Alpe d'HuZes 2013 | Het verhaal van een deelnemer
Deze week werd voor de achtste keer de Alpe d'HuZes georganiseerd: een evenement waarbij deelnemers een of meerdere keren achter elkaar de Alpe d'Huez met de fiets bedwingen met als doel om als tegenprestatie voor die enorme krachtsinspanning bewondering af te dwingen en dat in klinkende munt te laten vertalen. Alle aldus verkregen opbrengsten gaan naar het KWF Kankerbestrijding en worden gebruikt om onderzoek te doen naar de bestrijding van de ziekte. Meedoen aan de Alpe d'HuZes kan alleen of in teamverband. Sport Knowhow XL-redacteur Thomas van Zijl besloot tot het laatste en vormde samen met medewerkers van BNR een team. Op Sport Knowhow XL vertelt Thomas in drie afleveringen over dit grote avontuur. Vandaag aflevering 3: Een toeschouwer wilde mijn pony wel even bijknippen.
door: Thomas van Zijl
Op de rotonde bij de start hoorde ik nog net een vrijwilliger zeggen dat er altijd domme mensen zijn die om vijf voor tien komen aanrijden. Die mensen, dat waren wij. Van de duizenden fietsers die zich aan de voet van de berg verzamelden, stonden er exact negen achter ons. Snel vertrekken was er dus niet bij. Van mijn strakke schema kwam nu al weinig terecht. In tegenstelling tot donderdag was de tijd voor deelnemers op woensdag beperkt. Om 10.00 uur werden de eerste mensen weggeschoten, acht uur later moest ik drie bergtoppen verder zijn.
Op wielerfora had ik gelezen dat Alpe d'Huez typisch een berg is waar iedereen altijd bovenkomt. Zo kon het gebeuren dat ik een tikkeltje lichtzinnig was gaan denken over een col van de buitencategorie. Ja ik, een jongen die twee maanden geleden lopend het einde van de Eyserbosweg bereikte. Op maandag - twee dagne voor de start - wist ik weer waar ik stond. Een deel van team BNR besloot ter voorbereiding alvast de Alpe d'Huez te beklimmen. We kwamen na iets meer dan anderhalf uur boven, maar vraag niet hoe. De ambities voor de grote dag werden direct teruggeschroefd: drie keer de Alpe d'Huez was het uitgangspunt, maar twee keer naar boven, daar zou eventueel ook mee te leven zijn.
Bij het ontbijt voor de start kreeg ik met moeite een broodje weg, terwijl er om mijn heen hele baguettes naar binnen gingen. Spanning. De tien vlakke kilometers naar de start zat ik onafgebroken in het laatste wiel. Pas toen het eenmaal voor het echie omhoog ging, voelde ik me een beetje op mijn gemak. Hoewel, een dame had ons even daarvoor nog verzekerd dat opgeven geen optie was, net als doodgaan. Maar eerlijk is eerlijk, die eerste keer naar boven was een feestje. Ik reed met een teamgenoot op mijn gemak naar Huez, luidkeels aangemoedigd, water en spons en muziek in iedere bocht en - ook goed voor het moraal - veel fietsers die al geparkeerd stonden in de eerste zware kilometers. Wij spaarden onze krachten, terwijl anderen zichtbaar aan hun max zaten.
Breeduit lachend kwamen we die eerste keer boven, opgewacht door teamgenoten die ons toch enigszins trots vooruitgesneld waren. Geen tijd voor al te veel bespiegelingen, voorzichtig naar beneden voor de tweede beproeving. De eerste keer had ik niet op mijn lichtste verzet gereden om mijzelf later op de dag nog een cadeautje te kunnen geven. Goed, dat kon ik dus meteen uitpakken. Poeh, wat ging dat zwaar en moeizaam. Waar was mijn soepele tred, mijn rustige ademhaling van twee uur geleden? Een gelletje dan maar. Vergeten hoe smerig dat was. Ik kokhalsde op weg naar bocht 16. In het gedeelte daarna kwam ik een beetje op adem. Mijn benen leken het weer te doen, maar ik werd geconfronteerd met een ander probleem: een slapende rechtervoet die in de fik leek te staan. Ik gooide er een beker water overheen. Dat bluste de brand in zijn geheel niet, maar het feit dat ik er de tegenwoordigheid van geest voor had vond ik positief.

Inmiddels ging ik zo langzaam dat een toeschouwer aan de kant zei dat-ie mijn pony wel even wilde bijknippen. Uiteindelijk kwam ik - net als de eerste keer - hand in hand boven met een teamgenoot en trok mijn schoenen uit. Eindelijk vrijheid voor mijn voeten.
Hier had deze column kunnen stoppen, want ik overwoog sterk om die derde keer te laten zitten. Ik was fysiek en vooral mentaal op. Ik zag mijzelf niet nogmaals die 21 bochten omhoog gaan. De anderen leken er anders tegenaan te kijken. Ik liet de sociale druk op me inwerken en dacht aan de sms die een collega ons eerder die dag stuurde.
Ze had net een zware operatie achter de rug en wenste ons succes. Ik voelde me plotseling tamelijk slap. Voor haar en een literair volwaardig einde van dit drieluik, propte ik een gortdroge mueslibol in mijn mond en vertrok die dag voor het laatst.
Er was een sprint voor nodig om de start te halen. In gedachten was de bezemwagen nooit ver weg, maar in de praktijk is hij niet dichtbij gekomen. Het ging, meer niet, maar het ging. Vooral vanwege het besef dat we het zouden halen. In de buurt van de streep veroorloofden we ons een voorzichtige kreet. Het wachten was op de collega die het van ons allemaal het zwaarste had. Niet iedereen was er van overtuigd dat hij het zou redden. Uiteindelijk zagen we hem vlak voordat de tijdslimiet was overschreden - net op tijd - komen aanrijden. Meer dood dan levend. Hij hijgde uit over z'n stuur. Voor het eerst die dag ontsnapte er bij mij een traan.
Klik hier voor aflevering 1 van deze driedelige serie: 'Spartelend op het fietspad'
Klik hier voor aflevering 2 van deze driedelinge serie: Geef je fiets meer liefde
Thomas van Zijl werkt als journalist bij BNR, is actief als dagvoorzitter of debatleider en is daarnaast sinds 2008 werkzaam als redacteur bij Sport Knowhow XL.