De vraag van... Roger van Boxtel, voorzitter Raad van Bestuur
van Menzis
Aan... Erik de Winter, directeur
Gehandicaptensport Nederland (voorheen NebasNsg)
De vraag
Bewegen en sport is voor
mensen met een beperking misschien nog wel belangrijker dan voor valide mensen.
Wat is nodig om in Nederland een gezonde sportcultuur te ontwikkelen voor
jeugdigen met een beperking?
Het antwoord

Inderdaad is het juist voor mensen met een
beperking of handicap extra belangrijk om te bewegen en te sporten. Niet alleen
om fysiek fit te worden overigens, maar juist ook vanwege alle sociaal
maatschappelijke effecten. Mentaal sterker in je schoenen staan. Sport kan
mensen met een handicap helpen om uit de ‘zorg’ of het ‘verzorgende’ circuit te
komen. Dankzij sport verken je weer je mogelijkheden en probeer je grenzen te
verleggen, in plaats van je te focussen op de beperkingen. We zeggen bij
Gehandicaptensport Nederland vaak: ‘Denk in mogelijkheden niet in beperkingen’.
Sport is wat ons betreft dus niet alleen een doel op zich, maar juist ook een
mooi middel om op een positieve manier je weg te vinden in de maatschappij en om
meer zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde te krijgen. Dit laatste geldt in
het bijzonder voor mensen met een verstandelijke handicap. Bij deze groep speelt
de obesitasproblematiek enerzijds, anderzijds is er vaak sprake van betutteling
en het ‘klein houden’. Terwijl je bijvoorbeeld bij de Special Olympics ziet dat
deze sporters enorm uit hun schulp kruipen, veel meer zelfstandig kunnen dan hun
omgeving denkt en genieten van alle positieve aandacht.
Het sportaanbod dichtbij brengen en integratie binnen de
reguliere sportstructurenVooral voor jeugdigen met een handicap is
het erg belangrijk om de sport heel dicht bij het kind te brengen. Dit betekent
het liefst - aanvullend op de gymnastieklessen - ook sportlessen op school en
vervolgens doorstromen naar de lokale sportvereniging. Scholen in het speciaal
onderwijs hebben - net als speciale sportclubs voor kinderen met een handicap -
een regionale functie. De kinderen wonen daarom vaak ver van school en van de
speciale sportvereniging en zijn met het reizen al veel tijd kwijt. Ouders zien
dan de reistijd van en naar een sportvereniging als een obstakel en te belastend
op hun vaak al zeer intensieve begeleiding van hun kind. Het zou toch heerlijk
zijn als er dan vlakbij gesport kan worden. Wij geloven in een actief aanbod op
scholen voor speciaal onderwijs, opgezet in samenwerking met het onderwijs en
lokale sportverenigingen. Zo zal uiteindelijk het sportaanbod op school als
zogenaamde ‘toeleidingsmethodiek’ dienen naar de sportvereniging. Ons motto
hierbij is ‘Normaal wat normaal kan en speciaal wat speciaal moet’. Het succes
van een dergelijke aanpak wordt nu reeds bewezen in het project ‘Special Heroes’
in de regio Groot Gelre. Een project uitgevoerd door LVC3 (Landelijke Vereniging
Cluster 3) en NebasNsg en gefinancierd door de Alliantie School en Sport, Fonds
Gehandicaptensport en Menzis. En dan blijkt dat integratie van de
gehandicaptensport binnen de reguliere sportkaders prima werkt en een aanwinst
is voor de sporter met een handicap en de reguliere sportvereniging. Ook op
bestuurlijk niveau verloopt de integratie voorspoedig; ruim dertig sportbonden
met hun verenigingen de verantwoordelijkheid voor de organisatie van hun tak van
sport voor kinderen met een handicap van ons overgenomen. Dit is uniek in de
wereld!
FinancieringLast but not least - we
kunnen er niet omheen - er is natuurlijk veel geld voor nodig om kinderen met
een handicap aan het sporten te krijgen. Waarom? Voor deze doelgroep is
specifieke ondersteuning aan bonden en verenigingen noodzakelijk. Denk hierbij
aan aanpassingen van accommodaties, specifiek materiaal en bovenal de extra
benodigde deskundige begeleiding, opleidingen, speciaal vervoer en financiële
steun voor het organiseren van aansprekende sportevenementen. Er wordt
natuurlijk al wel geld gestoken door sponsors in de gehandicaptensport, maar dit
gaat toch vooral nog richting de topsport. Om de jeugd te bereiken is er juist
ook geld nodig voor de breedtesport en toeleidingsmethodieken. Overigens begint
topsportbeleid ook bij de jeugd natuurlijk, er is voldoende aanwas van ‘onderaf’
nodig om tot een goede selectie van topsporters te komen.
Positieve ontwikkelingenWe zien het laatste
jaar wel heel positieve ontwikkelingen ten aanzien van de gehandicaptensport in
Nederland in het algemeen. Het ministerie van VWS heeft de gehandicaptensport
inmiddels stevig op de agenda staan, maar ook het bedrijfsleven speelt hierbij
een grote rol. Wij promoten - samen met Fonds Gehandicaptensport – het
Maatschappelijk Betrokken Ondernemen, dat is ondernemen met hoofd en hart. Dat
doen we door middel van de 1% FairShare regeling. 1% van alle geregistreerde
sporters bij bonden zijn gehandicapten. Met de 1% FairShare regeling vraagt
Fonds Gehandicaptensport aan alle sportsponsors van Nederland om 1% extra te
investeren in de gehandicaptensport om zo de achterstandspositie in te kunnen
gaan halen. Deze regeling heeft al grote namen in de sponsorwereld voor zich
weten te winnen. Gelukkig komt nu ook de media over de brug, er is steeds meer
ruimte en aandacht voor gehandicaptensport. Dit laatste is tenslotte ook weer
belangrijk voor de jeugd. Via de media zijn zij gemakkelijker te bereiken en
door mooie voorbeelden te laten zien, zet je iets neer wat hen kan inspireren om
te gaan sporten.
Volgende keer de vraag van Erik de Winter aan Jan Driessen,
directeur communicatie Aegon:Aegon is al vele jaren een
trouwe partner in de (schaats)sport, en toont ook haar maatschappelijke
betrokkenheid door het ondersteunen van vele maatschappelijke goede doelen,
waaronder de gehandicaptensport. In het Amerikaanse bedrijfsleven is dit
volstrekt gebruikelijk, maar waarom in Nederland nog niet. Wat heeft Aegon doen
besluiten de gehandicaptensport wel te gaan ondersteunen en wat is hiervan de
financiële en maatschappelijke winst voor Aegon?