Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van will moerer aan maurits hendriks

De vraag van Will Moerer aan Maurits Hendriks

18 november 2014

Opinie

De vraag van… Will Moerer, werkzaam bij Sport1
Aan… Maurits Hendriks, technisch directeur NOC*NSF

WillMoerer125De vraag
Waarom wordt het beleid van NOC*NSF op het gebied van de financiële ondersteuning van sportbonden gekoppeld aan de kans op medailles op mondiaal niveau? Op deze wijze vallen veel sporten en sporters buiten de boot, wat ten koste gaat van de breedtesport in Nederland. Zo gaat het geld naar kleine typisch Nederlandse sporten (schaatsen, hockey) en worden de mondiale sporten zoals basketball en tennis de dupe. Ook worden sporten gesteund die het minder nodig hebben (hockey). Zouden niet juist die sporten moeten worden gesteund die de jeugd aan het bewegen krijgt i.p.v. sporten als paardendressuur?

Het antwoord
MauritsHendriks150Beste Will,
 
Dank voor je vraag. Wellicht bedoel je het niet zo, maar je lijkt te suggereren dat de gehele verdeling van de financiële middelen voor de sport gekoppeld is aan de kans dat een sport medailles haalt. Dat is niet zo. In ronde getallen: van de 55 miljoen euro die via ons in 2014 naar de sportbonden gaat, is ongeveer 14 miljoen bestemd voor sportparticipatie, bijna 17 miljoen voor branche-ontwikkeling en 24 miljoen voor de Top 10-ambitie. En alleen voor die 24 miljoen geldt inderdaad dat het perspectief op medailles leidend is bij de besluitvorming over dat geld.

Niet voor niets is die splitsing zo aangebracht. De doelstelling om meer mensen aan het sporten te krijgen dient financieel niet afhankelijk te zijn van middelen bedoeld voor topsport. Waar door tegenvallende topsportprestaties de organisatie van een bond of hun breedtesport financieel in gevaar komt, is die scheiding van middelen kennelijk helaas niet toegepast. En andersom geldt het natuurlijk ook, middelen specifiek bijeengebracht om de topsport te versterken moet je niet gebruiken voor andere activiteiten.
 
Inhoudelijk hebben deze twee doelstellingen natuurlijk wel veel met elkaar te maken. Het is mijn vaste overtuiging dat de topsportprestaties van Nederlandse sporters voor de inspiratie zorgen van velen om ook, of meer, te gaan sporten. Uit onderzoek tijdens de Olympische Spelen van Sochi 2014 blijkt dat een derde van de bevolking zich geïnspireerd voelde om (meer) te gaan sporten vanwege de prestaties in Sochi. Essentieel voor dit effect is dat er ook werkelijk prestaties van wereldniveau worden geleverd.

Direct vanaf het begin dat ik als Technisch Directeur bij NOC*NSF mee mag doen, ben ik op zoek gegaan naar ‘de knoppen’ waar we aan kunnen draaien om onze ambitie om als land in de topsport top 10 mee te draaien, te kunnen realiseren. Die zoektocht heeft geresulteerd in ‘Nederland in de top 10’. Zie hier voor de digitale versie daarvan. Eén van de conclusies daarin was dat het vooral veel zin heeft om te focussen op kansrijke sporten. Alleen dan kunnen die sporten zich verder ontwikkelen tot stabiele medaillesporten. De prestaties van de afgelopen twee jaar geven ons het vertrouwen dat we met deze keuze goed zitten. We zien zelfs dat sporten die in eerste instantie buiten de focus vielen, toch hun weg hebben weten te vinden en wij springen direct in zodra een sport of een atleet wel aan de eisen voldoet. De topsport in Nederland is zowel in diepte als in de breedte sterker dan ooit. En dat is waarmee we jong en oud in Nederland kunnen inspireren om ook of meer te gaan sporten.

Volgende keer de vraag van Maurits Hendriks aan Gaby Allard, directeur ArtEZ dansacademie:


Beste Gaby,
 
Ik zou graag eens met jou als directeur van de ArtEZ dansacademie willen praten over talentontwikkeling. Sport en dans hebben ongetwijfeld veel overeenkomsten en waarschijnlijk ook evenzoveel verschillen. Ik kijk met bewondering naar de plek van dans in het reguliere onderwijssysteem. Jullie kennen de bachelor ‘Dans’, net als het conservatorium bijvoorbeeld de bachelor ‘Jazz&Pop’ kent. Wat zou het mooi zijn als er ook in het hoger onderwijs een bachelor ‘Sport’ zou zijn. Maar dat is toekomstmuziek, de vraag die ik nu zou willen stellen heeft betrekking op het herkennen van talent. Op welke wijze is dat in de danswereld georganiseerd? Waar krijgen jullie je talenten vandaan. Wij hebben dit jaar voor het eerst jongeren uitgedaagd om zich zelf op te geven voor talentdagen en aan docenten LO gevraagd om deze jongeren daartoe te stimuleren. Hoe pakt de danswereld de talentherkenning aan?

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.