20 augustus 2013
Opinie
De vraag
Rotterdam heeft bij NISB een hele goede naam opgebouwd als het gaat om innovatieve manieren om sport en bewegen te stimuleren. Maar hoe verduurzaam je dit succesvolle beleid - ook in een volgende collegeperiode - met de bezuinigingen die in vrijwel elke gemeente (dus waarschijnlijk ook in Rotterdam?) worden doorgevoerd op het gebied van sport en bewegen?
Het antwoordHet innovatieve van het Rotterdamse sportbeleid is dat het een voedingsbodem is waarop iedereen tot bloei kan komen, zoals kinderen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die sporten het beter doen op school en minder last hebben van overgewicht. Bovendien leren ze ‘fair play’ en in teamverband spelen. Alle Rotterdamse kinderen worden uitgedaagd sportief en sociaal te presteren. Maar ook voor volwassenen geldt: sporten is gezond en leidt dus tot minder ziekte, minder ziekteverzuim en zorgkosten. Bovendien bevordert sport de sociale cohesie in de wijken en kan ook ingezet worden als middel tegen jeugdoverlast.
Daarom streven we naar een vitale sport- en beweegcultuur in elke wijk, met maatwerk voor doelgroepen die nog weinig aan sport doen. Sportverenigingen spelen hierbij een sleutelrol. Sportverenigingen in diverse takken van sport hebben als primair doel de Rotterdammer sportief op te leiden en hen in competitieverband te laten meten met anderen. Alle doelgroepen van jong tot oud blijven door de inzet van deze verenigingen en al haar vrijwilligers langdurig verbonden aan de sport in Rotterdam. Een van de belangrijkste vormen van verduurzaming van sport in deze stad.
Sport draagt dus bij aan verschillende maatschappelijke opgaven, zoals dat heet. Ons sportbeleid heeft raakvlakken met onderwijs, gezondheid en sociale participatie. Het is goed verankerd in de stad en daardoor duurzaam.
Rotterdam heeft ook een naam als dé sportstad van Nederland en dat willen we graag blijven. Dat betekent dat we een hoogwaardige infrastructuur aan sportaccommodaties moeten hebben om grote internationale topsportevenementen te kunnen organiseren. Een topsportklimaat betekent maximale begeleiding van toptalenten, ondersteuning van topsportverenigingen en hoogwaardige wedstrijd- en trainingsfaciliteiten.
We investeren dus zowel in breedte- als topsport. Het is belangrijk om resultaten daarvan te laten zien. Meten is weten. We willen zeker weten dat de doelgroepen en programma’s waar we op inzetten de juiste zijn. Je kunt iedere euro maar één keer uitgeven en dan moet je zeker in economisch minder goede tijden kunnen aangeven dat die euro’s terecht besteed worden aan sport, dat die investering wat oplevert, wil je het beleid voor de toekomst veilig stellen.
Een goed voorbeeld daarvan is Challenge Sport. Een particulier re-integratiebedrijf dat topsporters inzet als ‘buddy’ om werkeloze jongeren door middel van sport te begeleiden naar sport of werk en scholing. De filosofie is dat sport je in beweging brengt om op zoek te gaan naar werk. In 2012 zijn 768 jongeren toegeleid naar sport en bij 75 jongeren heeft dit geresulteerd in een baan of opleiding. Inmiddels heeft Challenge Sport een grote aanbesteding gewonnen om voor de gemeente vanuit activerings- en welzijnsbudgetten grotere groepen jongeren naar werk of uitkering te begeleiden. Vanuit sport is de eerste aanzet gegeven!
Een ander mooi voorbeeld is ons 'Lekker Fit!'-programma. Hiermee bestrijden we overgewicht en bewegingsarmoede onder Rotterdamse kinderen van 0-14 jaar. Daarnaast zet het programma in op het stabiliseren van overgewicht bij de 0- tot 14-jarige jeugd in de wijken waar overgewicht het meest voorkomt, en op het vergroten van bewustzijn, kennis, houding en vaardigheden van 4- tot 14-jarige jeugd op de thema’s gezonde voeding en beweging. Hierin betrekken wij ook de ouders/opvoeders omdat zij de meeste invloed hebben op het gedrag van hun kinderen in deze leeftijdsfase. En met resultaat! De afgelopen dertig jaar is landelijk een trend gaande dat het overgewicht bij jongeren van 2-20 jaar stijgt, maar in Rotterdam is deze stijgende trend gestopt. Een resultaat waar we trots op kunnen zijn.
Lekker Fit! houdt zich ook actief bezig met het betrekken van publieke en private partners met als doel dat zij een actieve rol gaan spelen in het behalen van de doelstellingen op de thema’s gezonde voeding en bewegen. Nutricia, Unilever en Evides zijn voorbeelden van bedrijven waarmee afspraken worden gemaakt over inzet in vooral ondersteunende zin.
Bij het verduurzamen van het beleid is het ook belangrijk om programma’s en activiteiten te verankeren bij externe partijen, om anderen dan de gemeente mede verantwoordelijk te maken voor het sportbeleid en ze te wijzen op de betekenis die sport kan hebben in de samenleving. Maar om ze blijvend te binden aan een programma, is ook voor hun klinkend resultaat nodig, onderzoek.
Verduurzamen betekent dus ook dat je in samenwerking met andere sectoren nieuwe financieringsmogelijkheden moet realiseren. Bij de inzet van buurtsportcoaches bijvoorbeeld wordt de aanvrager geacht zestig procent van de loonkosten van deze functionarissen zelf of met externe middelen te financieren. Deze buurtsportcoaches worden ingezet om sport te verbinden met andere sectoren zoals onderwijs, welzijn, cultuur, zorg of werk. De Rabobank heeft bijvoorbeeld drie buurtsportcoaches mede gefinancierd, maar ook zorginstellingen nemen hun verantwoordelijkheid om deze inzet mogelijk te maken.
Daarnaast wordt de komende jaren - samen met de GGD - nauwe samenwerking gezocht met de zorgverzekeraars. Door middel van preventieprogramma’s op het gebied van sport en bewegen - zoals Beweegkracht Rotterdam - wordt gezocht naar mogelijke inzet van zorgverzekeraars. Beweegkracht Rotterdam heeft als doel zorg en sport meer aan elkaar te koppelen. Doorverwijzing vanuit de eerstelijns zorg naar bestaand laagdrempelig beweegaanbod in de wijken wordt gestimuleerd. Hiervoor worden bestaande wijkgerichte netwerken ondersteund en ontstaat een duurzame samenwerking tussen o.a. huisartsen, fysiotherapeuten, diëtisten en sportaanbieders in de buurten en wijken.
We laten niet alleen zelf onderzoek doen naar de effecten van ons uitvoeringsprogramma sport, maar dat vragen we ook van partijen die projecten in opdracht van de gemeente uitvoeren. Daarmee wordt informatie verzameld om voor de komende jaren de juiste keuzes te maken. Zo krijgen toekomstige bestuurders inzicht en argumenten om het huidige sportbeleid voort te zetten en te verduurzamen.
Eén van onze belangrijkste partners - Rotterdam Sportsupport - heeft een aantal programma’s die vanaf de start gemonitord worden door het Verwey Jonker Instituut. Zo worden de effecten van de Sportplusvereniging gemeten, maar ook de effecten van het succesvolle Rotterdamse concept Schoolsportvereniging. Een concept dat overigens niet toevallig gekoppeld is aan onze 'Lekker Fit!'-scholen. Met dit concept kunnen kinderen op de locatie van de school kennismakingslessen volgen die door de sportverenigingen worden verzorgd. Uiteindelijk worden kinderen lid van de vereniging.
Ook Sportsupport realiseert zich dat ze verantwoording moet afleggen voor de subsidie die ze ontvangt en dat we als gemeente bewijzen moeten zien om het beleid te kunnen verankeren. Maar natuurlijk wil de stichting zelf ook weten of hun programma’s effect hebben, of dat ze de beschikbare middelen beter anders kan inzetten om haar doelstellingen te bereiken.
Net als Sportsupport doet ook onze andere grote sportpartner in de stad - Rotterdam Topsport - onderzoek. Zij houdt de effecten van de Regionale Talentencentra in de gaten, maar maakt bijvoorbeeld ook de economische baten van sport inzichtelijk. Grote evenementen leveren de stad veel op. Zo heeft de Grand Départ (Tour de France) € 30-35 miljoen opgeleverd, het WK Turnen € 6,5 miljoen en het WK Tafeltennis € 5,8 miljoen. Een topsportevenement biedt de jeugd (en volwassenen) ook de kans om kennis te maken met een sport en met hun idolen. Een topsportevenement moet daarom altijd samen gaan met side events met activiteiten die gericht zijn op het onderwijs en de breedtesport. Inzet op sport betaalt zich ook maatschappelijk terug en ook dat maken we weer inzichtelijk.
Samengevat is wat mij betreft de kern van verduurzaming van ons sportbeleid:
- het koesteren van de sportverenigingen en hun vrijwilligers, zij zijn deel van de ruggengraat van onze samenleving;
- beleid meetbaar maken en successen aantonen;
- programma’s beleggen bij andere partijen, ze mede verantwoordelijk maken.
Deel dit bericht:
0 reacties
Nog geen reacties. Wees de eerste!
Voeg je reactie toe
Wij sturen jou één keer per week een e-mail met de belangrijkste opinies en artikelen van Sport Knowhow XL.