Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van teun plantinga aan rico schuijers

De vraag van Teun Plantinga aan Rico Schuijers

13 maart 2012

Opinie

De vraag van… Teun Plantinga, directeur van de Koninklijke Nederlandse Algemene Schermbond (KNAS)
Aan… Rico Schuijers, sportpsycholoog

De vraag
Wat kunnen we binnen de reguliere sportvereniging doen om (jeugdige) sporters mentaal voor te bereiden op de uitdagingen die ze als topsporter gaan tegenkomen? Vanaf welke leeftijd moet dit aandacht krijgen?

Het antwoord
Beste Teun,

Het mentaal voorbereiden van jeugdsporters op een mogelijke topsportcarrière is, afhankelijk van het type sport, meestal niet nodig. Ten eerste zijn er maar heel weinig jeugdige sporters binnen een vereniging die daadwerkelijk doorgroeien naar een carrière als topsporter. En ten tweede vereist mentale begeleiding van kinderen een andere aanpak dan mentale begeleiding van volwassen topsporters. Voor dat laatste is veel te weinig aandacht.

Eigenlijk is er in de communicatie tussen een trainer en kinderen altijd een mentale of psychologische component. Bij trainersopleidingen is dat aspect in de meeste sporten onderbelicht. Het is belangrijk dat trainers in staat zijn om mentale basisprocessen te herkennen en de jeugdige sporter het plezier in sport te laten behouden. De trainersopleidingen van de bonden zouden dit moeten opnemen in het curriculum en ze zouden de mogelijkheid moeten faciliteren voor trainers om ervaringen te delen. Op die manier krijgen trainers er oog voor.

De hersenen van kinderen werken heel anders dan die van volwassenen. Wij denken in oorzaak en gevolg, in winnen en verliezen. Kinderen niet, die denken in het hier en nu, in plezier. Als er 22 kinderen achter een bal aanlopen en een coach roept dat een speler meer naar buiten moet lopen omdat hij daar beter aanspeelbaar is, heeft dat geen enkele zin. Dat concept kennen kinderen niet omdat ze niet denken in een structuur van oorzaak en gevolg. Zo’n instructie frustreert de kinderen en dan gaan die trainers op hun beurt harder schreeuwen met als gevolg dat het plezier uit het spel verdwijnt.

Het is best mogelijk om kinderen bepaalde vaardigheden bij te brengen door middel van training, maar dan moet je gebruik maken van de verbeelding. Laat ik een concreet voorbeeld geven: bij balletles kun je kinderen van alles vertellen over choreografie, maar daar zullen ze weinig van begrijpen. Je kunt die kinderen ook vragen een rondje te lopen alsof ze een hark zijn en daarna alsof ze een orang-oetang zijn. Vervolgens vraag je die kinderen hoe zij zich voelen als ze op het podium lopen en als ze dan zeggen dat het meer als een hark is, kun je ze vertellen dat ze voortaan moeten proberen zich meer een orang-oetang te voelen. Dat is natuurlijk niets anders dan mentale training, maar op een kindgerichte manier.

Als het om wedstrijdsport gaat, is voor kinderen de balans tussen winnen en verliezen natuurlijk ook belangrijk om plezier in sport te houden. Je moet bij de begeleiding dus rekening houden met het verschil tussen trainingen en wedstrijden. Als een kind op trainingen veel beter presteert dan op wedstrijden zijn trainers vaak geneigd om dan maar meer te gaan trainen, maar dat is meestal niet de juiste oplossing. Trainers moeten ten eerste in staat zijn te onderkennen dat er in dit geval sprake is van een mentale kwestie. Zij moeten in hun opleiding hebben meegekregen hoe zij hiermee om kunnen gaan, hoe ze ervoor kunnen zorgen dat die kinderen in een wedstrijd minder zenuwachtig zijn, dat zij ook plezier hebben in die wedstrijd. Lukt dat niet, dan kan het plezier in de sport helemaal wegebben en dan stoppen kinderen er vaak mee.

De leeftijd waarop je met dit soort zaken begint, verschilt. Bij jonge kinderen moet je altijd een beroep doen op de verbeelding en bij sommige sporten - zoals kunstrijden of turnen - moet je al heel jong aan de slag met topsportbegeleiding omdat turnsters en kunstrijdsters al op heel jonge leeftijd op hun top zijn. Dan ben je met zestien jaar al aan de late kant. Over het algemeen ontwikkelt het reflectief vermogen – het instaat zijn tot denken in oorzaak en gevolg – zich tussen het twaalfde en het zestiende levensjaar. Vanaf vijftien/zestien tot achttien ontwikkelen pubers zich mentaal echt richting volwassenheid. Pas vanaf dat moment heeft het zin om heel gericht en bewust aan mentale topsportbegeleiding te denken.

Volgende keer de vraag van Rico Schuijers aan Bert van Oostveen, directeur van de KNVB:
‘Wanneer wordt er structureel aandacht besteed aan mentale processen in de trainerscursussen bij de KNVB? En worden deze trainingen gegeven door geaccrediteerde sportpsychologen?’

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.