16 maart 2010
Opinie
De vraag
Welke les kan Nederland leren van Engeland als het gaat om de bedrijfsmatige aanpak van sport, afrekenen van teams en atleten en het verhogen van de kans op succes?
Het antwoord Dat zijn drie vragen die elk een uitgebreider antwoord verdient dan hier mogelijk is. De grote gemene deler zit besloten in jouw term ‘afrekenen’. Er wordt duidelijker dan in Nederland gekozen voor ondersteuning van Olympische sporten. Als er al publiek geld naar niet-Olympisch sporten gaat dan is dat voor de heel grote sporten (cricket, rugby),en dan hoofdzakelijk in de accommodatiesfeer. Sporten als zweefvliegen, go en gaming hoeven in Groot-Brittannië niet op ondersteuning te rekenen. Ook binnen de categorie Olympisch sporten wordt meer zwart–wit gekozen dan in Nederland. Als een Olympische sport kans op succes heeft, dan is er ondersteuning van UK Sport (de Britse koepel die bepaalt waar de middelen heengaan), en als succes uitblijft, gaat er financieel het mes in.
Bij een hoge mate van financiële afhankelijkheid hoort een hoge mate van ‘accountability’ (rekenschap afleggen). Sporten moeten zich publiekelijk verantwoorden, vooral bij falen (openbare voortgangsrapportage, zelfs openbaar rekenschap afleggen bij een speciale commissie van het parlement). Ook moet een technisch directeur of een hoofdcoach binnen een bond veel frequenter en intensiever rekenschap afleggen aan de CEO van de bond en moeten de coaches veel meer rekenschap afleggen aan de technisch directeur dan hun Nederlandse collega’s. Ook sporters dienen bijna dagelijks te verantwoorden wat ze doen en laten.
Kortom, op alle vier niveaus (sport, technisch directeur, coach, sporter) is er een veel stringenter controlemechanisme op ieder individu in vergelijking met Nederland. En vervolgens wordt niet geschroomd harde maatregelen te nemen (ontslag, degradatie, stoppen ondersteuning ). Dit betekent dat er veel meer druk staat op met name de coaching staff. De kans op vervanging hangt veelal in de lucht. Er is overduidelijk sprake van een no-excuse culture, wat inherent is aan ware topsport, waar falen niet geaccepteerd wordt.
Momenteel zijn er heel veel buitenlandse experts (coaches, medici, voedingsexperts, etc) in dienst. De besten op hun vakgebied zijn vanuit de hele wereld gerekruteerd, natuurlijk om met Team GB historisch succes te oogsten bij de Spelen in London. De investering in deze experts (en natuurlijk de sporters) moet uitbetaald worden in 2012. Iedereen maar een paar jaar zijn gang laten gaan, vertrouwen op goede bedoelingen en dan in augustus 2012 medailles tellen is te riskant. Er moet zeer frequent en uitgebreid gerapporteerd worden in alle geledingen opdat subdoelen, microdoelen en procesdoelen behaald worden. Nu 2012 steeds dichterbij komt wordt er nog scherper gekozen dan voorheen: een kans op een finale of een top acht positie is niet genoeg meer: slechts in een kans op een medaille is men geïnteresseerd.
Volgende keer de vraag van Charles van Commenée aan Maurits Hendriks, technisch directeur en chef de mission van NOC*NSF:Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.