14 februari 2012
Opinie
De vraag van… Ronald ter Hoeven, directeur Nationaal Platform Zwembaden | NZR
Aan… Teun Plantinga, directeur van de Koninklijke Nederlandse Algemene Schermbond (KNAS)
De vraag
Is het terecht dat een kleine sport als schermen onderdeel uitmaakt van de top 10-ambitie van NOC*NSF?
Het antwoord
Beste Ronald,
De vraag of het terecht is dat een kleine sport als schermen deel uitmaakt van de Top 10-ambitie is een subjectieve vanwege de toevoeging ‘klein’. Als we verschillende invalshoeken ten aanzien van de Top 10-discussie buiten beschouwing laten gaat het erom vast te stellen wat die ambitie precies is, en van daaruit te kijken in hoeverre een ‘kleine’ sport als schermen daaraan bijdraagt. Voor de Top 10-ambitie is de omvang van de sport of de bond geen criterium. Wel is van belang of er (structureel) gepresteerd wordt. De kans daarop wordt vergroot door adequate ondersteuning door de bond. Dit is één van de redenen waarom de schermbond de ondersteuning inricht in een samenwerking met andere sportbonden, namelijk de Nederlandse Tafeltennisbond en Squash Bond Nederland en andere partners.
De Top 10-ambitie is een doel dat met de loop van de jaren steeds scherper wordt gesteld. In de vorige sportagenda is de ambitie reeds genoemd en de Sportagenda 2016 formuleert deze als volgt:
‘Sportbonden en NOC*NSF hebben als ambitie om structureel bij de 10 beste topsportlanden van de wereld te horen.’
Gerard Dielessen, algemeen directeur van NOC*NSF schreef naar aanleiding van de studie Top 10 in antwoord op een vraag van John Hellemans op deze site:
‘een internationaal sterke Nederlandse topsport kan volgens ons alleen gebaseerd zijn op een brede, stevige en fijnmazige algemene sportstructuur. En andersom, het maatschappelijke en economische belang van een brede sportsector heeft een sterke absolute top nodig’.
Het gaat hierbij om inzet van collectieve middelen. Is het van (algemeen) nut en waarde om collectief geld in een sport te investeren? Vindt een sport zélf dat topsport in zijn of haar eigen sport belangrijk is? Welk percentage van hun eigen middelen investeren een sportbond in haar top- en talentontwikkelingsprogramma's? Ik pleit ervoor dat als norm te nemen. Dat is een relevanter criterium dan de tot en met 2012 gehanteerde norm, waarbij een sportbond 25% van de kosten van het topsportprogramma zelf moet dragen. Bij het schermen wordt elk jaar een bedrag ter grootte van 30% van de contributie-inkomsten geïnvesteerd in Topsport en Talentontwikkeling.
Het schermen is internationaal van grotere betekenis dan het aantal leden van de bond in Nederland doet vermoeden. De internationale schermbond is er in geslaagd om schermen werkelijk mondiaal betekenis te geven door innovaties door te voeren die het schermen als kijksport enorm bevorderen en door een uitgekiend wedstrijd-organisatiebeleid te bewerkstelligen dat zowel in Noord- en Zuid-Amerika als in Azië het schermen in omvang en aanzien een forse groei laat zien. De wereldschermbond telt momenteel 147 leden en dan tellen ‘landen’ als Schotland, Wales en Catalonië in het schermen niet mee. Bij wereldbekers en titeltoernooien doen vele tientallen landen uit de hele wereld mee. Relatief veel IOC-leden hebben het schermen als achtergrond. Er zijn 10 medaille-onderdelen op de Olympische Spelen en die positie staat niet ter discussie. Gerard Dielessen in hetzelfde artikel van 2 november 2010:
‘voor alle takken van topsport moet het mogelijk zijn naar de absolute top toe te groeien als het talent zich daar voor aandient.’
Nederland brengt in het schermen altijd toptalent voort. Wat cruciaal is dat we hen tijdig identificeren en de juiste mogelijkheid bieden zich te ontwikkelen tot kampioenen. In de jaren negentig zijn Pernette Osinga, Indra Angad Gaur en Arwin Kardolus tot de wereldtop doorgedrongen. Het vorige decennium zag de opkomst van Sonja Tol en Bas Verwijlen. Nu zijn Bas Verwijlen, Sebastiaan Borst en - wederom - Arwin Kardolus genomineerd voor de Spelen in Londen. Maar met expertise, ondersteuning van de technische staf en financiering voor voltijd opleidings-, trainings-, en wedstrijdprogramma's kan NOC*NSF het verschil maken tussen er telkens tegenaan zitten of kampioenen maken. Dat is een kwestie van goede plannen en een lange adem. Tegelijk kan NOC*NSF dit - met het huidige beleid - ook voor andere sporten helpen realiseren. Terecht dus dat schermen meedoet!
Volgende keer de vraag van Teun Plantinga aan Rico Schuijers, mental coach:
Wat kunnen we binnen de reguliere sportvereniging doen om (jeugdige) sporters mentaal voor te bereiden op de uitdagingen die ze als topsporter gaan tegenkomen? Vanaf welke leeftijd moet dit aandacht krijgen?
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.