Go with Golazo
Sportknowhowxl
Home
Opinie
De vraag van rené bekkers aan mark molenaar

De vraag van René Bekkers aan Mark Molenaar

12 november 2024

Opinie

  • De vraag van… prof. René Bekkers, directeur van het Centrum voor Filantropische Studies
  • Aan... Mark Molenaar, communicatieadviseur bij de Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV)

ReneBekkers150FCDe vraag

Soms vinden sportclubs het lastig om nieuwe vrijwilligers te vinden. Als vrijwilligers te lang op hun plek blijven zitten kan het ‘ijsmeestersyndroom’ optreden: zij vinden het moeilijk om hun taken over te dragen aan jongeren met minder ervaring. Hoe kun je er als vereniging voor zorgen dat dit niet gebeurt?

MarkMolenaar175FCHet antwoord

Wat een vraag waar prof. dr. René Bekkers mij mee opscheept! Hoe kun je ervoor zorgen dat vrijwilligers niet te lang op hun plek blijven zitten? Het gaat dan om vrijwilligers met een dwingende en vaak afschrikkende autoriteit. De ijsmeesters, zoals René ze noemt. Mensen met veel ervaring, veel kennis en vaak ook veel tijd. Wie kan deze mens nou verslaan als het gaat om de inspanning voor de vereniging? Niemand toch? Hoe graag je ook zou willen?

René vraagt gelukkig niet hoe je de gestaalde kaders weg krijgt, maar hoe je kunt voorkomen dat ze er komen. Daar weet ik misschien wel raad op, hoewel dit onderwerp ongetwijfeld veel stuurlui op de bekende wal kent. Dit is misschien tegen zere benen van menig bestuurder, maar de verenigingsport is, ondanks allerlei technische vernieuwingen, best conservatief (gaat natuurlijk niet op voor jou!). En in die conservatieve opstelling zit misschien wel een sleutel.

"Ken je die van de overheid die minder regels beloofde voor zijn inwoners? Die overheid waar we zoveel vertrouwen in hebben? Die overheid is er nooit gekomen"

Maar eerst wat cijfers. Het CBS heeft onderzocht dat lidmaatschap van sportverenigingen marginaal, dus nauwelijks, gedaald is sinds 2012. Dat is goed. De wekelijkse deelname aan verenigingsactiviteiten in de volledige breedte, dus inclusief andere verenigingen dan sportverenigingen, is met vijf procentpunten gedaald. Dat is net iets minder. Het percentage mensen dat vrijwilligerswerk doet bij een sportvereniging is gelijk gebleven. Dat is fijn, maar… in 2023 deden vrijwilligers vaker incidenteel (af en toe of eenmalig) vrijwilligerswerk dan in 2022 en het aandeel dat regelmatig (wekelijks of maandelijks) vrijwilligerswerk deed, lag in 2023 juist iets lager dan in 2022.

Er is dus iets veranderd, wat inmiddels oud nieuws is, maar nog niet iedereen weet het. Hoe ga je om met die verandering? Ken je die van de overheid die minder regels beloofde voor zijn inwoners? Die overheid waar we zoveel vertrouwen in hebben? Die overheid is er nooit gekomen. Maar wij hebben onze trots! We moeten dit beter kunnen dan de overheid, toch? Feit is, in het vrijwilligerswerk, en zeker ook in de sport, kennen we heel veel regels. Ik herhaal, héél véél regels. Er is een hoge mate van professionalisering, zoals we dat dan mooi zeggen. Voor iedere sporter die heel competitief is, werkt dat systeem perfect, want zo zijn de regels van het spel duidelijk en kun je eerlijk winnen of verliezen. En zelfs dat is relatief, want het komt vaak zelfs zo nauw dat we een video assistant referee en finishfoto’s nodig hebben (wie herinnert zich nog de juryleden met stopwatches?).

XL36VrAntw-MM-1

Voor de vrijwilliger anno nu, die nieuw is in zijn sport of die van zijn kinderen, zijn die regels de pest. Sorry. Deze vrijwilliger stelt vragen bij zijn bekwaamheid, twijfelt of hij wel voldoende beschikbaar is – want het is een flinke tijdsinvestering om jezelf én bij te spijkeren én daarnaast daadwerkelijk iets te doen - en of hij bereid is om binnen zo’n circus aan de slag te gaan. In toenemende mate geldt dit overigens ook voor de sporter. Let wel, er zijn vrijwilligers die hier helemaal op los gaan; hoe complexer hoe beter. Onderzoek van Motivaction laat zien dat het dan wel om een steeds kleiner wordende groep gaat, al helemaal omdat de hoeveelheid al dan niet zelfopgelegde regels eerder toe- dan afneemt. Het is soms zelfs de meeste doorgewinterde regelneef te veel.

Er is wel wat aan te doen. Denk eens na over hoe mensen willen sporten en wat daar belangrijk voor is. Wat weet je daar eigenlijk van? Wat moet iemand doen om bij jou een product af te nemen? Hoe maak je dat zo makkelijk mogelijk? Bedenk vervolgens eens op welke manieren mensen wél willen bijdragen als vrijwilliger. Wat moeten mensen doen om bij jou vrijwilliger te worden of te zijn? Wat investeren ze en waarom óf waarom niet? Als je de informatie van sporter en vrijwilliger combineert, krijg je waarschijnlijk een meer divers aanbod aan activiteiten voor de sporter en een groter deel van dat aanbod zal ook makkelijker en met meer vrijwilligers te organiseren zijn, want leuker en eenvoudiger. De wet van vraag en aanbod – of eerder aanbod en vraag – bepaalt dan welke manier van organiseren in welke mate overeind blijft; de officiële dichtgetimmerde variant of de meer losse vormen. De sport zelf ziet stiekem al wel een antwoord op die vraag, want het (relatief) ongeorganiseerd beoefenen van sport is de afgelopen decennia ongemeen populair geworden. Sommige buurtsportcoaches betrekken wel verenigingen, anderen helemaal niet.

"De faciliteiten op een vereniging zijn vaak onovertroffen. Waarom zou je er dan geen gebruik van maken? Antwoord: omdat het zo’n gedoe is"

Het zijn vooral de kleine ondernemers en informele verenigingen die profijt van hebben van die ongeorganiseerde ‘klanten’. De buren die vier jasjes als doelpalen in het park gooien, gaan voetballen én ouderwets gaan schmieren ‘dat die bal echt vet naast was’. De verzameling carbon die zich verzamelt bij het café na een flinke fietstocht. De bootcampcoach die op het plein de stramme veertigers op hun donder geeft. Die gelegenheidsgezelschappen zijn hier natuurlijk het meest interessant, want die doen het helemaal zelf. Ze spannen zich hier echt voor in, bedenken wat ze leuk vinden om te organiseren en hoe. En dat is soms best vreemd, want de faciliteiten op een vereniging zijn vaak onovertroffen. Waarom zou je er dan geen gebruik van maken? Antwoord: omdat het zo’n gedoe is.

Ik heb een aantal tips. Volg de E-learning 'Werven van Vrijwilligers' op www.vrijwilligerswerkacademie.nl. Ga ondernemen! Vraag sporters eens wat zij willen doen. Wacht even met je ja-maarvraag, want goede kans dat ze zelf kaders aangeven voor bijvoorbeeld veiligheid, kosten of gebruik van materiaal. Vraag die sporters eens wanneer hun vrienden ook mee zouden doen. Organiseer niets waar mensen zich eigenlijk niet voor willen inspannen. Bouw overal de continuïteitstest in; je vrijwilliger mag maar twee jaar iets organiseren en na één jaar moet hij een partner hebben die het van hem gaat overnemen. Is er geen opvolging, dan is er geen activiteit.

XL36VrAntw-MM-2

Deel dit bericht:

0 reacties

Nog geen reacties. Wees de eerste!

Voeg je reactie toe

Meer over:

Blijf op de hoogte

Wij sturen jou één keer per twee weken een e-mail met de 
belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.