Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Efficiënter gebruik van accommodaties dekmantel voor bezuinigingen

Efficiënter gebruik van accommodaties: dekmantel voor bezuinigingen?

8 oktober 2013

Opinie

door: Jeroen van Tets

Kunnen sportaccommodaties efficiënter gebruikt worden? Ja, natuurlijk. Maar hoe doe je dat? Wat zijn de voordelen, maar ook de risico’s? En wat gebeurt er als dit actuele thema slechts wordt ‘gebruikt’ voor een heel andere doelstelling, zoals bezuinigingen, of erger: het doordrukken van een prestigeproject.


Een inventarisatie van het gebruik van de diverse accommodaties laat zien dat er vaak sprake is van een vraagtekort en een aanbodoverschot. Onze faciliteiten zijn simpelweg zo ruim dat er niet voldoende vraag is om dit ruime aanbod op een goed te exploiteren wijze in te vullen. Bovendien gaat het ook nog eens om een minder kapitaalkrachtige vraag, want de gebruikstarieven worden tegelijkertijd laag gehouden, om zeker ook het gebruik voor de lagere sociale klassen mogelijk te laten zijn.

Vanuit een aanbodoverschot lijkt een oplossing in eerste instantie niet zo heel erg moeilijk: via herschikking dient men uiteindelijk te komen tot inkrimping van faciliteiten en daarmee tot lagere kosten. De praktijk is echter weerbarstiger, want met name de vraagzijde gedraagt zich verre van elastisch.

De vraag naar gebruik van accommodaties kent namelijk aan de ene kant bepaalde pieken (zaterdag!) en tegelijkertijd ook een flink aantal dalen (overdag). Het invullen van vooral de ‘incourante’ uren is een probleem, zeker als men vanuit de aanbodzijde is gestart. De nogal ongelijke behoefte aan de vraagzijde laat zich slecht ‘kneden’ naar een efficiënter gebruik van de accommodatie, omdat men daarbij ook aanloopt tegen de lastige grenzen van een gedragsverandering bij mensen.

Grotere vijver
De versnipperde vraag levert dus een onvolledige bezettingsgraad op, wat direct een ongunstig effect heeft op het exploitatieresultaat. In sommige, vaak wat kleinere gemeenten, wordt bij gebrek aan voldoende vraag ook wel gezocht naar het mogelijk realiseren van een grotere multifunctionele accommodatie voor divers gebruik en gericht op de omliggende regio. Via deze vorm van schaalvergroting probeert men zo’n multifunctionele accommodatie exploitabel te maken met de gedachte dat een grotere vijver garant staat voor het kunnen vangen van meer vissen; meer gebruikers, meer evenementen en meer nevenactiviteiten zorgen voor meer inkomsten. De uitgevoerde haalbaarheidsstudie levert - met de nodige voorwaarden en restricties - meestal een positieve conclusie op: 'ja, het is haalbaar'.

Haalbaar ja, maar ook nog altijd zeer risicovol! Want meer vissen in die grotere vijver hoeven nog altijd niet de behoefte te hebben om te willen bijten, waardoor de vangst desondanks beperkt blijft, met als gevolg toch weer een fiks exploitatietekort. Het aantal voorbeelden van (zelfs een bescheiden vorm van) dit soort grootheidswaan is legio.

Als we een bezuinigingstaakstelling nu eens niet als voorwaarde vooraf zouden stellen, maar meer beschouwen als een gunstige uitkomst van het proces, dan zou men de problematiek kunnen beginnen vanuit de vraagzijde, waarbij ook vooral over alle sectormuren heen gekeken moet worden. Zo zou men eerst moeten komen tot een brede en veelzijdige lijst van behoeften, welke nog niet zijn ingevuld. Deze behoeften kunnen van alle soorten en maten zijn en afkomstig van meerdere sectoren: onderwijs, cultuur, zorg, welzijn, ouderen, et cetera , maar ook bijvoorbeeld van commerciële activiteiten (shops).

In alle nog niet vervulde behoeften zit directe potentie voor efficiënter gebruik van de halflege accommodaties en daar liggen dan ook de kansen. Een voorwaarde daarbij is wel dat men op basis van de specifieke behoefte creatief en ‘out of the box’ moet durven zoeken naar passende oplossingen, zowel economisch, financieel, sociaal en ruimtelijk. Het begrip ‘passend’ wordt dan leidend, in plaats van het begrip ‘haalbaar’ en daarmee wordt de potentie – zelfs als deze bescheiden is – ook daadwerkelijk ingevuld. Niet de gecreëerde, maar de daadwerkelijk aanwezige vraag, bepaalt zodoende de wijze waarop een plan tot efficiënter gebruik ook passend kan worden ingevuld.

Privatisering: op vele manieren
Naast de verschillende opties voor een efficiënter gebruik van de schaarse en dus dure ruimte, bestaat er nóg een manier om het gebruik van accommodaties en met name de daarmee gemoeide kosten te verlagen: via privatisering. Een begrip dat met diverse invullingen een geheel eigen leven is gaan leiden, waarbij in de praktijk goede en slechte voorbeelden zijn ontstaan.

Privatisering is voor verschillende sporten op verschillende wijzen doorgevoerd: tennisaccommodaties zijn het meest geprivatiseerd, bij hockey is dat ongeveer voor de helft en bij voetbal en andere sporten is dat nog aanzienlijk minder. Ook is er verschil tussen sterk stedelijke (grote) gemeenten en kleinere plattelandsgemeenten. Hockeyaccommodaties zijn vaker geprivatiseerd in grotere gemeenten - waar de clubs ook beduidend groter (en beter te exploiteren) zijn - dan in kleinere plattelandsgemeenten. Bij voetbalclubs is dat juist andersom, omdat in kleinere kernen de plaatselijke voetbalclub een centralere maatschappelijke functie heeft en dankzij veel vrijwilligers - met hart voor de club - goed kan draaien.

Bij deze vormen van privatisering gaat het vooral om het overnemen van bepaalde taken, zoals groot en/of klein onderhoud. Bij binnensportaccommodaties gaat het veel vaker om het uitbesteden van de exploitatie van de gehele accommodatie aan een hiervoor gespecialiseerde private partij (bijvoorbeeld een zwembadondernemer of een exploitant van een racketcentrum). Bij de meeste buitensportaccommodaties zijn er (nog) weinig van dergelijke gespecialiseerde private partijen betrokken en gaat het om de aanwezige verenigingen zelf. In dit laatste segment is het probleem van de lagere deskundigheid-  op het gebied van beheer en specialistisch onderhoud - zeer actueel en leidde in diverse gevallen al tot het terugdraaien van de privatisering. Ook hier dreigt een koude bezuiniging als een boemerang terug te komen, met mogelijk zelfs hogere in plaats van lagere kosten.

Kortom, het is evident dat privatisering een taai en complex onderwerp is met weinig pasklare oplossingen. Dit betekent dat - in tegenstelling tot wat soms gedacht en gehoopt wordt - bij gemeenten geen blauwdruk bestaat die men van elkaar kan overnemen. Het goed doordacht insteken en doorlopen van een helder proces is essentieel. Daarbij is het aan te bevelen om de regie niet te leggen bij een van de betrokken portefeuillehouders, maar bij degene die er het meeste garen bij spint als het wél goed gaat: de wethouder van financiën.
 
Overijsselse Sportontmoeting
Over de vele hierboven geschetste, reële praktijkproblemen bij het zoeken naar efficiënter gebruik van accommodaties en de diverse risico’s die daarbij worden gelopen, wordt deze week gesproken en gediscussieerd in één van de parallelsessies op de komende Overijsselse Sportontmoeting op donderdag 10 oktober a.s. in Het Ravijn, vanaf 12.00 uur.

Voor meer informatie: klik hier

Jeroen van Tets is sinds 2011 freelance debat-/ discussieleider en dagvoorzitter (‘Mr. Speaker’). Daarnaast schrijft Van Tets ook columns en opiniestukken in diverse media (‘Mr. Write’). Van Tets was van 2005 tot en met 2010 programmamanager Ruimte & Accommodaties bij sportkoepel NOC*NSF. Daarvoor werkte hij als manager gebiedsontwikkeling bij Arcadis Bouw en als sales manager bij Desso DLW Sports Systems. Voor meer informatie: jvantets@planet.nl of 035-623 2907/06-5335 5755.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.