Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Een alternatief voor de top 10

Een alternatief voor de Top-10

5 oktober 2010

Opinie

door: Loek Jorritsma

In de wandelgangen wordt me wel verweten kritiek te hebben op de Top-10 ambitie, maar geen alternatief te bieden voor een beter beleid. Dat heb ik wel. Mijn voorstel voor de alternatieve missie is de volgende:

Het gezamenlijk realiseren van een nationale infrastructuur die het alle nationale talenten mogelijk maakt om in hun tak van sport met succes op het allerhoogste niveau mee te doen.

Bij ‘gezamenlijk’ gaat het dan om alle deelnemers aan de Alliantie Olympisch Vuur. Onder ‘infrastructuur’ schaar ik de technische infrastructuur zoals sportaccommodaties en schoolgebouwen en de sociale infrastructuur zoals (LOOT-)scholen en sportorganisaties met specifieke gerichtheid op talentbegeleiding. Het huidige beleid - respectievelijk de bestaande geldstromen - worden gehandhaafd. Het gaat om de inzet van extra middelen.

Alvorens in te gaan op de keuzes die ik voorstel om de alternatieve missie zoals hierboven geformuleerd te bereiken, plaats ik drie kanttekeningen bij het huidige ambitiebeleid:

1. Er moet rekening worden gehouden met resultaten van onderzoek dat specifiek is gericht op de inspanningen van andere landen op topsportgebied. Daarbij is de zogenaamde paradox (zie 1.5, pagina 16) aan het licht gekomen waardoor een eenzijdige gerichtheid op de olympische medaillespiegel moet worden ontraden.

2. Voorts moet er rekening worden gehouden met het fenomeen van de ‘afnemende meeropbrengst’ bij topsportbeleid: om aan het eind de laatste doelstelling (écht goud in plaats van zilver) te halen is een bijna exponentieel extra investering noodzakelijk. Gegeven de paradox is een dergelijk investeringsbeleid contraproduktief met de visie dat ‘Heel Nederland op Olympisch niveau’ dient te worden gebracht.

3. Momenteel leveren ook gemeenten en provincies extra krachtsinspanningen waarmee ze aansluiten bij de doelstellingen van het Olympisch Plan. Daarbij ondersteunen ze initiatieven die op lokaal, gewestelijk en provinciaal worden genomen. Zie daarvoor o.a. de ‘Sport Landkaart’ waar zichtbaar wordt gemaakt welke voorzieningen inmiddels al bestaan of worden gerealiseerd. Hiermee wordt bij de Top-10 ambitie onvoldoende rekening gehouden.

Keuze in het kader van de alternatieve missie
• Vastgesteld kan worden dat bij de sporten schaatsen, hockey, voetbal, hippische sport, tennis, zeilen en het wielrennen nu reeds een professionele infrastructuur voorhanden is die het de huidige talenten mogelijk maakt zich op optimale wijze voor te bereiden op succesvolle deelname aan de topwedstrijden. Extra investeringen in die takken van sport krijgen te maken met de zogenaamde afnemende meeropbrengst. Hier moet dus juist géén extra geld naar toe!

• Bij het roeien, zwemmen (de diverse disciplines), tafeltennis, badminton en het judo is het mogelijk om met relatief geringe extra investeringen de bestaande infrastructuur te versterken. Daar moet dus juist wél extra geld naar toe.

• Een extra investeringsimpuls zal dienen te worden gegeven aan die overige takken van sport waar de jongere jeugd (bijv. de LOOT-leerlingen) er blijk van geeft al op internationaal niveau mee te doen. Denk bijvoorbeeld aan handbal en (beach)volleybal.

• Voorts moet er ruimte zijn om talenten die als het ware uit het niets naar boven komen onmiddellijk optimaal te begeleiden. Denk aan talenten bij individuele sporten zoals short track, snowboarden, mountainbike, triathlon, kanovaren, schermen, schieten, boksen, diverse atletieknummers, etc.

Bijkomende resultaten
Het resultaat van de realisering van deze missie is dat vanaf 2016 de Nederlandse topsporters optimaal zijn voorbereid op succesvolle deelname aan alle topsportevenementen die er toe doen.

• Mocht er dan een meting worden gedaan dan is het welhaast logisch dat Nederland zo omstreeks de Top-10 op de mondiale medaillespiegel zal prijken (maar dat is niet het doel!).

• Het andere resultaat is dat ons land zo omstreeks 2028 zal kunnen beschikken over een areaal van beschikbare en toegankelijke sportvoorzieningen die exploitabel zijn, waardoor het, zonder uitzonderlijke extra investeringen te doen, mogelijk is dat hier de Olympische Spelen kunnen worden georganiseerd (maar dat is niet het doel!).

Loek Jorritsma was wethouder (o.a. sport) in de gemeente Hoorn (1974–1976). Daarna studeerde hij af in de sociale wetenschappen en werkte vanaf 1979 bij de Directie Sport van het Ministerie van VWS, waar hij onder andere verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het beleid op het gebied van topsportevenementen en topsportaccommodaties. Met ingang van 1 april 2006 is hij met de VUT. Bij zijn afscheid schreef Jorritsma een bijdrage aan de discussie over de juridische verankering van sport in het beleid van de rijksoverheid. Hij pleit er voor om sport meer te zien als een publieke zaak en te komen tot een kaderwet specifiek sportbeleid.

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.