door: Hans Koeleman
Het recente vlaagje van positieve dopinggevallen in de atletiek hebben bij sommigen het vermoeden gewekt dat het net - om een geliefde beeldspraak te gebruiken - zich rond dopers aan het sluiten is. Dat er eindelijk resoluut en zonder pardon opgetreden wordt tegen hen. Dat - positivisme is tenslotte een kernwaarde in de sport - een ‘schone’ wereld in het verschiet ligt. Wielrennen, een sport die in veel aspecten de nieuwe eeuw nog niet is binnengestapt, geeft het goede voorbeeld en hoe kan atletiek, de Moeder de Sporten, dan achter blijven?
Zijn tranen wekten hier en daar sympathie, maar zelfs Tyson Gay - de snelste Amerikaan - moest er aan geloven. Jamaicaanse sprinters vielen als dominostenen, een, twee, drie, vier. Een heel land - het voormalige West-Duitsland - ging op de knieën en gaf gretig toe dat het korzelig vingerwijzen naar de oosterburen destijds hypocriet was. Zelfs circumstantial evidence, zoals laatst door Vrij Nederland verzameld over Adrienne Herzog, wordt erbij gehaald om aan te geven dat het domein van de cheaters ten einde loopt. Dat het anno nu - het tijdperk van minimalistische eenvoud, van eco, groen, van ‘echt’, van transparantie, van tech, van empathie - simpelweg niet cool, niet vol te houden, en louter ouderwets is om verboden middelen van buiten naar binnen te brengen.
Het Nike Oregon Project, waar bijna alles wat er aan sportinnovatie mogelijk is uit de kast is gehaald, geeft het mooi aan: zelfs blanke Westerse langeafstandslopers kunnen de strijd aan met de Afrikanen en kunnen ze verslaan. Clean. We leven in een tijd van continue paradigma veranderingen en dit is er dan weer eentje: doping is uit, innovatie in. Geloof het nu maar!
Sprekend aan de vooravond van de Anniversary Games vorige maand in London oreerde Sebastian Coe dat dit momentum vastgehouden moet worden. Sterker nog, wij moeten het dopingprobleem nog krachtiger bij de strot grijpen, duidelijk maken dat het nu afgelopen is – als een meester die een altijd klierende leerling met priemende ogen en gestrekte arm voorgoed uit de school zet. Tot op de bodem, zei Coe moedig:
'I would rather take the hit now and move towards a sport that has credibility and trust, than sit here in 10 years' time when everybody thinks they're watching American wrestling – they know it's fake and frankly they don't care.'
Het voortbestaan van de sport staat op het spel! Genoeg gerotzooid! Afgelopen! Twee weken later besloot de IAAF de huidige straf per 1 januari 2015 van twee naar vier jaar schorsing te brengen. Moedige woorden, nu van Sergej Boebka:
'We must be harsh, we must be strong.'
Halleluja.
En toch... Het is niet genoeg!
Het dopingvraagstuk is een van die zaken waar elk jaar weer een hele santenkraam van mensen - sport-gerelateerd of niet - zich over buigen: politici, medici, filosofen, juristen, de lokale atletiekfora, televisiekijkers en krantenlezers, elke sportjournalist met een beetje diepgang. De meningen en suggesties wat te ‘doen’ met doping zijn vaak even kleurrijk als de excuses van zij die gepakt zijn. Laatst deed een artikel in The Economist stof opwaaien door te suggereren dat
'the real guilty parties in sports doping are not those who actually take the drugs, but those who create a situation where only a fool would not.'
Met andere woorden, de falende controleurs. Dit is als beweren dat niet de dieven schuldig zijn aan diefstal, maar het oude vrouwtje dat vergeten was haar handtas dicht te doen in de tram. Maar het is voor mij niet zo belangrijk wat anderen, niet-atleten, vinden. Hier spreekt een atleet die vindt dat de dopinggebruiker een essentiële waarde, wellicht de meest essentiële, in mijn samenleving, mijn universum, heeft aangetast en met voeten heeft betreden. Dit is méér dan diefstal en dan vervolgens de dief na een celstraf een tweede kans geven (woorden langs de lijn bij het recente NK atletiek).
Doping heeft veel weg van terrorisme. Doping is een soort terrorisme dat onzekerheid ('hij wel of niet?'), cynisme ('ja hoor, en zeker clean he? Onmogelijk!'), machteloosheid en angst teweegbrengt. Het ontbreekt gebruikers aan empathie ('iedereen gebruikt en anders ben je een sukkel') en gebruik gaat vaak gepaard met een heilig geloof in de eigen rechtvaardigheid. Aangevallen slaan ze om zich heen (Armstrong, Vroemen).
In sommige gevallen verminkt het het kinderlijke geloof in eerlijkheid (Ben Johnson werd in Canada niet aan de schandpaal genageld door zijn dopinggebruik, maar omdat hij kinderdromen had doen uiteenspatten). Doping ontwricht doelbewust een samenleving, die van de sport en dit geval atletiek. En dan twee en straks vier jaar straf… En lachend terugkomen. 'Daar ben ik weer…!'
En wij maar geloven dat hij zijn leven verbeterd heeft. De persoonlijkheid van de doper laat oprechte boetedoening en navenante gedragsverandering niet toe. Was hij niet gepakt, dan was hij nog vrolijk doorgegaan. De woorden 'ik heb iets stom gedaan' zijn dus niet gemeend, zijn niet organisch gegroeid. Het zijn uitingen van kunstmatige boetedoening om de scherpe kantjes van de kritiek wat botter te maken, om sympathie te wekken ('hij is zo zielig', klonk het toen Simon Vroemen voor de tweede keer in de problemen kwam). Dit is het probleem met de banken vandaag: hun schuldgevoel is niet oprecht en het aloude gedrag daarom niet in zijn fundament aangetast. Zij vallen dus makkelijk weer terug in oude gewoonten. Kan iemand een sporter herinneren die uit eigen beweging tijdens zijn actieve sportbeoefening naar voren gekomen is met de woorden 'mensen ik moet wat vertellen…'?
Ik pleit bij deze voor een levenslange uitbanning van een ieder die zelfs voor de eerste keer gepakt wordt met EPO, steroïden, groeihormonen of een andere aanverwante performance enhancing drug. En als er onder de lezers principiële tegenstanders zijn van ‘levenslang’, nou vooruit, dan een straf van een dergelijke lengte dat een terugkeer uiterst onwaarschijnlijk is. Laten we zeggen 8½ jaar.
Binnen het academisch universum staan plagiaat en het verzinnen van onderzoeksresultaten gelijk aan de ergste vergrijpen in de reguliere wereld. Zo ook met kwakzalvers en foute neurologen in het universum van geneeskunde. En zo zijn er nog wel een paar werelden te noemen. De straf op een fundamenteel vergrijp is hier: verbanning. En terecht. De persoon in kwestie heeft iets gebroken wat niet meer heel wordt.
Hans Koeleman is voormalig Nederlandse langeafstandsloper, gespecialiseerd in de 3000 m steeplechase. Op deze discipline werd hij tienvoudig Nederlands kampioen en verbeterde hij zesmaal het Nederlands record. Hij nam tweemaal deel aan de Olympische Spelen, zowel in 1984 (Los Angeles) als in 1988 (Seoel) bereikte hij de halve finale. In 1981 werd Koeleman door de KNAU uitgeroepen tot 'atleet van het jaar'. Na zijn sportieve carrière werkte Koeleman onder meer als marketeer bij Nike. Momenteel is hij werkzaam bij 'Binding - social business creators'. Koeleman is in de Verenigde Staten geschoold als historicus , hij studeerde aan de Clemson University en de University of Southern California.