9 september 2014
Opinie
De vraag van… Tjark de Lange, voorzitter van het Nederlands Handbal Verbond
Aan… Hans de Boer, voorzitter VNO-NCW
De vraag
Hoe zie jij de rol van het bedrijfsleven voor de toekomst van de breedtesport? De terugtrekkende overheid geeft druk op lokale – en nationale ondernemers om bij te springen bij lokale verenigingen, waarbij het gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid vaak zwaarder weegt dan de promotionele meerwaarde van de sponsoring voor de ondernemer. Daarnaast faciliteren veel ondernemers hun medewerkers, op allerlei manieren, om als vrijwilliger te helpen om breedtesportactiviteiten mogelijk te maken. Zijn er geen arrangementen denkbaar waarmee werkgevers en werknemers gezamenlijk een verantwoording nemen voor de breedtesport, waarbij dan de overheidsbijdrage voor de breedtesport met name langs de weg van lastenverlichting voor werkgevers en werknemers ondersteund wordt?
Het antwoord
Tjark de Lange stelt een intrigerende vraag: wat is de rol van het bedrijfsleven voor de toekomst van de breedtesport? Hij heeft het over een terugtredende overheid en druk op ondernemers om de breedtesport overeind te houden. Volgens mij is dat al lang gebeurd.
Laat ik beginnen met de behoefte aan sport en bewegen – en iets breder - van gezond leven. Die is enorm toegenomen. Dat heeft te maken met de algemene welvaartsontwikkeling. Steeds grotere groepen in Nederland zitten inmiddels in de top van de bekende behoeftepiramide van Maslov. Onderin die piramide staan de noodzakelijke levensbehoeften, helemaal bovenin staat de behoefte aan zelfontplooiing. Er net onder staat overigens de behoefte aan waardering en erkenning, dat soms tot vervelend gedrag leidt, maar mensen ook prestatieprikkels geeft. Nu begeef ik me wellicht al teveel op het gebied van de topsport.
Terug naar de sterk toegenomen behoefte aan sporten en bewegen. Hoe heeft het bedrijfsleven hier op ingespeeld, vraagt Tjark zich af. Ik zou zeggen: fenomenaal!! Door wie? Door de ondernemers in de fitnessbranche! Nog niet zo’n hele oude bedrijfstak, maar ze voorzien inmiddels in de behoefte van maar liefst twee miljoen Nederlanders. Dat is dus het antwoord van het bedrijfsleven geweest. Ondernemers voorzien in behoeftes wanneer er wat mee te verdienen valt.
Helaas heeft het traditionele verenigingswezen de extra vraag niet goed kunnen beantwoorden. Mogelijk kan een wat meer ondernemende spirit bij de verenigingen geen kwaad. Tjark vraagt zich af of dat met specifieke lagere belastingen gesteund moet worden. Daar geloof ik niet in. Het moet uit de betrokkenheid van de verenigingsmensen zelf komen. Belastingen moeten wel omlaag, maar voor iedereen.
Tjark spreekt ook over werkgevers en werknemers die voor de breedtesport gezamenlijk verantwoordelijkheid zouden moeten dragen. Dat staat wat mij betreft wat haaks op het mooie van sporten: we bevinden ons dan in de piramidetop van zelfontplooiing. Aan de dagelijkse routine van werkgeven en werknemen denken we dan niet. Laten we dat niet gaan bederven!
Volgende keer de vraag van Hans de Boer aan Dick van Well , president-commissaris van Feyenoord en oud-CEO Dura Vermeer:
Wat zijn volgens u de verschillen tussen een sportbedrijf en een normaal bedrijf? Wat is de meerwaarde van sport? Heeft Feyenoord de juiste balans gevonden tussen versterking van de vermogenspositie en een attractieve exploitatie? En tenslotte, wanneer worden we weer eens kampioen?
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.