8 december 2015
Opinie
De vraag van… Toon Gerbrands, algemeen directeur PSV Eindhoven
Aan… Thierry Brinkman, hockey-international en zoon van ex-hockeyinternational Jacques
De vraag
Als speler van het Nederlands hockeyteam heb je met twee lastige zaken te maken: 1. Je bent de zoon van een beroemde hockeyer; 2. Je vader schrijft een column in De Telegraaf waarin hij - voorheen - cijfers aan spelers van het Nederlands hockeyteam gaf. Hoe ga je hier mee om? Werd of word je wel eens aangesproken door je teamgenoten hierover? Hoe lastig is het voor je om de balans te vinden tussen de vader Jacques Brinkman en de expert Jacques Brinkman?
Het antwoord
Beste meneer Gerbrands,
Leuk dat u die vragen aan mij stelt. Natuurlijk besef ik dat mijn vader een beroemde hockeyer was en alles gewonnen heeft wat er maar te winnen valt. Een gouden olympische medaille, dat is ook waar ik van droom. Wanneer ik geselecteerd werd voor district- of nationale jeugdteams voelde ik soms heus wel dat sommige (jaloerse) mensen dachten: die zit er vooral in door zijn vader. Wat een onzin, maar toch. Ik heb me er zelf nooit zo mee bezig gehouden. Ik heb vooral de voordelen ervaren van een beroemde vader. Zo mocht ik soms mee in de kleedkamer, werd ik na afloop van een wedstrijd van de tribune gehaald om op het veld nog even met mijn vader te hockeyen of ik kreeg waardevolle tips na afloop van mijn eigen wedstrijd.
Ik debuteerde al op vijftienjarige leeftijd bij SCHC Heren 1 toen mijn vader daar coach was. Dat was bij een andere coach waarschijnlijk niet gebeurd, zo eerlijk moet ik wel zijn. Ik geloof dan ook niet dat een vader-zoonrelatie in elk sportteam ideaal is. Je hebt de schijn altijd tegen, hoe onterecht misschien ook. Ik ben dan ook heel benieuwd naar de ontwikkelingen binnen het Nederlands voetbalelftal met bondscoach Danny Blind en zoon Daley Blind.
De cijfers in de Telegraaf die mijn vader altijd gaf, heb ik met veel plezier gelezen. In het voetbal zijn cijfers heel normaal, in het hockey was mijn vader de eerste. En vooral de onvoldoendes hadden impact. Hoe dichter ik tegen het Nederlands hockeyelftal aankwam, hoe meer ter sprake kwam of mijn vader hier nu wel mee door moest gaan.
Ik maakte mijn debuut in Oranje in januari 2015 in Zuid Afrika. Het ging lekker, scoorde meteen en het eerste titeltoernooi kwam voor mij als international steeds dichterbij; het EK in augustus in Londen. Indirect werd mijn vader en ook ik vriendelijk verzocht om goed na te denken of het wel verstandig was om door te gaan met cijfers geven. Ja, ook door mijn teamgenoten. Het blijft apart wanneer ik bijvoorbeeld op de kamer lig met Valentin Verga en mijn vader hem een vier geeft. Wanneer ik me verplaats in Valentin zou ik toch kunnen denken 'wat een klootzak die vader en zoon Thierry vind ik toch ook een stukje minder aardig'. Ik weet dat mijn vader mij nooit voor de voeten wil lopen, dus al snel was voor ons beide duidelijk dat hij niet langer cijfers zou geven. Niet bij mannen en om een lijn te trekken, ook niet langer bij de vrouwen. Hij schrijft nog wel columns in de Telegraaf en de Goudmeter, iets meer algemeen en minder op de persoon. Prima.
Ik zie mijn vader als mijn vader die verstand heeft van sport, weet wat het is om topsport te bedrijven, wat je ervoor moet doen en vooral voor moet laten. Kortom, een fantastische sparringpartner.
En hij is in de loop van de jaren steeds meer een pure supporter van mij en de teams waarin ik speel. Wel een hele fanatieke supporter, daar is niks mis mee.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.