23 juni 2009
Opinie
Overheden binnen de WADA die een ‘war on drugs’ voeren, maken misbruik van dopingbestrijding door recreational drugs als XTC en cocaïne op één hoop te gooien met dopinggeduide middelen. In hun oorlog worden alle topsporters als potentiële misdadigers beschouwd en worden burgerslachtoffers (‘fout-positieven’) op de koop toe genomen. Voetbalgeneraals verklaren ‘wereldwijde oorlog’ aan die bejegening, zoals die tot uitdrukking komt in de WADA-whereabouts. Heeft de WADA met het binnenhalen van de FIFA een Trojaans Paard binnengehaald na haar jarenlange belegering van de voetbalvelden?
Eerder dit jaar lieten UEFA en FIFA weten akkoord te gaan met de dopingregelgeving van de WADA. Ze conformeren zich daarmee aan de andere sporten die zich al hadden aangesloten. Maar op 25 maart jl. lieten beide organisaties naar de pers weten dat ze bezwaar aantekenden tegen de regelgeving betreffende de whereabouts. UEFA en FIFA hebben dus gekozen voor een instemming en medewerking op de hoofdlijn: bestrijden van dopinggebruik, ook in het voetbal. Maar tegelijkertijd vinden zij dat dit onverlet laat dat je als partner binnen dat beleid tegelijk je eisen mag verwoorden en kritiek mag laten klinken ten aanzien van zeer dubieuze aspecten van de uitvoering van de dopingbestrijding. Dat is een niet ongebruikelijke handelwijze bij de vorming van coalities. Maar het is wel zéér ongebruikelijk binnen de WADA-kerk, omdat daarbinnen het stichtingsbestuur beslist en verdere discussie dus niet gewenst wordt.
De eerste reactie van de nieuwe WADA-paus Fahey was dat hij er ’ontgoocheld’ over was. In de aanloop naar het akkoord met de UEFA en FIFA was kennelijk sprake geweest van voorwaarden dat de voetballers zich tijdens hun vakantie niet beschikbaar hoefden te houden voor de dopingcontroleurs. En dat ze voor controles slechts beschikbaar hoefden te zijn in hun werksituatie: bij hun club in de trainings- en wedstrijdlocaties. Maar enige tijd later sloeg WADA ineens ferme taal uit. Waarna er op 11 mei jl. een persbericht verscheen waarin de FiFpro bij monde van generaal Van Seggelen en EU Athletes bij monde van generaal Yves Kummer ‘een wereldwijde oorlog’ aankondigden, als de WADA zich niet zou houden aan de voorwaarden zoals die eerder waren geformuleerd. En als laatste heeft een woordvoerder van de Europese Commissie recent tijdens een antidopingconferentie in Athene olie op het vuur gegooid met de uitspraak dat de whereaboutsreglementen ook onverkort voor de voetballers zouden gelden. Kortom: opstootjes, slidings van achteren en tackels, van Seggelen gepoort!
Foute strijd voor foute privileges?
Vanuit enkele andere
sporten en een aantal media is er internationaal misprijzend en insinuerend op
de voetbalprotesten gereageerd. De teneur was: ‘Daar heb je die voetballers
weer, die willen hun lijntje cocaïne kunnen gebruiken tijdens hun vakantie, die
willen niet telkens drie maanden tevoren opgeven bij welke nieuwe voetbalvrouw
ze die week/nacht te vinden zijn (als ze dat al weten), die willen hun
godenzonenprivileges niet inleveren, enzovoorts. En o ja, bij die Fuentes, daar
zouden alle Spaanse voetballers natuurlijk vaste klant zijn, maar hún namen, die
kwamen natuurlijk niet in de kranten, wel die van de wielrenners. Enzovoorts.
Het feit dat het juist twee Nederlanders zijn die namens alle voetballers ter wereld plus alle atleten in Europa strijdlustige taal gebruiken, past goed in het beeld om het verzet vanuit de voetbalwereld verdacht te maken. Internationaal staat Nederland al veertig jaar aangeschreven als een narcostaat. Het is de WADA een doorn in het oog dat dopinggebruik in Nederland niet onder het strafrecht wordt gebracht en die stichting ziet daarin dat beeld van narcostaat bevestigd. De WADA vertolkt in deze de opvatting van vele overheden die dit orgaan al te graag willen benutten voor hun eigen oorlog, hun 'war on drugs'. Zij vinden dat sporters vanuit hun voorbeeldwerking wel geschikte slachtoffers zijn om in die oorlog opgeofferd te worden. Zij misbruiken de primaire doelstelling van de WADA – bestrijden van prestatieverhogende middelen in de sport – voor hun imagoverhogende politiek van drugsbestrijding. Het gebruik van recreatieve drugs door sporters komt hun op een beroepsverbod te staan, zoals Tom Boonen weer mag ondervinden. Het zullen ook diezelfde overheden zijn binnen de Europese Commissie de zich daarom achter die whereaboutregelgeving scharen.
Het is dus niet een foute strijd voor foute privileges van voetballers, maar een foute strijd van overheden om fout misbruik te maken van dopingreglementering en het fout slachtofferen van de sporters die daardoor worden getroffen.
Voetbal: een wettelijk erkende bedrijfstak
De massieve
campagne van de dopingautoriteiten en haar slippendragers om het verzet vanuit
de voetbalwereld tegen de whereaboutsreglementen verdacht te maken, zal niet
opwegen tegen een gegeven dat tot op heden betrekkelijk weinig aandacht heeft
gekregen: het wezenlijke onderscheid tussen de professionele voetbalwereld en de
rest van de (prof)sportwereld. Het betaalde voetbal heeft in het belangrijkste
deel van de voetbalwereld – Europa - de wettelijke bescherming van een moderne
bedrijfstak, inclusief meerjarige CAO’s. Partijen in het voetbal erkennen over
en weer elkaars belangen, zoals die worden verwoord door hun wettelijke
vertegenwoordigende organen. Partijen vormen samen coalities teneinde de
bedrijfstak gezond te houden (ook Herman Ram van de Nederlandse Doping
Autoriteit gaf er in een column op Sport Knowhow XL blijk van het belang van die
wettelijke ándere status ten opzichte van de overige sporters in Europa niet te
onderkennen). Dopingjagers mogen dan wel hun ogen sluiten voor het bestaan van
een erkende bedrijfstak, van veel meer belang is dat het Europese Hof er sinds
het Bosmanarrest wél goed het oog op heeft.
De WADA-voorzitter Pound verwoordde twee jaar geleden in IJsland dat de overwinning van zijn organisatie op de tegenstribbelende voetballers nabij was: ze zouden binnenkort ook de code ondertekenen. Hij was er persoonlijk trots op dit sluitstuk nog tijdens zijn voorzitterschap te hebben mogen realiseren.
Ondergetekende was daar ook aanwezig, mede als waarnemer namens ProProf, vakbond van profvoetballers. In mijn presentatie refereerde ik aan diens woorden en zei dat de WADA-voorzitter met de voetballers het paard van Troje zou gaan binnenhalen, en dat de heer Pound zich nog wel eens de haren uit zijn hoofd zou gaan trekken over zijn sluitstuk. Die vergelijking met de Griekse oudheid gaat historisch niet geheel op, omdat Vergilius beschrijft hoe dat een list was van de Grieken om Troje binnen te komen, om daarna van binnenuit de eigen troepen toegang te kunnen verschaffen tot de stad. Het is natuurlijk niet de opzet van de generaals Platini en Van Seggelen om met een list het WADA te slopen. Maar het zijn wel vertegenwoordigers van organen die jarenlang respecteren en in praktijk brengen dat bilateraal overleg een absolute voorwaarde is om in een bedrijfstak waar miljarden in omgaan verantwoord beleid te maken en uit te voeren.
Mijn optimisme over de sombere toekomst die het WADA-beleid beschoren is met
het binnenhalen van de voetballers is gebaseerd op vier pijlers:
1. Het
vertrouwen in de organisatiegraad van de voetballers en het
collectieve bewustzijn zoals dat wordt verwoord door hun
vakbonden.
2. De bescherming die werknemers – dus ook
betaalde voetballers - in het economisch verkeer in Europa hebben.
3. De onhoudbaarheid van ongelijkheid in regelgeving: zowel
voor voetballers ten opzichte van andere Europese werknemers voor het Europese
Hof, als internationaal voor voetballers ten opzichte van andere sporters ten
aanzien van de dopingreglementen.
4. De voorbeeldwerking van
de voetbalvakbonden op andere betaalde sporten. Het vonnis zal worden geveld
over de onhoudbaarheid van de archaïsche werkwijze van de WADA. Deze organisatie
zal moeten accepteren dat in de bedrijfstak voetbal de spelers medezeggenschap
hebben en willen houden over hun arbeidscondities inclusief het gebruik en
strafmaat van dopinggeduide middelen. Andere sporters zullen in navolging van de
voetballers niet langer accepteren dat ze in atletencommissies vanaf een
papieren/fluwelen ceremoniële positie louter mogen klagen en/of jaknikken over
hun eigen arbeidsvoorwaarden, zoals thans in de WADA-structuur is
vastgelegd.
Historisch gezien is er overigens voor ons hier in Nederland een interessante voorloper en voorbeeld voor de ‘gepriviligeerde’ voetballers die voor hun rechten opkomen. In 1895 richtte Henri Polak samen met Jan van Zutphen de ‘Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond’ (ANDB) op, die als de eerste moderne Nederlandse vakbond wordt beschouwd. Die beroepsgroep gold ook als een soort elite, verdiende meer dan andere arbeiders, hadden een zekere opleiding, enzovoorts. Polak nam later vanuit de ANDB het initiatief voor de oprichting van de NVV, de voorloper van de huidige FNV. Polak liet zich inspireren door het socialistische gedachtegoed, zoals zich dat met name in Engeland ontwikkelde. Hij werd een van de oprichters van de SDAP, de voorloper van de PvdA. Polak en de ANDB voerden in hun tijd met succes strijd voor medezeggenschap van arbeiders over hun eigen arbeidsverhoudingen en over eerlijker verdeling van wat er in de bedrijfstak werd verdiend. Die strijd was geen elitestrijd van goed betaalde ambachtslieden, maar was gebaseerd op voor die tijd zeer modern emancipatoir gedachtegoed, zoals dat ook binnen de politiek tot uitdrukking werd gebracht. Nu, ruim honderd jaar later, zien we de voetballers het voortouw nemen voor een beweging, die een soortgelijke verdere invulling zou kunnen gaan krijgen voor alle werknemers die als sporters hun geld verdienen!
Voetbal is oorlog, zoals een andere Nederlandse generaal, Rinus Michels, doceerde. Hij had nooit de Trojaanse oorlog in gedachten. Maar de voetballers zijn uit het paard, gelijk de geest uit de fles is. Of die oorlog wereldwijd wordt, zoals de nieuwbakken Nederlandse generaals aankondigden, moet worden afgewacht. Maar Europees zal die strijd zich zeker verder ontwikkelen. Dit soort oorlogen worden de laatste jaren doorgaans niet meer met houten paarden uitgevochten, maar in een gerechtshoven. Dus dat zal ook nu wel gebeuren. Maar de impact zal wel wereldwijd merkbaar zijn.
Paul Ruijsenaars is sinds 1995 zelfstandig ondernemer met een advies- en coachingsbureau voor de sportwereld en het bedrijfsleven. Hij geeft advies over aanvaardbaar veilige sport- en werkomstandigheden, en over performance in intensieve samenwerkingsvraagstukken. Hij was in 2007 mede-initiatiefnemer van het platform 'Stop de dopinginquisitie'. Hij was een van de genodigden in de 'Expertmeeting Sport en Doping' die het ministerie van VWS op 3 maart 2009 organiseerde. Hij is bestuurslid van ProProf, vakbond voor profvoetballers en van Sportservice Midden Nederland. Hij is als basketballer oud-international (25 interlands) en is afgestudeerd als sociaal-psycholoog.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.