19 juni 2012
Opinie
‘Zaterdag 12 Augustus 2028 was een prachtige zomeravond. De zonnepanelen rondom de tweede ring van het Olympisch Stadion gaven een gouden glans aan het Amsterdamse havengebied, een glans die versterkt werd door het water dat langs de verlichte gevels sijpelde. Het vuurwerk dat losbarstte boven het stadion was ter glorie van de duizenden atleten die samen met de rest van de stad het schouwspel bewonderden.
In zijn luxe en goedbewaakte suite was koning Willem de Vierde in gesprek met de minister van Sport Richard Krajicek en premier Camiel Eurlings, terwijl de voorzitter van het NOC*NSF Stephan Veen overlegde met Pieter van den Hoogenband. Hij zou na vanavond zijn taak als directeur van het organisatiecomité neerleggen. Ze keken allen vol trots terug op de geslaagde Spelen. Dit evenement had een centrale rol gespeeld in ieders leven.
De vijftien gouden medailles die behaald waren door de Nederlandse sporters vormden een record. Nederland bezette de zevende plaats op de medailleranglijst achter China, de VS, Duitsland, Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië, maar nog voor Brazilië en Japan. In de businesssuites van het stadion klonken de champagne glazen ter afsluiting van succesvolle deals. De directeuren van Unilever, Shell, Heineken en Philips schudden de handen van hun partners uit India, China, Brazilië en Rusland, de bonzen uit de waterindustrie deden hetzelfde. Na de ceremonie zouden de zakenmannen zich samen met de internationale bobo’s van het IOC terugtrekken in één van de prachtige nieuwe vijfsterrenhotels in het Amsterdamse havengebied.
Het nieuwe Hilton gebouw - gelegen aan de noordkant van het IJ - werd door velen gezien als één van de mooiste architectonische gebouwen in de wereld en had Amsterdam-Noord een allure gegeven die het nog niet eerder bezat. De Noord/Zuidlijn die acht jaar eerder in gebruik was genomen, negen jaar later dan oorspronkelijk was gepland , had zijn afronding te danken aan de Spelen. Het was een vitale lijn geworden die de bruisende studenten- en yuppenbuurten in Noord met de binnenstad verbond.
Negen miljoen Nederlanders volgden de ceremonie op de televisie. Onder hen waren miljoenen kinderen die gebiologeerd zaten te kijken naar de zwaaiende topsporters. Velen van hen zaten al ongeduldig klaar in hun sportoutfit, met de hockeystick, voetbal of tennisracket al in de hand. Facebook stond vol met foto’s van kinderen die in hun zwembroekjes naar de televisie zaten te kijken en de maneges in het land waren voor de komende maanden volledig volgeboekt. De verkoop van computerspellen was volkomen ingezakt: de kinderen waren in de ban van sport.’
Dit is het visioen dat de Nederlandse sportbestuurders voor ogen hebben wanneer zij denken aan de Olympische Spelen in Nederland. Zij willen het grootste sportevenement ter wereld naar Nederland halen om te laten zien dat ‘we’ nog steeds meetellen. Dit evenement zou goed zijn voor het toerisme, niet alleen tijdens de Spelen maar ook daarna. Het bedrijfsleven zou kunnen profiteren van de mogelijkheden die het oplevert voor contacten met landen waarmee Nederland traditioneel weinig handel voert. De inspiratie die het evenement met zich meebrengt zou de interesse in de sport - zowel van onszelf als van onze kinderen - verhogen en leiden tot een gezonder leven. Het evenement zou ons Nederlanders bovenal moeten verbinden en laten beseffen dat we allen in een prachtig land leven. Het klinkt als prachtige toekomstmuziek, maar het lijkt of het niemand interesseert of dit ook echt waar is.
Ik ben een wetenschapper die al tien jaar onderzoek doet naar de effecten van sport en sportevenementen op de maatschappij. Deze zoektocht bracht mij via de Verenigde Staten en Nieuw Zeeland terug naar Nederland, en vervolgens weer naar de Verenigde Staten. Ik heb onderzoek gedaan in landen als Zuid-Korea, Japan, China, Zuid-Afrika, Brazilië, Servië, Portugal. Daarnaast heb ik er presentaties over gehouden in Australië, Mexico, Spanje, Zwitserland, Engeland en Frankrijk. Allemaal landen waar de afgelopen decennia een megasportevenement heeft plaatsgevonden. Ik ken de positieve en de negatieve effecten van de Spelen en ik vraag mij af waarom men in Nederland nog steeds geen onderzoek heeft gedaan naar de positieve en negatieve effecten van de Spelen op steden zoals Londen, Beijing, Athene, Sydney en ga zo maar door.
Daarom besloot ik zelf op zoek te gaan deze effecten, wat resulteerde in het boek dat nu in de boekhandel ligt: ‘Het Olympisch Speeltje’. Vanaf de herfst van 2010 tot aan het voorjaar van 2012 sprak ik met experts uit Engeland, Canada, Verenigde Staten, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Australië en Brazilië en vroeg hen naar de effecten van de Olympische Spelen op hun land. Ik bezocht één van de vele jaarcongressen die het Olympisch Vuur in de Nederlander moest aanwakkeren en interviewde verschillende mensen in ons land om te toetsen wat zij weten van de Spelen.
Al snel kwam naar voren dat Nederland, ondanks alle goede bedoelingen, dezelfde fouten lijkt te gaan maken als alle andere landen die een bid indienen. De kosten worden zwaar onderschat, omdat men vertrouwt op consultancyrapporten die cijfers uit het niets vandaan toveren. Onlangs was er kritiek op Minister Schippers omdat zij een rapport had ‘achtergehouden’ waaruit bleek dat in het slechtste scenario de Spelen 8 miljard zouden kosten en we er 1,8 miljard op zouden verliezen. De kritiek richtte zich op het achterhouden van de informatie, niet op de hoogte van het bedrag. Minister Schippers had gelijk wanneer ze zei dat aan dit soort rapporten niet te veel waarde moet worden gehecht, omdat het evenement ver weg is. Maar wat ze er niet bij zei, is dat in dit soort rapporten de kosten structureel worden onderschat, en niet zo’n klein beetje ook. Het consultancyrapport voor Londen 2012 schatte de kosten voor die Spelen op 2,4 miljard pond (daarom is het ook zo interessant dat onderzoeksbureau Rebel voor het ‘Nederlandse’ rapport de hulp heeft ingeschakeld van het Britse bureau Arup). Drie maanden nadat het bid was binnengehaald was dit al gestegen naar 3,3 miljard pond en twee jaar later naar 9,7 miljard pond. Inmiddels word geschat dat men zo rond de 20 miljard Euro heeft uitgegeven. Dit is geen uitzondering, Athene gaf 14 miljard uit, Beijing minimaal 40 miljard. De 8 miljard die als ‘worst case scenario’ wordt genoemd is een lachertje als je het met deze bedragen vergelijkt.
Maar ook over de positieve effecten die de Spelen teweeg zouden kunnen brengen bestaan veel misverstanden. Het toerisme neemt bijna nooit structureel toe, de verbeterde economische betrekkingen worden vaak alleen in de opkomende economieën gerealiseerd. Ook de sociale cohesie is maar van tijdelijke aard en verdwijnt snel weer na het evenement. Tenslotte neemt ook de sportparticipatie niet toe door de Spelen. De afgelopen vijf jaar heeft de Britse regering 660 miljoen pond extra geïnvesteerd om via de Spelen de sportparticipatie te verhogen, helaas zonder enig resultaat. Het probleem is dat wetenschappers nog steeds weinig bewijs kunnen vinden dat de Spelen überhaupt iets positiefs opleveren. Daarom is ieder olympisch bid gebouwd op drijfzand.
Maar wat voor velen onduidelijk is, is dat het Olympisch Plan 2028 vooralsnog niets te maken heeft met de organisatie van de Spelen. Indien alle ambities in het plan verwezenlijkt worden, dan heeft Nederland het fantastisch gedaan, maar zijn ze nog geen steek verder in hun voorbereiding naar de Olympische Spelen. Sterker nog, door de hoge investeringen die vereist zijn voor de organisatie, zou het kunnen zijn dat alle resultaten die door het Olympisch Plan zijn behaald, weer verloren gaan. Daarom is het van essentieel belang dat Nederland niet mee gaat in de gekte van een olympisch bid. En dat ons land indien besloten wordt om een Olympisch bid in te dienen, een goed maatschappelijk verantwoord bid indient. Zodat Nederland achteraf niet een miljardenschuld en een aantal te grote stadions achterlaat.
Dit kan via twee manieren. Allereerst moeten de kosten zoveel mogelijk beperkt worden; Nederland zou zoveel mogelijk gebruik moeten maken van bestaande faciliteiten. Voor zover die niet beschikbaar zijn, zou men de capaciteit van de nieuwe stadions zoveel mogelijk moeten beperken zodat men niet achterblijft met witte olifanten. Ook moet men kijken naar welke omstandigheden ons de meeste kans geven om positieve effecten te genereren uit de Spelen. Maar indien een dergelijk bid wordt ingediend is het belangrijk om één ding te realiseren. Een goed maatschappelijk bid verhoogt niet de kansen van Nederland om de Spelen binnen te halen. Het IOC geeft nog steeds de voorkeur aan de grootste, meest ambitieuze plannen die juist het minst goed zijn voor hun maatschappij. Ook tijdens de laatste verkiezingen tussen Rio de Janeiro, Madrid, Chicago en Tokyo koos het IOC voor het bid dat de grootste beloftes maakte en de hoogste investeringen heeft beloofd. Ook in Rio zullen er miljarden worden besteed waarvan de effecten nauwelijks meetbaar zullen zijn. In dat opzicht kan men stellen: een goed maatschappelijk bid is een slecht Olympisch bid en andersom.
In dat licht is de huidige discussie rondom de bidstad erg pikant. Indien Nederland een grotere kans wil maken om de Spelen binnen te halen, dan zal men voor Amsterdam moeten kiezen vanwege de naamsbekendheid en aantrekkelijkheid van de stad. Maar de kans dat de Spelen een positieve erfenis voor Amsterdam zullen achterlaten is zeer klein. In de jaren rondom het EK 2000 zakte Amsterdam weg van de zestiende naar de twintigste plaats in de ranglijst van meest bezochte steden in Europa. Omdat de Amsterdamse stad een zeer hoge bezettingsgraad in hotels kent, zal een sportevenement niet zo zeer het toerisme verhogen, maar eerder de ene toerist met de andere vervangen.
Hoewel Amsterdam zich graag als sportstad manifesteert is dat vanuit een internationaal oogpunt pure onzin. Het toerisme in de stad is afhankelijk van de kunst en het liberale karakter van de stad. In dat opzicht zal een sportevenement eerder kwaad dan goed doen. Indien we een goed maatschappelijk bid willen voorbereiden is het dan ook essentieel dat we voor Rotterdam kiezen als organisatiestad. Voor de havenstad is er veel meer te winnen dan voor de hoofdstad. In die stad hebben we een kans dat het toerisme stijgt en door het industriële karakter van de stad hebben we ook een grotere kans dat de handelsrelaties via het evenement verhoogd worden.
Nu de keuze voor een bidstad dichterbij komt moet het Olympisch Vuur eindelijk kleur gaan bekennen. Indien ze voor Rotterdam kiezen, dan laten ze zien dat ze prioriteit geven aan een goed maatschappelijk bid en dat dit belangrijker is dan het binnenhalen van het evenement. Indien men voor Amsterdam kiest, dan is de boodschap ook duidelijk: men wil de Spelen naar Nederland halen, ongeacht de kosten en baten voor de Nederlandse maatschappij.
Bob Heere is als wetenschapper verbonden aan de University of Texas at Austin. Hij doet onderzoek naar de maatschappelijke effecten van sport (evenementen). Onlangs publiceerde hij zijn eerste boek Het Olympisch Speeltje, dat nu in de boekhandel ligt en via deze link te bestellen is. De bovenstaande column is een bewerkte versie van de proloog in het boek.Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.