16 februari 2016
Opinie
door: Vincent Siderius
Ik wil graag een grote-mensen-baan en ik wil met plezier naar mijn werk gaan. Geen Corporate Tactics Analist, Central Accountability Officer, of elke andere inhoudsloze functie met abracadabra werkzaamheden, ook al proberen zij mij op een gemaakte manier vol valse overtuiging wijs te maken zij hun baan echt (‘ja écht’) leuk vinden. Daarom ben ik na mijn bachelor psychologie - samen met 19 enthousiaste medestudenten - afgelopen september begonnen met de master sport- & prestatiepsychologie aan de UvA.
De interesse die ik de eerste paar jaar in psychologie had is veranderd in interesse. Ik kan mijn hobby - sport - combineren met de vaardigheden die ik op de universiteit geleerd heb en ik betrapte mijzelf er steeds vaker op dagdromend een sportpsycholoog te zijn. In het laatste half jaar hebben we een dozijn aan sportpsychologen ontmoet en de drive, het plezier, en de twinkeling in hun ogen lieten mij het verschil tussen interesse en interesse zien. Ik heb de goede keuze gemaakt.
Stroomversnelling
De master van de UvA duurt één jaar, maar past veel beter in een tweejarig schema. Ik had er met alle liefde twee jaar over gedaan, ik heb in de afgelopen zes maanden meer geleerd dan in de drie jaar daarvoor. Ons is helaas verteld dat de master moeilijk in twee jaar kan worden gegeven door regels van de overheid. Hierdoor worden wij in een soort stroomversnelling gegooid en achteraf zullen we onszelf alsnog geen sportpsycholoog mogen noemen zonder met argusogen aangekeken worden.
De VSPN (Vereniging voor Sportpsychologie in Nederland) kende ik al voor aanvang van de master en ik wist van het bestaan van de POPS (Postacademische Opleiding tot Praktijk Sportpsycholoog, een door de VSPN geautoriseerde tweejarige opleiding. Er worden strenge ingangseisen gesteld en dat is logisch want dat waarborgt de kwaliteit van de sportpsycholoog.
Beunhazerij
Wat mij verontrust is de interesse en de zorgzaamheid voor de nieuwe generatie sportpsychologen, of voor de huidige sportpsychologen die graag het keurmerk van de VSPN zouden willen dragen. De reactie van de heer Frits Avis - sportpsycholoog VSPN® en docent sportpsychologie VSPN® - op het interview met Afke van de Wouw op Sport Knowhow XL bevestigt dit gevoel voor mij. Zij wordt hierin impliciet beticht van beunhazerij. Afke werkt als sportpsycholoog en begeleidt meerdere medestudenten van mij dit jaar, maar is niet geregistreerd bij de VSPN. De vijandige houding ten aanzien van haar overrompelt mij een beetje.
Mijn 19 enthousiaste medestudenten en ik willen graag sportpsycholoog worden, maar gaandeweg het afgelopen half jaar werden we steeds meer gedemotiveerd door het ‘zoek-het-zelf-maar-uit’ gevoel dat we nu ervaren. Misschien is het naïef maar ik had meer aansluiting verwacht. Voor elke andere studie staan stage-vacatures open waarbij aan de slag gegaan kan worden met professionals uit het toekomstige werkveld. Een meester-gezel relatie waar mijn hart een sprongetje van maakt. Leren doe je van iemand die al met het bijltje gehakt heeft, maar op dit moment ben ik nog aan het uitvogelen hoe ik het bijltje moet vasthouden. Wij moeten deze stages zelf creëren met al het risico van dien.
Sportpsychologen VSPN® staan niet echt te springen om er een blok aan hun been bij te hebben en dat snap ik. Zij winnen er niks mee om ons op sleeptouw te nemen. Zij zijn eindelijk blij dat de sportwereld langzamerhand de sportpsycholoog omarmt na hun harde werk. Voor het vakgebied is het daarentegen geen goed nieuws als iedere nieuwe generatie weer opnieuw het wiel moet uitvinden. Dan stokt de progressie.
Niemandsland
Voorafgaand aan de master sport- & prestatiepsychologie werden wij begeleid tijdens onze bachelor psychologie. Na de POPS houden sportpsychologen intervisie en zorgen zij met elkaar voor deze begeleiding en daarmee de waarborging van het vak. Maar tussen de master sport- & prestatiepsychologie en de POPS is niets. En daar zitten wij, op een stuk niemandsland tussen wal en schip.
Zeker, sommigen maken de sprong en landen droog, maar hoeveel potentiële toppers verdrinken er niet in dat schimmige gebied? En daarnaast, er zijn niet zoveel manieren om aan de ingangseis van de POPS te voldoen. Dit gaat voor een groot deel via onze master, een universitaire opleiding met ‘sportpsychologie’ in de titel, die vervolgens niet volstaat als vooropleiding voor de postacademische opleiding sportpsychologie. Daarvoor zouden we dan nog drie of vier vakken moeten halen. Ik kan niet de enige zijn die dit vreemd vind. Waarom reikt de universiteit niet uit naar de VSPN en de VSPN niet naar de universiteit?
Als wij klaar zijn met onze master zijn we nog niets. We krijgen een sticker van de UvA voor onze goede daden en veel plezier er maar mee. We willen graag bij het clubje sportpsychologen horen, maar eerlijk gezegd vind ik alles dat aangeduid kan worden met het woord ‘clubje’ een beetje eng. Het voelt voor ons als een select groepje intimi. Zeker, ik chargeer nu een beetje, maar dit gevoel is ons allemaal bekropen. Als het goed is worden wij de nieuwe generatie sportpsychologen en we willen hier graag goed in worden. Dit zou kunnen door de POPS te volgen. Maar hoe aantrekkelijk dit ook is, de kosten en toelaatbaarheid beperken dit voor een groot deel van degenen die dit zouden willen. Waarom is er, op de VSPN na, dan geen platform om ons hierin te begeleiden? We willen allemaal hetzelfde. De VSPN wilt het kaf van het koren scheiden en wij willen graag het koren worden.
Vincent Siderius is student Sport- & Prestatiepsychologie en Arbeids- & Organisatiepsychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Voor meer informatie: v.a.siderius@hotmail.com
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.