Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
Doping uitroeien dat kan want atleten zijn ook economen

Doping uitroeien? Dat kan, want atleten zijn ook economen!

10 juni 2008

Opinie

door: prof. dr. Ruud H. Koning

Kijkt een econoom nu anders naar sport? Soms wel, en dat levert interessante inzichten op. Als we de analyse van Nobelprijswinnar Becker toepassen op dopinggebruik in de sport, leidt het tot de conclusie dat het streven naar sport zonder doping niet efficiënt is: er worden teveel middelen gestoken in het handhavingsbeleid…

Sporteconomie is een deeldiscipline van de economische wetenschappen, waarin sport als een economische activiteit wordt geanalyseerd, dus als een activiteit waarin keuzes moeten worden gemaakt om met schaarse middelen bepaalde doelen te bereiken. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om de organisatie van een competitie, of om het gedrag van een individuele sporter. Ook kan de aanpak meer beschrijvend zijn: wat is de financiële betekenis van sport? Bijvoorbeeld in 2005 heeft het onderzoeksbureau Ecorys geprobeerd de waarde van het betaalde voetbal in Nederland te kwantificeren. Een schatting van de toegevoegde waarde is € 0,9 miljard.

Dit is het bedrag dat de sector betaald voetbal bijdraagt aan ons nationale inkomen. Het is een fors bedrag, maar nu ook weer niet zo hoog dat het meteen alle aandacht in pers en bij politici rechtvaardigt. Klaarblijkelijk is er meer aan de hand: sport ontleent niet alleen waarde aan directe financiële transacties (zoals geschat door Ecorys), maar ook aan emotie, tijd besteed aan het kijken naar een voetbalwedstrijd op de televisie, etc. Bovendien biedt sport een grote mate van gemeenschappelijkheid: het schept een referentiekader dat bij velen bekend is. Het is een prachtige metafoor in onderwijs en onderzoek. Het meten van de waarde van sport is erg moeilijk. Een direct positief extern effect van de studie naar de haalbaarheid een bod uit te brengen op de Olympische Spelen van 2028 is dat er veel wordt geïnvesteerd om die waarde enigszins te kunnen schatten.

Kijkt een econoom nu anders naar sport? Soms wel, en dat levert interessante inzichten op. Nobelprijswinnaar Gary Becker van de University of Chicago heeft in 1968 een artikel geschreven waarin hij het begaan van een misdrijf als een bewuste keuze analyseert. Uiteraard zegt zoiets wel het een en ander over de preferenties van de misdadiger, maar goed, niet iedereen is altijd even eerlijk. Dat geldt natuurlijk ook voor atleten: de meeste atleten zijn best bereid de regels een klein beetje in hun voordeel aan te passen, om op die manier sportief succes behalen. De grens tussen het maken van een harde overtreding in een teamsport en het gebruik van prestatiebevorderende middelen in een individuele sport is wat dat betreft dun. In de analyse van Becker kost het tegengaan van misdrijven ook schaarse middelen (denk bijvoorbeeld aan de inzet van politie en de kosten van gevangenissen). Voor de samenleving als geheel is het volledig uitroeien van misdaad dan ook niet optimaal: het kost teveel aan preventie. Als we Becker’s analyse toepassen op dopinggebruik in de sport, leidt het tot de conclusie dat het streven naar sport zonder doping niet efficiënt is: er worden teveel middelen gestoken in het handhavingsbeleid. Dopinglaboratoria kosten geld, om maar te zwijgen over de psychische schade die wordt aangebracht bij atleten die onterecht worden beschuldigd. Eerlijke sport is dus niet mogelijk, in elk geval niet zolang het alleen op controle en straf is gebaseerd.

Allicht is het beter om de prikkels van de sporters te veranderen, zodat zij meer belang hebben bij een carrière zonder doping. In de arbeidsmarkteconomie bestaat een uitgebreide literatuur over dit soort zaken. Eén instrument om lange termijn gedrag te beïnvloeden is betaling van een soort borgsom. De atleet stort jaarlijks, zeg de helft van zijn verdiensten, in een spaarfonds. Na beëindiging van zijn carrière kan hij het fonds gebruiken om een nieuw begin te maken, mits hij gedurende zijn actieve loopbaan niet betrapt is op doping. Als hij wel is betrapt op doping, vervalt het fonds. Dit model heeft in elk geval twee voordelen: de atleet bouwt een soort pensioen op en de prikkel om geen doping te gebruiken is het grootst aan het eind van de carrière, wanneer de verleiding misschien wel het grootst is. Controle en straf zijn niet afdoende gebleken in de strijd tegen doping, verandering van prikkels zal zeker helpen.

Ik wens u een goede sportzomer!

Prof. dr. Ruud H. Koning is hoogleraar Sporteconomie aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Voor meer informatie: r.h.koning@rug.nl

Naar aanleiding van deze column schreef Herman Ram (directeur Stichting Anti-Doping Autoriteit Nederland) een reactie. Klik hier

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.