra te belasten met een taak die niet bij hun core business hoort. Verenigingen moeten in eerste instantie vooral focussen op het ‘laten’ sporten van hun leden en niet op een extra marketingtaak. Het opvoeren van overheidsinformatie via sportverenigingen brengt ook het risico met zich mee dat het op verschillende manier tot het publiek komt. De ene club heeft een gelikte website, de andere club moet het doen met wekelijks een gestencild dubbel A-4tje. Hockey- en tennispubliek krijgt de info op een andere manier voorgeschoteld dan bijvoorbeeld voetbalfans of yogabeoefenaars.
 
Aan het eind van deze bedenkingen is het een (ambtelijk) vraagstuk om deze indirecte subsidie naar de sportverenigingen kwantificeerbaar te maken. Er is bij gemeenten geen sprake van één advertentiebudget, maar dat soort budgetten zit vaak versleuteld in afdelingen communicatie, bij de organisatoren en in evenementenbudgetten. Het zou een grote opgave worden om middelen los te weken uit dat soort budgetten, maar daarnaast het product dat geleverd moet worden door de verenigingen enigszins eenduidig te benoemen.
 
Kanttekeningen genoeg dus, maar omgekeerd biedt het misschien toch wel mogelijkheden. We zouden de sportverenigingen niet moeten gebruiken als medium voor de overheid om burgers te bereiken, maar juist de burger een kanaal laten bieden waarin kan worden aangeven wat hij/zij wil van de overheid. Met de in bestuurlijke en ambtelijke kringen trend van een 'participerende overheid' is het misschien wel harder nodig dat de overheid weet wat de burger voor wensen en ideeën heeft over de samenleving dan omgekeerd.



Peter van Veen, directeur Sport & Cultuur van de gemeente Rotterdam

De stad Rotterdam heeft veel met sport en Rotterdammers die willen sporten. Rotterdam profileert zich als sportstad met niet alleen vele toonaangevende evenementen en een topsportcultuur, maar ook met een bruisend en sportief verenigingsleven met honderden verenigingen en vele tienduizenden sporters. Als stad koesteren we dit en hebben daar ook het nodige voor over.

Plannen om de sportverenigingen in de stad sterker te maken, juichen we van harte toe. Zeker in een tijd waarin het geld niet meer tegen de kades op klotst is elk creatief of minder creatief idee om de sportinfrastructuur structureel te versterken meer dan van harte welkom. De column van Peter van Baak heb ik dan ook met meer dan gemiddelde belangstelling gelezen.

Een aantal Rotterdamse feiten op een rijtje:
1. Rotterdam 'subsidieert' jaarlijks de georganiseerde sport met een kleine twintig miljoen euro. Ongeveer achttien miljoen euro in de vorm van een indirecte subsidie middels de verhuur van gemeentelijke sportaccommodaties, ongeveer 850.000 euro via Rotterdam Topsport voor de ondersteuning van topsportverenigingen en talentcentra en een kleine 1,7 euro miljoen via Rotterdam Sportsupport voor verenigingsondersteuning van de breedtesport, 'sportplusverenigingen' (dat zijn verenigingen die meer aanbieden dan hun eigen sport en een bredere maatschappelijke functie vervullen) en specifiek jeugdsportafdelingen en gehandicaptensportverenigingen.

2. De vereniging is voor ons een belangrijk instrument om Rotterdammers te bereiken en in beweging te krijgen. De sportparticipatie is net als in de andere grote steden aan de lage kant. Zestig procent van de Rotterdammers sport, van wie slechts een derde bij een vereniging. Het bereik van sportverenigingen is dus slechts twintig procent van alle Rotterdammers.

3. Generiek publiekscommunicatie (bijvoorbeeld over paspoorten, gemeentelijke belastingen) vanuit de overheid is gericht op alle Rotterdammers. Daarvoor gebruiken we een zeer beperkt aantal communicatiemiddelen zoals de stadskrant, pagina’s in huis-aan-huisbladen en online-middelen zoals een website en Twitter. Projectmatig worden er extra middelen en acties ingezet voor doelgroepen, zoals bijvoorbeeld sporters.

En dan nu terug naar het artikel van Peter van Baak. Het is een creatieve gedachte om overheidscommunicatie in de vorm van sponsoring via media van sportverenigingen te laten lopen. Het heet dan ineens sponsoring, terwijl het niet meer is dan het kopen van advertentieruimte, in dit geval op digitale media van de sportvereniging. Zonder mezelf als lichtend voorbeeld te stellen, vraag ik me wel af wat het bereik van deze media is.

Beperkt bereik
Het ouderwetse clubblad heeft zijn langste tijd gehad, maar belandde het na lezing van het competitie- en speelschema en rooster voor de kantinedienst in menig huishouden toch niet vrij snel op de bodem van het aardappelschilmandje? En om in deze tijd te blijven, de meeste bezoekers van de sportkantine gaan tijdens de derde helft niet uitgebreid het lokale vacature-aanbod of de aanvraagprocedure voor een parkeervergunning bestuderen op een beeldscherm.

Kortom, ik denk dat met gemeentelijke communicatie van de sportverenigingen slechts een beperkte groep wordt bereikt. Zeker als je daarbij in ogenschouw neemt dat in de Rotterdamse situatie in potentie slechts maximaal twintig procent van alle Rotterdammers kan worden bereikt.

Ik wil de oproep van Peter van Baak niet wegzetten, maar ik wil hem verstaan in zijn essentie, namelijk een gedeelde en grote zorg om en betrokkenheid bij de (financiële) vitaliteit van de sportverenigingen. Deze opgave is een opgave van ons allen, die zeker niet alleen meer door de lokale overheid kan worden opgepakt. Ik zou op mijn beurt Peter willen uitdagen om mee te denken over oplossingen waarbij niet a priori naar de overheid wordt gekeken. Zoals ik in het begin van mijn reactie al aangeef is de overheid al meer dan voldoende financieel van de partij.

Hoe kunnen we bijvoorbeeld een instrument als crowdfunding dat in de cultuursector effectief is gebleken ook maximaal gaan uitnutten voor de sport? Hoe kunnen we andere sectoren structureel interesseren om te investeren in sport. Als sport dan zoveel gezondheidswinst oplevert en een grote maatschappelijke en economische betekenis heeft, hoe kunnen we delen van die gezondheidswinst, het maatschappelijk en economisch rendement terugploegen naar de sport in de vorm van klinkende euro's? En als we met zijn allen de verenigingsinfrastructuur zo belangrijk vinden hoe regelen we dan ook voor de toekomst dat er voldoende kader en vrijwilligers zijn voor verenigingen?

Over deze vragen moeten we ons de komende tijd echt het hoofd gaan breken en met misschien wel onorthodoxe antwoorden komen. En dat is niet alleen meer een opgave van de lokale overheid, maar van ons allen.



Corniel Groenen, hoofd Sport en Recreatie van de gemeente ‘s-Hertogenbosch

Het idee van Peter van Baak dat overheden lokale amateurclubs kunnen sponsoren door hen te gebruiken als communicatiekanaal klinkt zeer sympathiek en lijkt eenvoudig te realiseren. Gewoon doen dus! Toch? Maar kloppen de veronderstellingen waarop Van Baak's idee gebaseerd is wel?

De eerste veronderstelling is dat de gemeente via de clubkanalen op een effectieve manier met haar burgers kan communiceren. Het clubblad, de website, de nieuwsbrief en/of het narrowcasting-systeem in de kantine bereikt gemakkelijk alle leden en wordt goed gelezen!

De praktijk is helaas anders. Veel verenigingen moeten alle zeilen bijzetten om alleen al het eigen clubnieuws bij alle leden tussen de oren te krijgen. Ik hoor menig clubbestuurder klagen dat het niet meevalt om de laatste afspraken en clubmededelingen bij alle leden te krijgen. 'Waarom wist ik niet dat onze wedstrijd was afgelast!'. Ook de algemene ledenvergadering is vaak een wat stille bedoeling.

Wil de vereniging voor de gemeente een interessant medium zijn om met de burger te communiceren dan moeten die leden ook wel daadwerkelijk bereikt worden. Kan de vereniging dit in voldoende mate garanderen?

De tweede veronderstelling is dat je via de verenigingen een groot deel van je burgers bereikt. Het sportparticipatiepercentage in onze stad ligt net boven de zeventig procent. Dat is niet slecht, maar slechts 33% van de inwoners sport in verenigingsverband. Helaas blijft er dan niet zo veel over van de gedachte dat je een groot deel van je inwoners van je stad via de sportvereniging kunt bereiken. Tenzij... ieder verenigingslid minimaal tien niet-leden informeert over het laatste gemeentenieuws. 'Stadsomroeper nieuwe stijl'.

De derde veronderstelling is de club een leuk centje kan bijverdienen door mede spreekbuis te zijn voor gemeenteberichten. In onze stad worden alle gemeentemededelingen eens per week in de Bossche Omroep geplaatst. Dit huis-aan-huisblad valt bij alle Bosschenaren gratis op de deurmat. De Bossche omroep wordt zeer goed gelezen en het bereik is dus hoog. De wekelijkse gemeentepagina is altijd op de middenpagina te vinden. Uitgaande van een gelijkblijvend communicatiebudget levert het versturen van diezelfde boodschap via verenigingen ergens tussen de vijf à tien euro per vereniging per week op. Afgezet tegen het werk dat ermee gemoeid is, lijkt me dat geen vetpot.

De vierde veronderstelling is dat de leden van de vereniging graag het gemeentelijke nieuws via hun eigen vertrouwde clubkanaal tot zich nemen. Mijn inschatting is dat men een eerste keer verwonderd opkijkt, maar zich al bij de tweede keer afvraagt of de redactie gek is geworden? Ook het verzoek van de voorzitter om voortaan het gemeentenieuws op de website goed te lezen omdat dit de club wel vijf euro per week kan opleveren bij voldoende 'hits' zal menig spelend lid de wenkbrauw doen fronsen.

De vijfde en laatste veronderstelling is dat de gemeente de verenigingen op dit moment nog niet sponsoren. Dat is natuurlijk een grote misvatting. Niet alleen kennen heel veel gemeenten subsidies waar veel verenigingen een beroep op kunnen doen. Ook is vaak het huurtarief van sportaccommodaties verre van kostendekkend en worden veel verenigingen op die manier door de gemeente 'gesponsord'.

Hoewel ik het idee van Peter van Baak sympathiek vind, denk ik dat het verstandig is voor zowel de gemeente als de vereniging om naar andere oplossingen te zoeken om sportbeoefening voor iedereen betaalbaar te houden. Ik daag Peter dan ook uit om zijn creativiteit te blijven inzetten om andere oplossingen te vinden om stijgende kosten of dalende inkomsten bij verenigingen het hoofd te bieden. Ik denk mee!

Reageren?
"Elk creatief of minder creatief idee om de sportinfrastructuur structureel te versterken is meer dan van harte welkom", zei Peter van Veen hierboven en deze quote is tevens de kop boven dit artikel geworden. Heb je zo'n creatief (of minder creatief) idee? Reacties via info@skxl.nl zijn welkom!

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.